Gisteren namiddag nam ik deel een de rondetafel over illegaal hout die minister van Leefmilieu Marie-Christine Marghem organiseerde. Daarmee kwam ze een belofte na die ze deed naar aanleiding van onze actie bij haar kabinet in april. “Het probleem kan niet opgelost worden met aankondigingspolitiek alleen”, zei de minister toen ze er in maart over geïnterpelleerd werd in het parlement.

Sindsdien is de ene aankondiging na de andere gevolgd. Het kabinet bevestigt dat er acht bijkomende inspecteurs gevraagd zijn om de eenmans-cel te versterken die nu op halftijdse basis controles uitoefent. Maar voor de rest zien we tot op vandaag geen bijkomende concrete maatregelen om de wet toe te passen die  de invoer van illegaal gekapt hout verbiedt. Nochtans vormt illegale houtkap een ernstige bedreiging voor de laatste tropische oerbossen. De minister nodigde de houthandel en milieuverenigingen uit om oplossingen te zoeken en met voorstellen te komen. Maar intussen neemt de minister

 zelf weinig initiatief om de wet te doen toepassen en blijft ons land medeplichtig aan de ravage die illegale houtkap veroorzaakt.

Terzelfdertijd wentelt de Belgische Federatie van Hout Invoerhandel zich in een slachtofferrol. Maar laat ons even de puntjes op de i zetten. Ten eerste betekent het feit dat er tot nu toe nog geen sancties getroffen werden niet dat er geen inbreuken op de wet hebben plaatsgevonden. De systematische aanwezigheid van verdacht hout op Belgisch grondgebied zonder afdoende maatregelen om het risico op illegaliteit te beperken, kan op zich al als een inbreuk op de wet gelden.

Vervolgens kan de sector niet tegelijk beweren dat de wet vaag is maar dat de leden van de Federatie ze wel rigoureus toepassen. Dat is een contradictie. Ik wil er ook nog even op wijzen dat de keuze van Greenpeace om vooral tropische houtimport te onderzoeken gerechtvaardigd is door de ernst van de feiten op het terrein en de gevolgen daarvan voor inheemse volkeren en voor de biodiversiteit. Dat bevestigen rapporten van Interpol en de VN, die ook wijzen op de economische schade die door de exportlanden geleden wordt.

In die zin vinden wij het positief dat de Federatie Kameroen als hoog risicoland bestempelt en dat er uitdrukkelijk steun wordt uitgesproken voor de herinvoering van een onafhankelijke monitor in dat land. Maar het is daarom des te moeilijker te begrijpen dat de houtinvoerhandel  tot dusver  de bevindingen uit rapporten van onafhankelijke  waarnemers in twijfel trekt of gewoon naast zich neerlegt .

Waar we ons ook kunnen in vinden, is de oproep van de Federatie om alle betrokken sectoren te controleren. Het onderzoek dat Greenpeace publiceert, is immers maar het topje van de ijsberg gezien het totale volume hout dat op onze markt terecht komt. En daarmee komen we dus opnieuw uit bij het engagement van onze minister van Leefmilieu: zonder effectieve capaciteit hangen we vast aan aankondigingspolitiek. Wij hadden graag concrete stappen vooruit gezien behalve de dialoog tussen NGOs en de sector die het kabinet wil helpen faciliteren.