Congobekken: eldorado voor palmolie?

Arbeiders in een palmolieplantage van Herakles Farms.

Arbeiders in een palmolieplantage van Herakles Farms.

© Jan-Joseph Stok / Greenpeace

De bossen van het Congobekken zijn tot nu toe vrij goed beschermd. Maar palmolieplantages vormen een nieuwe bedreiging.

Wat kan jij doen? Kom in actie voor de bossen!

Een beeld uit het dagelijks leven in een dorpje in het Kameroense woud: de bewoners maken gebruik van de oliepalmen. Zij gebruiken de as als mest en de wortels als medicijn. De stam dient om huizen te bouwen en de bladeren om er dakbedekking van te maken. De oliepalm, afkomstig uit West- en Midden-Afrika, wordt al eeuwen op lokale schaal gebruikt door de Afrikaanse bevolking. “Op een boerderij is er geen sprake van monocultuur op grote oppervlaktes”, weet Philippe Verbelen, verantwoordelijke voor de campagne Bossen bij Greenpeace International. “De oliepalm doet het goed naast gierst, cacao, fruit...”

Tot nu toe was de exploitatie van de oliepalm dus beperkt, maar ze dreigt uit te breiden om te voldoen aan de groeiende regionale en internationale vraag. Palmolie is dan ook een ongelooflijk gegeerd product. De voorbije jaren is zij de nummer één geworden van alle plantaardige oliesoorten in de wereld. Je vindt palmolie in allerlei veel voorkomende consumptieproducten: van shampoo tot pizza, wasmiddelen of chips. En alsof dat nog niet volstaat, wordt de vraag naar palmolie ook nog eens opgedreven door de opmars van biobrandstoffen.

Jonge gorilla

Bossen van het Congobekken krioelen van het leven

Het Congobekken strekt zich uit over zes landen: Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, DRC, Equatoriaal-Guinea, Gabon en Congo-Brazzaville. We vinden er het grootste tropisch woud op aarde na het Amazonewoud. Die bossen zijn van essentieel belang: ze bieden onderdak aan 30 miljoen mensen die afhankelijk zijn van het woud om in hun voedingsbehoeften te voorzien. De producten uit het bos leveren een belangrijk deel van hun inkomen – of ze die nu meteen verbruiken of verkopen op kleine schaal – en spelen zo een sleutelrol in landen waar armoede en ondervoeding wel degelijk bestaan.

In die bossen wemelt het trouwens van planten- en diersoorten, waaronder ook bedreigde dieren zoals de laaglandgorilla, de bosolifant of de chimpansee. En ten slotte
bevatten zij ongeveer 25% van alle koolstof die wereldwijd in tropisch bos opgeslagen zit. Zo dragen ze bij aan het stabiliseren van het klimaat op aarde.

 

Staan Kameroen en alle andere landen in het Congobekken op het punt dezelfde fouten te maken als Indonesië en Maleisië? Momenteel wordt de wereldwijde vraag naar palmolie vrijwel volledig gedekt vanuit die twee Aziatische landen. In totaal leveren zij 87% van de geproduceerde palmolie, die wordt uitgevoerd naar India, Europa en China. Als gevolg daarvan zijn de plantages er vandaag de belangrijkste motor van de ontbossing.  Eeuwenoude bossen worden er één na één gekapt of platgebrand. In Indonesië zijn tussen 2000 en 2005 elk jaar 1,1 miljoen hectare tropisch woud en koolstofhoudende veengronden verwoest. Door die vernietiging komen diersoorten als de Sumatraanse tijger en de orangoetan in gevaar. En in veel gevallen zijn plaatselijke gemeenschappen en inheemse volken van hun grond verdreven.

Door de onophoudelijk groeiende vraag naar palmolie die trouwens vandaag al groter is dan het aanbod, willen investeerders nu hun productie buiten Azië uitbreiden. “Ze hebben hun oog laten vallen op het westen van het zwarte continent. Ze hebben plannen in Liberia, maar ook in Centraal-Afrika”, waarschuwt Philippe Verbelen.

Meer dan 2 miljoen hectare

Het Congobekken en meer bepaald Kameroen is het eerste doelwit van een golf van grondaankopen. Twee derde daarvan is het werk van Europese en Aziatische investeerders. Volgens recent onderzoek van Greenpeace hebben zij al meer dan 2,6 miljoen hectare op het oog, verspreid over verschillende landen in Centraal-Afrika. Een deel van die oppervlakte is trouwens al toegewezen aan projecten voor grote oliepalmplantages, die meestal minstens voor een deel voorzien zijn in bosgebied.

Palmolie tegen armoede?

Buitenlandse investeerders beweren dat hun plantageprojecten de economische ontwikkeling zullen bevorderen omdat ze zorgen voor kapitaal, infrastructuur en arbeidsplaatsen. Het Oakland Institute, dat verschillende aankoopovereenkomsten heeft onderzocht, denkt daar anders over. Volgens het instituut zijn de mogelijkheden voor economische ontwikkeling beperkt. Het wijst er trouwens op dat de investeringen milieu- en sociale kosten met zich mee brengen voor de betrokken landen en leiden tot het verlies van middelen van bestaansmiddelen en economische kansen voor de bevolking.

"De laatste tijd is de ontbossing in het Congobekken verdubbeld"

Steeds meer plaatselijke gemeenschappen verzetten zich tegen de projecten. Ze laten zich niet meer misleiden door valse beloften over nieuwe arbeidsplaatsen. Ze zijn woest omdat ze zelden worden betrokken bij de ondertekening van concessies voor de aanleg van plantages. Nochtans zijn zij toch wel de eerste belanghebbenden. Als zij geen toegang hebben tot het woud, verliezen ze hun toegang tot voedsel en water en kunnen ze een kruis maken over grond die ze kunnen bewerken en dus over inkomsten...

Kumi Naidoo, directeur van Greenpeace International, verzet zich tegen de dubieuze praktijken van de investeerders: "Als directeur van Greenpeace International kan ik ontwikkeling alleen maar aanmoedigen, op voorwaarde dat die gebeurt met respect voor de mensen en de natuur."


Irene WabiwaIrene Wabiwa is Congolese en advocate gespecialiseerd in milieurecht. Op dit moment is ze sterk bezig met de uitbreiding van de palmolieplantages, en vooral met het project van Herakles Farms.

Greenpeace verzet zich met klem tegen het project van Herakles Farms in Kameroen. Waarom specifiek tegen dit project?

Er zijn inderdaad ook nog andere projecten in ontwikkeling in Liberia, in Congo-Brazzaville, in de Democratische Republiek Congo en in Gabon. Maar het project van Herakles Farms illustreert perfect de maatschappelijke en milieuproblemen die de ongeremde uitbreiding van palmolie kan veroorzaken in verschillende regio’s in Afrika. Herakles Farms is de naam van een Amerikaans bedrijf dat van plan is om een oliepalmplantage aan te leggen op een oppervlakte van niet minder dan 70.000 hectare in het zuidwesten van Kameroen. Dat is een oppervlakte die meer dan vier keer groter is dan het Brussels gewest. Enkele maanden geleden ben ik naar Kameroen gereisd om de juridische, sociale en ecologische aspecten van dit project te bespreken. Ik was verrast door het sterke verzet van de plaatselijke bevolking. Ik was ook onder de indruk van het werk dat de lokale ngo’s leveren. Zij stellen alles in het werk om de plaatselijke gemeenschappen te helpen en hun actie te ondersteunen.

"De plaatselijke bevolking is niet geraadpleegd en dreigt haar grond te verliezen"

Welke impact zal dit project precies hebben op sociaal vlak?

Duizenden boeren wonen in de streek waar Herakles Farms van plan is zijn plantage aan te leggen. Zij doen aan lokale landbouw en velen onder hen kweken ook cacao. De boeren zijn niet geraadpleegd en nu dreigen zij hun grond te verliezen. Het bedrijf heeft er op geen enkel moment aan gedacht om hun uitleg te geven over wat hen te wachten staat. Dat is onaanvaardbaar.

Welke milieu-impact zal het project hebben?

Het project is ook een ramp voor het milieu en de biodiversiteit. Greenpeace is over het gebied gevlogen en heeft satellietbeelden geanalyseerd. Wij hebben bewijzen dat het betrokken gebied bestaat uit dicht tropisch woud. Nochtans beweert het bedrijf dat het gaat om landbouwgrond en bossen die al sterk zijn aangetast. Dat is nog niet alles: de bossen in kwestie liggen in een zone die de verbinding vormt tussen vijf beschermde gebieden. Die uitgestrekte zone vormt het leefgebied van allerlei bedreigde diersoorten zoals de bosolifant, de chimpansee en zeldzame primatensoorten. Al die dieren hebben een uitgestrekt gebied nodig om zich te verplaatsen. Met een plantage pal in het midden van die beschermde gebieden, zullen de dieren zich niet meer vrij kunnen bewegen over een grote afstand. En ten slotte zal de toestroom van arbeiders op de plantages ook illegale stroperij met zich mee brengen.

Zijn ze al begonnen met de aanleg van de plantages?

Ja. En op illegale wijze nog wel. Herakles Farms is al begonnen met de kaalkap van het woud voor de aanleg van drie boomkwekerijen, ook al heeft het nog niet alle wettelijke documenten van de regering van Kameroen gekregen.

Wat hopen jullie te bereiken met jullie protest tegen dit project?

Wij willen een duidelijke boodschap laten horen aan alle investeerders die belangstelling hebben voor de productie van palmolie in Afrika: nieuwe projecten voor de aanleg van plantages mogen in geen geval het bestaan van de plaatselijke bevolking bedreigen. En het is uiterst belangrijk om hun rechten te respecteren. De nieuwe plantages mogen uitsluitend worden ingericht in gebieden waar zij niet leiden tot de verwoesting van het woud. Palmolie kan helpen om de voedselzekerheid van miljoenen Afrikanen te   verzekeren, om de bevolking een inkomen te bieden en om de plaatselijke economie te ontwikkelen. Daartoe moet de palmolie worden geproduceerd in goed beheerde en gediversifieerde systemen van agroforestry.

 

Volledig dossier (in pdf).