Dit is een verhaal dat bewijst dat een voorbeeld stellen en blijven ijveren voor verandering uiteindelijk kan leiden tot een ommekeer - bij de overheid, maar ook bij aanvankelijk onwillige bedrijven die betrokken zijn bij milieuverwoesting.

"Eerst negeren ze je, dan lachen ze je uit, daarna bekampen ze je en dan win je." – Mahatma Gandhi

Alles begon in september 2009. Ik werkte toen in een winkelcentrum in Jakarta en hoorde  praten over een verschrikkelijke situatie. Ik besefte dat ik eigenlijk op een veel belangrijker plek moest zijn – duizenden kilometers verder weg in de veenbossen op Sumatra.

Stadsbewoners zoals ik hebben al snel het gevoel dat milieuvernietiging iets is dat ver ons bed gebeurt, letterlijk,in afstand, maar ook qua invloed op ons dagelijks leven en geluk. Maar deze keer was er iets wat mij wakker schudde – het nieuws dat Indonesië door de steeds snellere verwoesting van de veengebieden langs de kust van Sumatra de derde grootste uitstoot van broeikasgassen ter wereld had veroorzaakt.

Ik vond dat ik iets moest doen en daarom nam ik vrij op mijn werk en trok samen met plaatselijke en buitenlandse actievoerders naar het Klimaatbeschermerskamp van Greenpeace in Riau op Sumatra. Daar was een bedrijf dat houtpulp en papier produceert zevenhonderd duizend hectare veengrond aan het vernietigen door kanalen te graven om de grond te drainerenvoor de aanleg van een plantage van bomen voor de productie van houtpulp.

Ik werkte er zij aan zij met andere vrijwilligers om dammen aan te leggen die de verwoestende drainage konden stoppen en om zo de broeikasgassen diep in de veengrond vast te houden. Het was geen gemakkelijk werk. We moesten zware houten balken van de kust naar het binnenland dragen om de sloten af te sluiten die de veenmoerassen lieten leeglopen. Het was eerlijk gezegd een uitputtend karwei – maar we wisten dat we moesten ingrijpen om niet alleen de uitstoot van broeikasgassen te voorkomen maar ook de jaarlijkse veenbranden, die Riau en de gebieden verder in het binnenland de voorbije twintig jaar in een verstikkende rook hebben gehuld.

In 2009 werden onze inspanningen om de sloten te dichten eerst op hoongelach onthaald, maar al snel stonden we oog in oog met de politie en volgden er arrestaties. Uiteindelijk werd ons kamp platgebrand.

Maar de actievoerders in Sumatra, onder andere van Greenpeace, hebben hun campagne nooit stopgezet. Uiteindelijk heeft hun volharding ook resultaat opgeleverd – vorig jaar trok onze nieuwe president Joko Widodo zijn rubberlaarzen aan om in de veengrond van Riau rond te waden en eigenhandigeen sloot in Sungai Tohor af te dammen. President Jokowi stelde dat hij begreep dat de kanalen om de veenbodem te draineren een belangrijke oorzaak vormen van de branden in Riau die zoveel schade berokkenen aan de gezondheid en het inkomen van de plaatselijke bevolking.

Deze week hoorde ik dat Asia Pulp & Paper (APP), een reusachtig bedrijf dat zich destijds bezondigde aan de verwoesting van regenwoud en veengebieden maar zich sindsdien heeft verbonden om helemaal niet meer te ontbossen, binnenkort dammen gaat aanleggen om kwetsbare veengebieden te helpen beschermen. Op 13 augustus deelde het bedrijf mee dat het zich ertoe verbindt om plannen voor 7.000 hectare acaciaplantages in te trekken. Het wil deze gebieden herstellen, door het verdroogde veengebied eerst weer te vernatten. Daarvoor worden binnen de concessies een aantal dammen aangelegd. Daarna kan het natuurlijke bos regenereren.

Er is duidelijk nog een lange weg af te leggen voor de bescherming van de Indonesische veengebieden – maar het tij begint nu toch duidelijk te keren en ik ben trots dat ik daarin mijn rol heb gespeeld.

Mijn vriend Zamzami, die voor Greenpeace Zuidoost-Azië in Riau werkt en mij heeft gevraagd om deze blog te schrijven, vertelde mij dat APP deze stap heeft gezet op basis van het advies van een onafhankelijke groep deskundigen die de opdracht had de veengebieden in kaart te brengen met behulp van de baanbrekende LiDAR-technologie. Het initiatief heeft betrekking op ongeveer 5 miljoen hectare – bijna 25% van alle veengebieden in Indonesië en een gebied groter dan Nederland – en maakt gebruikt van de LiDAR-technologie om een nauwkeurig beeld te vormen van de belangrijkste veenkoepels die moeten worden beschermd. Dit moet de meest omvattende en betrouwbare gegevens over veengrond opleveren die ooit in Indonesië zijn verzameld.

Natuurlijk is dit pas een begin voor APP, dat grote delen van de veengronden in Sumatra in handen heeft. De deskundigen zullen nog meer aanbevelingen formuleren over de manier waarop APP andere gevolgen van het droogleggen van de veengrond kan beperken en het publiek zal erop toezien dat die aanbevelingen worden opgevolgd. Intussen heeft de andere grote producent van houtpulp en papier in Indonesië, APRIL, eerder dit jaar ook al beloofd om bossen op veengrond te beschermen – maar tot nu toe zijn er niet veel aanwijzingen dat die beloften ook worden omgezet in geloofwaardige acties.

Awang Kuswara is vrijwilliger voor Greenpeace en leerkracht in Bekasi, nabij Jakarta.