Greenpeace verwelkomt voorzichtig verlenging houtkapmoratorium in Congo

Persbericht - 9 oktober, 2008
de Congolese milieuminister, José Endundo, kondigde maandag aan dat het moratorium op de toekenning van nieuwe houtkapvergunningen, dat sinds 2002 van kracht is, met drie jaar wordt verlengd. Dat is goed nieuws en een belangrijke eerste stap voor de bescherming van de Congolese bossen. Op 8 oktober werden echter ook de resultaten vrijgegeven van de herzieningsprocedure van de houtkapvergunningen, die met steun van de Wereldbank werd opgestart in 2002. De bevoegde Congolese interministeriële commissie nam 156 houtkapvergunningen onder de loep en besloot 46 ervan te legaliseren. Volgens Greenpeace lijdt het hele herzieningsproces onder een gebrek aan transparantie, onduidelijke herzieningscriteria en de afwezigheid van betrouwbare informatie. Dat maakt de noodzaak van het behoud van het moratorium des te urgenter.

Uit een nota die Greenpeace op 8 oktober vrijgaf blijkt dat maar liefst 33 van de 46 gelegaliseerde vergunningen toegekend werden nadat er al een moratorium ingesteld was op het toekennen van nieuwe boskapvergunningen. De Congolese overheid schept hiermee een gevaarlijk precedent. Het legaliseren van illegaal verkregen vergunningen zal houtkapbedrijven niet stimuleren om zich in de toekomst nog aan de wet te houden. In het herzieningsproces werd bovendien amper rekening gehouden met milieucriteria of sociale overwegingen. Zonder moratorium is er geen enkele garantie dat de geannuleerde vergunningen achteraf niet gewoon opnieuw worden toegekend.

Enkele internationale bedrijven zien nu wel hun illegaal verkregen vergunningen gelegaliseerd, onder wie het Zwitsers-Duitse SIFORCO (Danzer Group), dat eerder dit jaar door Greenpeace werd aangeklaagd omdat het belastingen ontdook in Congo. Ook de Portugese NST-groep komt als grote winnaar uit dit proces. Het Belgische bedrijf SICOBOIS ving bot en verloor alle vergunningen die deel uitmaakten van de herzieningsprocedure. Ook Safbois, een Belgisch bedrijf dat deel uitmaakt van de Amerikaanse Blattner Group zag slechts één vergunning gelegaliseerd.

Greenpeace documenteerde de sociale conflicten in de gebieden waar deze bedrijven actief zijn. Schendingen van de rechten van lokale en inheemse gemeenschappen zijn eerder regel dan uitzondering. Dit gaat van het niet nakomen van contracten tot het brutaal neerslaan van stakingen. Deze bedrijven vinden dat ze recht hebben op een "duurzaamheidscertificaat", maar ze exporteren wel aanzienlijke volumes internationaal beschermde houtsoorten en zijn actief in gebieden vol waardevolle biodiversiteit.  

"Het is voorbarig om over duurzaamheidscertificering te spreken", stelt An Lambrechts van Greenpeace.  "Er moet eerst een effectief bosbeleid en een sluitend controlesysteem gevestigd worden. Ook een participatief landbestemmingsplan dat uitgaat van de noden en rechten van de lokale gemeenschappen is noodzakelijk. De Belgische overheid heeft hiervoor middelen vrijgemaakt. Deze moeten nu ook worden aangewend om ervoor te zorgen dat het moratorium geen lege doos blijft."

Het behoud van de Congolese bossen is ook van vitaal belang in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Als tweede grootste tropisch regenwoud vormen de bossen in het Congobekken immers een belangrijk reservoir voor de opslag van broeikasgassen. Tegelijkertijd is ontbossing wereldwijd verantwoordelijk voor 20 % van de CO2-uitstoot.

Daarom is Greenpeace ervan overtuigd dat de industriële houtkap in Congo vervangen moet worden door een financieringsmechanisme voor de bossen dat de biodiversiteit beschermt, de lokale en inheemse bevolkingsgroepen ondersteunt en het klimaatevenwicht helpt te behouden. Op dit vlak verwacht Greepeace cruciale stappen tijdens de klimaatonderhandelingen over het Kyoto-plus pakket in het Poolse Poznan begin december.

Onderwerpen
Tags