In Bonn is deze week de laatste rechte lijn ingezet naar de klimaattop in Parijs, die over zes weken van start gaat. Deze week buigen onderhandelaars van 194 landen zich nog een laatste keer over de tekst die in december moet uitmonden in een nieuw, globaal klimaatakkoord. Waar staan we momenteel?

Eerst het goede nieuws: nooit tevoren waren zoveel landen bereid om iets aan de opwarming van de aarde te doen. Enkele jaren geleden werd afgesproken dat het akkoord van Parijs gebouwd zou worden op nationale klimaatplannen van de landen rond de tafel. Vandaag hebben zowat 150 landen hun plannen al kenbaar gemaakt, goed voor ongeveer 90% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen: van de VS en Canada tot China en recent ook India. Ter vergelijking: aan het huidige Kyoto-protocol werken slechts 37 landen mee, die amper 12% van de uitstoot produceren.

India eindelijk mee aan tafel

Groeiland India liet lang op zich wachten. Het land neemt in de internationale onderhandelingen een eerder afwachtende rol in en wilde ook nu eerst zien wat de anderen op tafel zouden leggen. India kondigde aan de energie-intensiteit van haar economie tegen 2030 met 33-35% te willen laten dalen ten opzichte van 2005. Hiervoor wil het land 40% van zijn energie uit niet-fossiele bronnen halen, en zorgen voor meer bosoppervlakte om als carbon sink te fungeren en een deel van de CO2-uitstoot op te vangen.

India zet hiermee een stap in de goede richting, maar net als China kan en moet het nog een stuk meer doen. De liefde voor steenkool lijkt nog niet helemaal voorbij, en ook kernenergie wordt niet uitgesloten om de doelstellingen te halen. Maar met wind- en zonne-energie die steeds goedkoper worden, breken deze hernieuwbare technologieën steeds breder door. Het lijkt er dan ook op dat zowel India als China hun klimaatdoelstellingen gemakkelijk zullen overtreffen.

Steeds ambitieuzere doelen

Dat nog vóór Parijs zo goed als alle landen een nationaal klimaatplan hebben opgesteld, is een historische stap vooruit. In dat opzicht is deze klimaattop nu al een succes. Maar een analyse van de 150 voornemens toont dat we nog steeds op weg zijn naar een opwarming van ongeveer 3°C – in plaats van de 1,5 tot 2°C die internationaal werd afgesproken. Dit mag een klein verschil lijken, maar heeft een enorme impact op het terrein, zowel voor het smelten van het poolijs als voor de toename van extreme weersomstandigheden.

Het is zo goed als uitgesloten dat deze kloof nog voor het einde van de top in Parijs kan worden gedicht. Daarom is het van levensbelang dat het nieuwe klimaatakkoord een duidelijk antwoord biedt over hoe dat in de komende jaren wel zal gebeuren. Greenpeace eist hiervoor een stevig mechanisme om landen te verplichten hun doelstellingen iedere paar jaar te versterken, zodat volop kan worden geprofiteerd van nieuwe technologieën en de steeds verder dalende kost van hernieuwbare energie.

Belgische ministers blijven kibbelen

En ondertussen in België, zegt u? Wel, onze vier klimaatministers trachten nu al weken een datum te vinden om zich samen nog eens te buigen over een nationaal klimaatakkoord. De tijd begint namelijk te dringen, als ze niet met het schaamrood op de wangen naar Parijs willen vertrekken. Moest er binnenkort schot in de zaak komen, dan hoort u het hier eerst. Voorlopig blijft ons Belgisch beleid echter een beschamend schouwspel in de coulissen van wat er op het internationale toneel gebeurt.