Het op een na grootste tropisch regenwoud ter wereld ligt in het Congobekken in Centraal Afrika. Het woud strekt zich uit over landen als de Democratische Republiek Congo, Kameroen, Congo-Brazzaville, Gabon, Centraal-Afrikaanse Republiek, en Equatoriaal-Guinea.
Meer dan de helft van het regenwoud
in
het Congobekken
valt binnen de grenzen van de Democratische Republiek Congo. Alleen hier al zijn miljoenen mensen, waaronder de Baka-pygmeeën, afhankelijk van het woud om te overleven.
Maar
liefst 3 van de 4 mensapen ter wereld,
de chimpansee, de bonobo (dwergchimpansee) en de gorilla, komen voor in Congo. Ook okapi's, bosolifanten en talloze kleurrijke vogels
vinden er onderdak.
In het Congobekken vormen illegale en destructieve houtkap nog steeds een groot probleem. Voor de bewoners levert
de houtkap niet veel op. Geld krijgen ze nauwelijks voor het gebruik
van hun gronden. Het werk dat gecreëerd wordt bij de exploitatie van het woud is slechts tijdelijk en de scholen en poliklinieken die
de houtkapbedrijven opgezet hebben, raken al snel in verval wanneer de bedrijven een gebied verlaten.
De Europese markt is een van de grootste afnemers van Afrikaans hout. Heel wat bosconcessies in Afrika zijn in handen van grote Europese
houtexploitanten, waaronder het Nederlandse bedrijf Wijma en de Franse ondernemingen Rougier, Thanry en het Duitse Danzer.
Greenpeace richt haar aandacht in het Congobekken voornamelijk op de Democratische Republiek Congo en Kameroen.