Bosontginning in Congo: open brief van Greenpeace, Global Witness en de Rainforest Foundation aan de Wereldbank

Persbericht - 4 december, 2009
Enkele dagen voor de klimaatonderhandelingen van Kopenhagen hebben Greenpeace, Global Witness en de Rainforest Foundation een open brief gestuurd aan de Wereldbank. De organisaties hebben kritiek op de rol die de bank speelt in de bosontginning in de Democratische Republiek Congo (DRC), het land met het tweede grootste tropisch regenwoud ter wereld.

De top van Kopenhagen biedt een ongeziene kans om een wereldwijd akkoord te sluiten over het vermijden van de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van ontbossing in het kader van een aangepast REDD-mechanisme [1]. Maar die internationale inspanningen zullen vergeefs zijn wanneer er geen rekening wordt gehouden met de lessen die zijn getrokken uit eerdere door de Wereldbank gestuurde hervormingen in de bosbouwsector. Daarbij staat het overleven van het Congolese tropisch regenwoud op het spel.

De open brief protesteert tegen het feit dat de multinationale bosbouwondernemingen in Congo de elementaire regels van legaliteit en transparantie grofweg met de voeten treden en de rechten van de plaatselijke bevolking schenden.

  • In januari 2009 werd het proces van 'wettelijke herziening' van de kapvergunningen in de DRC afgerond. De Wereldbank verklaart op haar website dat de geschrapte vergunningen vandaag 'van nul en gener waarde' zijn en dat 'alle bosbouwactiviteiten die op basis daarvan worden uitgevoerd, moeten worden stopgezet'. Nochtans heeft Greenpeace - en andere groepen uit de civiele samenleving - aanwijzingen dat sommige bosbouwers hun activiteiten hebben voortgezet en de nationale wetgeving aan hun laars lappen.
  • In september 2009 blokkeerden vrouwen uit de Evenaarsprovincie de doorgang van vrachtwagens van Sodefor, een filiaal van Nordsüdtimber, een belangrijk Congolees bosbouwbedrijf met hoofdkantoor in Liechtenstein. Zij wilden het bedrijf erop wijzen dat het zijn beloften niet was nagekomen.
  • Op 16 en 17 november ontmoette Greenpeace een vijftigtal vertegenwoordigers van de gemeenschappen die leven van het bos in de streek van Bumba (in de Evenaarsprovincie). Uit hun getuigenissen blijkt dat de plaatselijke bevolking systematisch buiten de beslissingen over het lot van haar bos wordt gehouden.

In het kader van zijn Forest Carbon Partnerhip Facility (FCPF) helpt de Wereldbank de DRC bij het uitwerken van een nieuw REDD-mechanisme. Greenpeace vreest dat de inkomsten uit de REDD-initiatieven uiteindelijk zullen worden afgewend ten voordele van een zogenaamd 'duurzaam beheer' door de bosbouwers - zonder dat het bos echt wordt beschermd of dat er aandacht is voor de plaatselijke ontwikkeling.

De Wereldbank - en de andere donoren - moeten bijdragen aan de financiering van alternatieve oplossingen die werkelijk positief zijn voor het woud, de bevolking en het klimaat.

De Wereldbank staat op een kruispunt. Tot vandaag is zij niet ingegaan op de oproepen van allerlei ngo's die haar aansporen om alle maatregelen ten gunste van de industriële bosontginning en van plantages uit te sluiten van de REDD-mechanismes. Zal zij bij haar standpunt blijven of zal zij uiteindelijk toch de voorkeur geven aan oplossingen die goed zijn voor de mensen, het woud en het klimaat?

Onderwerpen