Stijn Bruers heeft opnieuw de kat de bel aangebonden over genetisch gewijzigde organismen (ggo’s). In een blogartikel diept hij een waslijst aan argumenten op en eist hij dat de milieubeweging haar verzet tegen ggo’s laat varen. Hij herhaalt dat standpunt vandaag in De Morgen, met een uitnodiging voor milieuorganisaties zoals Greenpeace om het geweer van schouder te veranderen.

Bruers heeft overschot van gelijk als hij stelt dat er debat nodig is over ggo’s. Landbouw, het voedselsysteem en de plaats van ggo’s in dat geheel is een complex thema, met een grote impact op ons dagelijks leven. We moeten dus zeker alles in overweging nemen. Het stuk van Bruers doet dat. Wie die bloemlezing leest, zou bijna smeken om ggo’s toe te laten; wij niet.

Landbouw in crisis

Greenpeace heeft besloten om ggo’s te behandelen voor wat ze zijn: een techniek die na 20 jaar geen oplossingen heeft geboden voor de voedselproblematiek of de ecologische impact van de landbouw. Vandaag lijden bijna 1 miljard mensen honger en kampen bijna evenveel mensen met obesitas. We gooien een derde van alle voedsel weg, bewerken een vierde van de vruchtbare landbouwgrond voor diervoeder en geven de controle over onze voeding weg aan een handvol multinationals. Ggo’s zijn al twintig jaar deel van dat systeem, en hebben dat op geen enkele manier ten gronde veranderd, integendeel.

Ondanks het feit dat er heel veel geld vloeit naar ggo’s, blijven ze een vat vol onzekerheden. Voor elke studie die bewijst dat ggo’s zorgen voor minder pesticiden, kan een studie aangevoerd worden die het tegendeel aantoont. Hetzelfde geldt voor de economische voor– of nadelen en de sociale gevolgen. Het is zelfs duidelijk dat bepaalde gentechtgewassen leiden tot meer gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen: in de VS steeg het verbruik met bijna 3 miljoen ton tussen 1996 en 2011. De wetenschappelijke zekerheid is dus helemaal niet zo groot als Bruers beweert. Maar studies blijven studies. Er is zélfs een studie die beweert dat er teveel studies zijn.

De realiteit is dat de conventionele landbouw in een diepe crisis verkeert, zowel sociaal, economisch als ecologisch. Dat schreeuwt om een totale omslag. We moeten weg van het huidige voedselsysteem waarin boeren moeten werken voor een habbekrats. Een voedselsysteem waarin we massaal pesticiden pompen, duizenden beesten ophokken in een stal en appels met een bruin vlekje afkeuren. Ggo’s zijn in die zin zelfs geen pleister op een wonde of een druppel op een hete plaat. Het is volledig naast de kwestie.

Agro-ecologie zonder ggo’s

Greenpeace kiest voor een ander soort landbouw. Een landbouw waarbij de boer terug centraal staat. Een landbouw waarin we gezonde voeding produceren voor iedereen en waarbij we samenwerken met het ecosysteem en de biodiversiteit in plaats van ze te bestrijden ten voordele van een monocultuur. We kiezen voor een ecologische landbouw op basis van de agro-ecologische wetenschap. Agro-ecologie is een holistische landbouwwetenschap, wat het ingewikkeld maakt maar ook uitermate interessant.

Natuurlijk heeft ook biotechnologie haar plaats binnen agro-ecologie. Biotechnologie is een verzamelnaam voor alles tussen bier brouwen en de risicovolle genetische manipulatie. Voor genetische manipulatie wil Greenpeace duurzame alternatieven, en de zogenaamde Marker Assisted Selection (MAS) is zo’n alternatief. Bij deze opkomende, ecologische technologie gebruiken veredelaars hun kennis over genen en erfelijkheid om nieuwe variëteiten te selecteren uit natuurlijke kruisingen, zónder de risico’s van knip- en plakwerk met genen. Net als bij ggo’s trouwens loert ook bij MAS, de patentdiscussie om de hoek. Maar zoals ook Bruers aangeeft, moeten we daarvoor de patentwet aanpakken.

Ggo’s zijn als chloorkippen

Agro-ecologie heeft geen nood aan genetische gemanipuleerde gewassen. Integendeel, het zou paradoxaal zijn. De natuur heeft alles in huis om plagen te beperken en schimmels te bestrijden. De strategie die wordt toegepast is biodiversiteit. Monoculturen passen niet in dat plaatje en zijn daarom het slachtoffer van pest en plagen. Ggo’s als oplossing aanbieden, verandert niets aan het onderliggend probleem. Het is als de chloorkippen: die worden in erbarmelijke omstandigheden gehouden en zijn daardoor onderhevig aan ziektes en bacteriën. In plaats van de omstandigheden aan te pakken besloot men in de VS om die kippen door een chloorbad te halen. Hiermee creëert men uit een soort gemakzucht en gedreven door winst een nieuw probleem, bovenop het bestaande.

Vlucht vooruit met ecologische landbouw

Naast Greenpeace stelt ook de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) dat het tijd is om het pad van kleinschalige ecologische landbouw in te slaan. Het instituut organiseerde vorig jaar een internationaal symposium rond agro-ecologie. Ook het International Assessment of Agricultural Knowledge, Science and Technology for Development (IAASTD), een breed initiatief binnen de VN dat werd afgerond in 2009,  ziet niet meteen heil in genetische manipulatie voor de toekomst van de landbouw. Het plaatste er kanttekeningen bij zoals een gebrek aan impactstudies voor de lange termijn op ecosystemen en gezondheid, en een potentiële bedreiging voor biodiversiteit.

Samen met de boer

Laat ons de handen in elkaar slaan, boeren en milieubeweging, en kiezen voor een landbouw die economisch en ecologisch weerbaar is. Dat vraagt ondersteuning van overheid en consumenten. De eerste moeten voldoende middelen voorzien om onderzoek uit te voeren naar agro-ecologische teelttechnieken, de laatste kan maar beter zijn boer leren kennen en de prijs betalen die het voedsel waard is. Er zijn voldoende manieren om dat te doen. Denk maar aan CSA of gemeenschapslandbouw, voedselteams of de boerenmarkten van Fermet

- Brecht Van der Meulen is verantwoordelijk voor onze campagne rond ecologische landbouw