Een tropisch regenwoud twee keer zo groot als Frankrijk loopt het risico te worden gekapt, nu de Congolese regering overweegt om vergunningen uit te reiken aan nieuwe houtkapbedrijven.

Het nieuws valt op een moment dat Noorwegen, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie onderhandelen over de ondersteuning van een miljardenproject voorgesteld door de Congolese regering. Het project moet 1,55 miljoen vierkante kilometer bosgebied in Congo beschermen.

Geen nieuwe kapvergunningen

Een coalitie van milieu- en anti-corruptieorganisaties, waaronder Greenpeace, roept de Congolese regering op om het moratorium op de toewijzing van nieuwe houtkapvergunningen uit 2002 te behouden.

Irène Wabiwa Betoko van Greenpeace Afrika: “De grootschalige houtkap van het regenwoud in de Democratische Republiek Congo (DRC) is nog altijd een ramp. Niet enkel is het enorm schadelijk voor het milieu, bovendien is het ook nog eens een voedingsbodem voor een klimaat van corruptie en sociale en economische onrust.”

Lars Løvold van Rainforest Foundation Norway (RFN) haakt in: “In een tijd waarin de internationale gemeenschap samenwerkt om de laatste regenwouden te beschermen, een absolute noodzaak in de strijd tegen de klimaatverandering, lijkt de Congolese regering de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te ondermijnen.”

Lokale bevolking alweer de dupe

De Congolese minister van Milieu, Robert Bopolo Bogeza, zei onlangs dat de maatregelen worden genomen uit financiële overwegingen.

Maar Joseph Bobia van het Réseau Ressources Naturelles (RRN) vindt het argument dat de houtkap aanzienlijk kan bijdragen tot de overheidsinkomsten volledig ongegrond. “Ongeveer een tiende van het regenwoud werd al gekapt, en toch werd hier slechts een magere 8 miljoen dollar aan fiscale inkomsten uit gehaald – ongeveer 12 cent per Congolees.”

En er is meer slecht nieuws. Simon Counsell van de Rainforest Foundation UK: “De uitbreiding van de industriële houtkap in de Congolese regenwouden dreigt op lange termijn zeer negatief uit te draaien voor de miljoenen mensen die afhankelijk zijn van deze bossen. Wij dringen er dan ook bij de Congolese regering op aan om bosbescherming te promoten op het gemeenschapsniveau en te ijveren voor alternatieven voor de houtkap die de bevolking ten goede komen.”

Moratorium cruciaal voor alle bosbewoners

De inspanningen om de uitstoot te verminderen in het kader van het internationale REDD-programma (Reducing Emissions through Deforestation and Degradation) moeten gepaard gaan met een beter bosbeheer. Er is al zes jaar onderhandeld over de Congolese strategie; ze wordt dit jaar ingediend bij de internationale donoren, die hun zegen moeten geven.

“Wij vragen de Congolese regering om het moratorium in stand te houden”, concludeert Wabiwa Betoko van Greenpeace Afrika.

Het moratorium op de toewijzing van nieuwe houtkapvergunningen werd vastgelegd in 2002. De bedoeling was om opnieuw meer controle te krijgen op de houtindustrie, die werd geconfronteerd met illegale houtkap en corruptie. Deze praktijken hadden een grote sociale en ecologische impact.

De Congolese bossen maken 10% van de resterende tropische regenwouden op onze planeet uit. Veel diersoorten, zoals bonobo’s en okapi’s, zijn alleen te vinden in deze ecosystemen, en ongeveer 40 miljoen mensen zijn afhankelijk van deze bossen voor hun levensonderhoud, met inbegrip van voedsel en brandstof.