Vorige week werd in Bonn, klimaathoofdstad van de Verenigde Naties, de laatste rechte lijn naar de klimaattop in Parijs ingezet. Onderhandelaars van de 195 landen die in Parijs een nieuw klimaatakkoord moeten sluiten, bogen zich een laatste keer over de onderhandelingstekst. Geen eenvoudige opgave, zo bleek al snel, want hoewel nog nooit eerder zo veel landen bereid waren het klimaatprobleem aan te pakken, is het water tussen de verschillende blokken nog behoorlijk diep. Voor mij was ‘Bonn’ ook mijn vuurdoop in de internationale klimaatonderhandelingen…

De onrust begint al meteen op maandagochtend. De G77, een groep van 134 landen waaronder China, weigert te onderhandelen op basis van de sterk ingekorte tekst die de covoorzitters van de vergadering sinds de laatste bijeenkomst hebben opgesteld. Ze vinden dat de tekst te weinig rekening houdt met de risico’s die ontwikkelingslanden lopen wanneer de temperatuur op aarde met meer dan 2°C stijgt.

Er volgen geheime besprekingen, discussies, een akkoord dat dan weer op de helling wordt gezet, een nieuwe werkmethode... ‘s Avonds is de tekst weer een stuk langer geworden en liggen er opnieuw verschillende opties op tafel. De rust lijkt teruggekeerd.

Geen toegang

Een nieuwe dag, een nieuw conflict. In parallelle werkgroepen wordt telkens naar een stukje van de onderhandelingstekst gekeken, zoals mitigatie (beperking van de klimaatverandering), adaptatie (aanpassing aan de onvermijdelijke gevolgen) of financiering. Normaal mogen wij hieraan deelnemen als waarnemers, maar Japan verzet zich al snel, omdat er dan “niet ernstig kan worden onderhandeld”. Het is duidelijk dat Japan het vuile werk opknapt voor een aantal landen dat ons liever kwijt dan rijk is, maar het resultaat is dat alle waarnemers uit de onderhandelingen worden geweerd. Het wordt meteen een stuk drukker in de cafetaria en aan de computertafels!

Gelukkig onderhouden wij goede contacten met delegatieleden uit verschillende landen en kunnen we zo de vinger aan de pols houden. Ondanks onze afwezigheid schieten de onderhandelingen namelijk niet echt op. Er worden steeds maar elementen terug toegevoegd aan de tekst, en de verschillende blokken zoals G77 en China, de EU en de VS komen geen stap dichter bij een akkoord. Frankrijk, gastland van de klimaattop in december, slaat op tafel: er móet een werkbare tekst komen.

Slottekst

Terwijl de onderhandelingen aanslepen, maakt het klimaat ons nog maar eens duidelijk dat er geen tijd te verliezen valt. De Filippijnen worden opnieuw getroffen door een dodelijke tyfoon en voor de kust van Mexico ontwikkelt zich de allereerste orkaan van categorie 5. Er is gelukkig ook goed nieuws, zoals de Italiaanse energiereus Enel die belooft nooit meer steenkoolcentrales te zullen bouwen. We blijven druk zetten op de onderhandelaars met deze berichten en slagen erin om concepten als een koolstofvrije economie in de tekst te houden. Het akkoord van Parijs moet namelijk een duidelijk signaal geven over de richting die we willen uitgaan.

In de slottekst vinden we ook andere strijdpunten van Greenpeace terug. Een voorbeeld hiervan is een mechanisme om de inspanningen die elk land belooft te zullen leveren, iedere vijf jaar te evalueren en te versterken. Dit is absoluut nodig omdat deze inspanningen momenteel nog veel te zwak zijn om de opwarming van de aarde onder de 1,5 tot 2°C te kunnen houden. Bovendien zorgt de enorme groei van hernieuwbare energie ervoor dat veel van deze nationale doelstellingen al snel zullen worden behaald.

De vraag van 100 miljard dollar

We zijn echter nog ver van een eerlijk en volledig akkoord. Zo is er nog veel onduidelijkheid over de kosten voor adaptatie en loss and damage (“verlies en schade”). De landen in het Zuiden, die het zwaarst getroffen dreigen te worden door de gevolgen van de klimaatopwarming, moeten voldoende middelen ter beschikking krijgen om hiermee om te kunnen gaan. De geïndustrialiseerde landen hebben 100 miljard dollar klimaatfinanciering per jaar beloofd, maar hiervan is nog maar heel weinig betaald. We kunnen dus nog stevige financiële discussies verwachten in Parijs.

Vrijdagavond, ‘Bonn’ zit er alweer op. Uiteindelijk ligt er een tekst van 33 pagina’s op tafel met veel goeie elementen, maar die op veel plaatsen nog altijd heel vaag en moeilijk leesbaar is. In ieder geval is er nog heel wat werk aan de winkel om tot een juridisch bindend akkoord te komen in Parijs. De tijd dringt echter: op 8-10 november is er nog een informele top met ministers en daarna zitten we al snel op de klimaattop zelf.

Er rest ons intussen nog exact een maand tot de start van de klimaattop in Parijs. Zullen de politieke leiders voldoen aan onze verwachtingen? Zullen ze luisteren naar wat er op het terrein gebeurt? Want wat de uitkomst van Parijs ook wordt: burgers en bedrijven hebben begrepen dat zij de motor zijn van de overgang naar een 100% hernieuwbare samenleving – en ze zullen niet blijven wachten op de politiek.