De nog intacte wouden in Azië en de Pacific bevinden zich voornamelijk in Indonesië tot Papua Nieuw Guinea en de Solomon eilanden. Het eiland Nieuw Guinea, het tweede grootste eiland ter wereld, heeft nog het grootst aaneengesloten intact woud in de regio. Het eiland is opgesplitst in twee delen: het door Indonesië bezette West Papua en in het oosten Papua Nieuw Guinea.
De wouden in deze regio omvatten tropische regenwouden, mangroves,
kust- en moeraswouden, moessonwouden, ... We vinden er dier- en plantensoorten die nergens
anders ter wereld voorkomen. Onder andere de orang oetan, de Sumatraanse tijger en
de Sumatraanse neushoorn in Indonesië,. en de grootste vlinder (Queen
Alexandria's Birdwing) en de grootste bloem (derafflesia bloem) ter
wereld in Papua Nieuw Guinea. Ze bieden een thuis aan honderden inheemse culturen. De culturele diversiteit is enorm: alleen al op het eiland
Nieuw-Guinea worden meer dan 1000 talen gesproken. De mensen die hier
wonen hebben al duizenden jaren lang een sterke band met het woud: ze
zijn ervan afhankelijk voor hun cultureel, spiritueel en fysisch
welzijn.
Ook de wouden in deze regio staan onder zware druk.
In Indonesië worden veel bossen gekapt voor hout en papier en platgebrand
voor de aanleg van oliepalmplantages. Ongeveer 90% van de houtkap in
Indonesië gebeurt illegaal. Tot op vandaag komt hout (maar ook
papier) uit Indonesië nog steeds op de Europese en Belgische markt
terecht.
Ook in Papua Nieuw Guinea bedreigen multinationale houtkapbedrijven de
majestueuze wouden. De bossen werden de laatste jaren drie keer zo snel
gekapt als ze konden aangroeien.
Een alternatief voor de industriële houtkap is de kleinschalige kap
door de traditionele eigenaren van de bosgronden. Deze kleine en
middelgrote landbezitters verdienen veel meer met de eigen kap dan als
ze het land in gebruik geven. Hun aantal groeit snel en levert de
lokale economie een flinke impuls op.
In Australië (Oceanië) vinden we ook nog stukken intact woud, en dan
voornamelijk op het eiland Tasmanië.