UPDATE: De G7-verklaring over het klimaat van maandagnamiddag is in zekere zin historisch. De wereldleiders in de G7 (VS, Duitsland, Frankrijk, Groot-Britannië, Canada, Japan en Italië) bevestigden het doel om de opwarming van de aarde onder de 2° C te willen houden.

Dat was niets nieuws, en trouwens door wetenschappers meer en meer beschouwd als ontoereikend. Maar voor het eerst erkent de G7 dat dit enkel gerealiseerd kan worden door volledig af te stappen van fossiele brandstoffen. Tegelijk geven ze aan te kiezen voor een transformatie van de energiesector tegen 2050. De G7 linkt beide aspecten nog niet letterlijk aan mekaar en spreekt over de uitfasering van fossiele brandstoffen "in de loop van deze eeuw".

Er vallen kritische bedenkingen te maken, maar hoe dan ook is dit een historisch politiek signaal - dat binnen de G7 hard bevochten werd. Of dit signaal ook hier in Bonn de onderhandelingen zal versnellen is nog maar de vraag. Voorlopig valt daar weinig van te merken. Stratego is een spel dat met weloverwogen zetten wordt gespeeld...

664 kilometer. Dat is de afstand tussen Bonn, waar vorige en deze week de internationale klimaatonderhandelingen plaatsvinden, en het kasteel in de Duitse Alpen waar vanaf maandag de G7-leiders overleg plegen, ook over het klimaat en de belangrijke top eind dit jaar in Parijs.

Toch waart de geest van die nakende G7-bijeenkomst hier in Bonn al een week door de onderhandelingen. De voorbije dagen leken op bezigheidstherapie. Er wordt hard gewerkt, dat wel. Maar er wordt niet onderhandeld. Een Duitse onderhandelaar beschreef het me als volgt: "Momenteel onderhandelen we over hoe we zullen onderhandelen over een onderhandelingstekst." Tja.

Angela Merkel

Het is duidelijk – en normaal in zeker opzicht – dat de grote knopen op een hoger niveau ontward moeten worden. Daarom dat een sterk signaal door de G7 vanuit de Duitse Alpen richting Bonn erg welkom zou zijn. Zeker van gastvrouw Angela Merkel wordt verwacht dat ze haar belofte hard maakt om haar politieke gewicht in de strijd te gooien voor een goed klimaatakkoord in Parijs. Maar de aanloop naar deze klimaathoogmis in december blijft een spel politieke stratego. Geen enkel van de grote landen wil zijn nek al uitsteken.

Dan kun je je vragen stellen bij het nut van deze tussentijdse klimaatconferenties, waar diplomaten al te vaak met handen en voeten gebonden zijn aan wat er zich boven hun hoofden afspeelt. Toen ik daarover sprak met een ervaren Belgische diplomaat, was die heel erg duidelijk: dit proces is "the only show in town".

Hij heeft natuurlijk een punt. Ook al worden deze klimaatonderhandelingen heel sterk gestuurd door politiek overleg in andere fora zoals de G7 en zijn de resultaten ervan voor de buitenwereld vaak héél teleurstellend, dit VN-proces blijft het enige middel om tot gezamenlijke globale klimaatactie te komen. Ik blijf hiermee worstelen, en ik vermoed dat ik niet de enige ben.

België gaat af

Ons landje stond vorige week op de klimaatconferentie in Bonn trouwens opnieuw met de broek op de enkels op de internationale bühne. In een sessie waar landen elkaar bevragen over hun nationale klimaatbeleid, kreeg die arme Belgische onderhandelaar verrassend veel vragen van enkele grootmachten. Zo is het ook de VS, China en Brazilië niet ontgaan dat er na 6 jaar nog altijd geen klimaatakkoord tussen onze regering is bereikt. Een akkoord dat moet zorgen dat we onze internationale engagementen tegen 2020 kunnen nakomen. Helaas zijn we niet op de goede weg om die (heel bescheiden) doelstellingen te halen.

Het Belgische klimaatdebacle is veel meer dan wat communautair geharrewar. Onze politici, aan beide zijden van de taalgrens, zien klimaatbeleid nog altijd als een 'last' die ze moeten verdelen. Ze blijven blind voor de vele kansen die ambitieuze klimaatmaatregelen bieden. Het zal ons land duizenden nieuwe - en lokaal verankerde - jobs opleveren, onze importfactuur voor fossiele brandstoffen gevoelig doen dalen en onze levenskwaliteit en gezondheid verbeteren.

China, Denemarken, India...

Misschien moeten onze 4 (!) klimaatministers eens vaker over de Belgische grenzen durven kijken. Want de wereld verandert, en snel. Het klimaatbesef lijkt te groeien, maar ook: de kostprijs van hernieuwbare energie is in de voorbije 5 jaar enorm gedaald (80% voor zonne-energie en 60% voor windenergie op land). En dat vertaalt zich in de investeringen. Ik schreef eerder al dat China veel sneller dan verwacht zijn steenkoolproductie afbouwt en massaal investeert in hernieuwbare energie. Dat heeft globale repercussies, aangezien China de grootste uitstoter is.

En er is meer. Een land als Denemarken bijvoorbeeld wil al binnen 20 jaar al zijn elektriciteit uit hernieuwbare bronnen halen. Kopenhagen wil de eerste klimaatneutrale hoofdstad ter wereld worden, tegen 2025! Intussen investeert India miljarden in een massaal zonne-energie programma van 100 GW voor de komende 10 jaar. Daar is het aandeel van hernieuwbare energie vandaag al dubbel zo groot als dit van kernenergie. De VS installeerde vorig jaar meer windenergie dan steenkool en gas samen. In Duitsland komt nu bijna een derde van de elektriciteit van hernieuwbare bronnen.

Opvallend is ook dat in verhouding met het bruto nationaal product de landen in ontwikkeling de grootste investeerders zijn in hernieuwbare energie: Mauritius, Uruguay, Costa Rica, Nicaragua, Zuid-Afrika en Chili. En we zouden nog uren kunnen doorgaan, ook over de ontelbare initiatieven van steden en gemeentes om hun klimaatimpact te verkleinen.

Tijd dus dat onze Belgische ministers, de wereldleiders in de G7, en de diplomaten hier in Bonn de energierevolutie in de armen sluiten!

- Onze klimaatexpert Joeri Thijs is momenteel in Bonn waar hij als lid van de Belgische delegatie de onderhandelingen volgt.