Groene stroom is elektriciteit die geproduceerd wordt op basis van hernieuwbare energiebronnen, zo luidt de klassieke definitie. In de praktijk sluit dit de productie van elektriciteit op basis van fossiele brandstoffen en kernenergie uit. Greenpeace gebruikt in zijn klassement een meer ingewikkelde definitie: écht groene stroom moet niet alleen ‘hernieuwbaar’ maar vooral ‘duurzaam’ zijn.

Hoe kunnen elektriciteitsbronnen hernieuwbaar maar niet duurzaam zijn? Biomassa die bijgestookt wordt in steenkoolcentrales krijgt bijvoorbeeld een erg slechte score, terwijl kleinscha-lige stroomproductie uit biomassa een voorzichtig positieve score krijgt. Biomassa als bron beschouwen wij dus niet per definitie als groen. Andere energiebronnen zoals aardgas zijn niet hernieuwbaar, maar zijn wel noodzakelijk voor de omschakeling naar een energietoekomst op basis van hernieuwbare energie. Deze krijgen een neutrale score in ons klassement.

De elektriciteit die uit een stopcontact komt is voor iedereen dezelfde, ongeacht het contract of de leverancier. Alle producenten voeden met hun elektriciteit namelijk hetzelfde net. In België wordt de hoeveelheid elektriciteit geproduceerd uit hernieuwbare bronnen geschat op ongeveer 10 procent (exclusief biomassa).

De belangrijkste steun aan hernieuwbare energie moet van de overheid komen. Het subsidiëren van hernieuwbare technologieën om de groenestroomproductie te versnellen, gebeurt in België via het systeem van groene certificaten. De overheid kan ook andere dingen doen. Zo is investeringszekerheid een belangrijk aspect voor potentiële investeerders, maar zolang de regering twijfel zaait over de kernuitstap blijft die zekerheid uit. De consument speelt natuurlijk ook een rol, door te kiezen voor elektriciteit die op een hernieuwbare manier wordt geproduceerd. Het huidige systeem van ‘100% groene stroom’-contracten geeft echter onvoldoende informatie om deze keuze te maken, waardoor de verbruiker zijn ondersteunende rol niet kan spelen. Er is nood aan een transparant systeem. Met dit klassement wil Greenpeace de consument aantonen welke bedrijven hernieuwbare energie produceren en welke bedrijven daar ook actief in investeren. Dat laatste vinden we zeer belangrijk met het oog op de toekomst.

Ja. Als je wil dat je geld minder wordt aangewend voor de productie van vervuilende elektriciteit, doe je er goed aan een contract af te sluiten met een leverancier die beter scoort. Wil je niet van leverancier veranderen, dan is het nog altijd beter om een ‘100% groen’-contract af te sluiten. Dit geeft aan jouw leverancier de boodschap dat zijn klanten stroom willen die duurzamer is van oorsprong.

 

Methodologie van het klassement

Greenpeace wil consumenten helpen bewuste keuzes te maken. Dat is vandaag de dag niet zo eenvoudig. Heel wat leveranciers bieden groene stroomcontracten aan. Maar waar zit het verschil? Ons groene stroomklassement legt uit waar die verschillen precies zitten.

Het klassement is gekoppeld aan de studie « Our Energy Future », die een energiescenario beschrijft voor België tot het jaar 2030. Hierin wordt aangetoond dat we tegen 2025 uit kernenergie kunnen stappen én tegelijk ambitieuze CO2-doelstellingen kunnen halen door te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.

“Europese energie” is in opbouw en het wordt steeds minder relevant om België te beschouwen als een energie-eiland:

1. In Europa is er de laatste jaren een hergroepering van de grote spelers op de energiemarkt aan de gang. Ook de Belgische markt ontsnapt hier niet aan. Een duidelijk teken van deze evolutie is dat de vier grootste Belgische leveranciers recent werden overgenomen door grote Europese elektriciteitsproducenten (Electrabel door GDF Suez; Luminus door EDF; Nuon door ENI; Essent door RWE).

2. De financiële stromen binnen deze Europese energiegroepen houden geen rekening met de Belgische grens. Wanneer we de vraag stellen of het geld van de consumenten wordt aangewend voor de productie van duurzame elektriciteit, mocht ons klassement zich niet beperken tot de investering en productie van deze groepen op ons grondgebied.

3. Technisch gezien is er een integratie bezig op het Europese elektriciteitsnetwerk, met een vermenigvuldiging van hoogspanningslijnen tussen Europese landen en een uitbreiding van dit netwerk.

4. Uiteindelijk zal de energie(R)evolutie enkel kunnen plaatsvinden op een geïntegreerde Europese markt. Het is enkel onder deze voorwaarde dat we op ons continent 100% groene stroom zullen produceren. In principe zouden onze windmolens in de Noordzee de tekorten in de energieopbrengst van zonne-energie in het zuiden van Europa moeten kunnen opvangen en andersom.

Alle leveranciers die in december 2013 op de markt waren, zijn in het klassement opgenomen. Sindsdien zijn er bepaalde leveranciers bijgekomen, zoals Energy People, Cociter scrl, Poweo en Mega. We beschikken niet over voldoende gegevens om een analyse te maken van hun elektriciteitslevering of hun investeringspolitiek. Maar ze worden wel opgenomen in de volgende uitgave van ons klassement, eind 2015.

Wat we voorlopig kunnen zeggen, is dit:

- COCITER scrl (Comptoir Citoyen des Energies) is een coöperatieve vennootschap opgericht door een aantal burgercoöperaties in Wallonië: CLEF, Courant d’Air, Ferréole, Lucéole, Hesbénergie en Vents du Sud. De coöperatie is actief sinds september 2014. Op dit moment levert ze enkel in Wallonië. Later komt daar het Brussels gewest bij. Cociter wil de energie die ze opwekt – voornamelijk uit wind – ook leveren aan eigen coöperanten en derden. De coöperanten van de deelnemende coöperaties krijgen een korting op hun vaste kosten.

- POWEO (by Direct Energie) is een nieuwe leverancier voor elektriciteit en gas op de Belgische markt, zowel voor particulieren als professionele verbruikers. Vanaf 2015 levert Poweo in heel België. Poweo is deel van de Franse groep Direct Energie, een grote speler in Frankrijk. Het is ontstaan in 2003 en legde na de liberalisering van de energiemarkt het vuur aan de schenen van de traditionele Franse leveranciers. Direct Energie produceert voornamelijk energie uit gas. De groep is de derde grootste speler op de Franse markt.

- Energy People, gestart in oktober 2014, heeft weliswaar geen productie, maar wil wel bijdragen aan de duurzaamheid van de energiemarkt. Zij willen mensen bewustmaken van de rol die zij zelf kunnen spelen in het verduurzamen van het energieaanbod. Daartoe sporen ze particulieren aan om te besparen op hun energieverbruik. Energy People verkoopt zijn elektriciteit aan inkoopprijs en vraagt enkel een vast jaarlijks abonnementsgeld voor zijn dienstverlening. Door zorgvuldig met energie om te gaan, zal op lange termijn het aandeel groene energie in het totale verbruik toenemen, stelt het bedrijf. Het bedrijf levert momenteel in de regio´s Limburg en West-Vlaanderen.

- Mega werd in 2013 opgericht door een aantal Belgische ondernemers. Ook zij willen een prijsbreker zijn op de energiemarkt. Sinds 2014 levert Mega elektriciteit in heel België van particulieren tot bedrijven. Mega zelf produceert geen elektriciteit en heeft geen investeringen in het vooruitzicht. Zij kopen en verkopen via de energiemarkt. De oprichters van Mega zelf zijn actief in de productie van elektriciteit van zowel biomassa, wind en zonne-energie.

Om dit te vermijden hebben we een variabele ingebouwd in onze berekeningen. Wanneer een leverancier zeer weinig investeert, zal het deel van deze investeringen een kleinere rol spelen in de uiteindelijke beoordeling. De investeringen worden dus afgewogen ten opzichte van de huidige productie van de leverancier op die manier voorkomen we dat de investering in 1 windmolen zwaar doorweegt in de score van een leverancier. Toch blijft elke investering in hernieuwbare energie beter dan geen investering.

 

Vragen over het resultaat van het klassement en over de leveranciers

Momenteel lijken de grote Europese producenten die actief zijn op de Belgische markt via Electrabel (GDF-Suez), EDF Luminus (EDF), Nuon (ENI) en Essent (RWE) nog geen maatregelen te hebben genomen om het energieprobleem op te lossen. Uit onze analyse van hun investeringen blijkt dat de plaats van hernieuwbare energie belangrijker is dan ooit, maar de grote producenten blijven ook massaal investeren in vervuilende productiemethodes. Eenvoudig gezegd willen deze grote groepen niet al hun eieren in dezelfde mandje leggen aangezien ze niet de zekerheid hebben te kunnen rekenen op een oprechte politieke wil om fossiele en nucleaire energie de rug toe te keren. Daarnaast zien we dat de leveranciers steeds meer energiediensten aanbieden en hun consumenten aanzetten om efficiënter om te springen met hun energieverbruik. Kijk maar naar de mogelijkheden die grote leveranciers bieden om met je smartphone je thermostaat te regelen.

Dat klopt. Als morgen alle Belgische verbruikers zouden beslissen om ons klassement te volgen en over te stappen naar écht groene leveranciers, zouden deze laatsten niet in staat zijn om aan de vraag te voldoen. Maar het zou een goed signaal zijn aan de andere leveranciers en de overheid. Als consument kan je op die manier ook je stem laten horen.

Het is lovenswaardig om meer hernieuwbare energie te willen in België. Helaas dragen deze ‘100% groene en Belgische’ contracten weinig bij aan deze groei. Wanneer een leverancier aankondigt dat zijn elektriciteit ‘100% lokaal’ is, wil dit simpelweg zeggen dat de groene labels die hij gekocht heeft van Belgische oorsprong zijn. Deze garantielabels van Belgische oorsprong zijn niet erg duur. Het is dus erg gemakkelijk voor een leverancier om aan te kondigen dat zijn elektriciteit ‘100% groen en Belgisch’ is. Hij moet niet investeren in hernieuwbare productiemethodes in België. In de praktijk zijn de leveranciers die dergelijke ‘100% groene en Belgische’ contracten aanbieden bovendien niet diegene die systematisch het meest investeren in de hernieuwbare energie in België.

 

Energievisie achter het klassement

De productie van 100% groene stroom op Europees niveau is technisch volledig realiseerbaar en zou ons op middellange termijn minder kosten. Natuurlijk krijgen we zo’n systeem alleen door middel van een echte energierevolutie.

Greenpeace en de Europese Raad voor Hernieuwbare Energie (EREC) hebben een energie-scenario ontworpen om dit doel tegen 2050 te bereiken: de energie(R)evolutie. Dit scenario zal niet gerealiseerd worden van vandaag op morgen. Vandaag worden de beslissingen geno-men die nodig zijn voor de realisatie ervan. En het zal niet volstaan om onze nucleaire centra-les te vervangen door hernieuwbare. Het huidig elektriciteitsnet bijvoorbeeld zal moeten wor-den aangepast. Het is aangelegd in functie van grote, gecentraliseerde productie-eenheden zoals steenkool- en nucleaire centrales. Het net is dus weinig flexibel en kan moeilijk voldoen aan de eisen van een productie op basis van meer flexibele en gedecentraliseerde, kleine her-nieuwbare bronnen. We moeten vandaag beginnen met ons huidige elektriciteitsnet aan deze nieuwe realiteit aan te passen, om morgen te kunnen genieten van hernieuwbare energie.

Zo'n maatschappelijk project heeft behoefte aan moedige, verantwoordelijke politici, die klaar zijn om de verantwoordelijkheid te nemen om dit werk aan te vatten met een langetermijnvisie. En het is aan ons, de consumenten, om hen te sturen in de richting van dit soort besluitvorming. Deze veranderingen zullen ons in staat stellen om een efficiënt antwoord te bieden op de klimaat- en milieucrisis, veroorzaakt door een energiesysteem dat nog altijd gebaseerd is op fossiele en nucleaire energie.

Geen enkel. De groene certificaten (GC) zijn een regionale subsidie om de productie van hernieuwbare energie te ondersteunen. Ze hebben dus niets te maken met je elektriciteitscontract. Een duurzame energieproducent krijgt van de overheid een aantal groene certificaten in verhouding tot zijn productie. Hij kan ze doorverkopen om zo voor aanvullende financiële middelen te zorgen. Dit systeem is dus eigenlijk bedoeld om de productie van groene stroom te stimuleren. Aan de andere kant zijn het de elektriciteitsleveranciers die verplicht zijn een aantal van deze groene certificaten te kopen.

De contracten die door de leveranciers worden verkocht als ‘100% groen’ gebruiken een ander systeem, dat van de garantie van oorsprong (LGO) zoals aangegeven door Greenpeace. Het gaat over een voorziening op Europees niveau om de consument te informeren. Deze garanties worden toegekend aan een producent vanaf een bepaalde hoeveelheid geproduceerde groene stroom. Hierna kan de producent deze garantie verkopen aan een leverancier elders in Europa. De leverancier kan (zonder verplichting) deze unieke garanties terugkopen wanneer hij ‘groene’ stroom wil verkopen. Helaas werkt dit systeem nog niet. Te weinig leveranciers zijn vandaag geïnteresseerd in deze groene kleur, de vraag van de LGO op de Europese markt is onvoldoende en hun prijs is ridicuul laag. De Belgische leveranciers maken hiervan intensief gebruik en ‘vergroenen’ hun elektriciteit tegen een voordelig tarief, zonder dat er een substantieel bedrag wordt betaald aan de producent van de hernieuwbare energie.

Er zijn verschillende redenen waarom nucleaire energie geen geloofwaardig alternatief kan zijn voor energie uit fossiele brandstoffen. Zoals: veiligheidsproblemen, problemen die ver-band houden met de aanvoer van kernbrandstof of het beheer van kernafval. Maar naast al deze cruciale vragen in verband met het milieu, is nucleaire energie ook incompatibel met een elektriciteitsnet op basis van hernieuwbare bronnen. Hernieuwbare energie heeft immers een flexibel en gedecentraliseerd net nodig, terwijl de productie van kernenergie star is (de centra-les mogen niet worden stilgelegd, of bruusk heropgestart) en nood heeft aan een sterk gecen-traliseerd net. We zullen dus moeten kiezen tussen beide. Deze keuze is snel gemaakt, want kernenergie is allesbehalve duurzaam.

België heeft heel wat capaciteiten voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Het Kanaal en de Noordzee vormen een ‘windtrechter’ die een sleutelrol zouden kunnen spelen in de ontwikkeling van hernieuwbare energie op Europees niveau. Dit is echter niet voldoende. Soms is er niet genoeg wind aan onze kust. Het is daarom dat onze energietoekomst zich zal afspelen binnen een geïntegreerde en soepele Europese markt. Een aanlevering gebaseerd op hernieuwbare bronnen moet bekeken worden binnen een soepel, uitgebreid elektriciteitsnet dat gespreid is over een grote oppervlakte zoals de Europese Unie, waardoor het mogelijk is om de productiedalingen van de ene regio op te vangen met de productie elders op het continent. De zonnepanelen in het zuiden van Europa bijvoorbeeld moeten een ‘windpanne’ in Oostende kunnen opvangen.

Neen, dat is een mythe. Sinds 2003, zijn de meest milieuvriendelijke leveranciers vaak ook bij de goedkoopste. In de prijsvergelijking verandert dit echter vaak en snel, soms zijn er tijdelijke promoties van bepaalde leveranciers en soms is een leverancier goedkoop voor één groep van consumenten (bijvoorbeeld consumenten die veel verbruiken), terwijl diezelfde leverancier duur is voor andere consumenten. Veralgemeend kunnen we concluderen dat sinds 2003 de milieuvriendelijke leveranciers niet duurder zijn. Het is aan de consument om de prijsvergelijking te doen om zo een gepersonaliseerd overzicht te krijgen van tegelijk de prijs én de milieuvriendelijkheid.