Tasmanië, een deelstaat van Australië, heeft vandaagt al 75 % van zijn oorspronkelijke oerbossen verloren.
De valleien in het westen van Tasmanië zijn
bedekt met de grootste loofbomen ter wereld: Eucalyptus (Eucalyptus
regnans). Ze kunnen wel een paar honderd jaar oud worden. In het
noordwesten van Tasmanië, in de regio van de Tarkine, komt het
grootste gematigde regenwoud van Australië voor; In dit bostype
vinden we ook één van de ouste bomen ter wereld, de
Huon-den. Deoor de complexe geschiedenis en het isolement van het
eiland, zijn heel wat planten en dieren uniek voor dit eiland.
Een groot deel van de oerbossen in
Tasmanië zijn niet degelijk beschermd en worden vandaag bedreigd
door houtkap. Gunns Ltd, het grootste Australische exploitatiebedrijf
dat zowaar een monopolie heeft in Tasmaniê op de
bosexploitatie, hanteert bovendien barbaarse praktijken. Heel wat
gebieden worden kaalgekapt over zeer grote opperlvakten, en
vervolgens worden de resten en onderetage afgebrand. Daarna worden
heel wat van deze kaalvlaktes omgezet in plantages.
Het spreekt voor zich dat deze
werkwijze gepaard gaat met een grote verspilling van onze natuurlijke
hulpbronnen. Heel wat van de oude eucalyptusbomen eindigen in chips
voor de papierindustrie, een erg laagwaardige toepassing. Deze chips
worden geëxporteerd naar Japan. Een klein deel van het hout
wordt verzaagd, en wordt onder meer naar Europa geëxporteerd.
De Tasmaanse overheid beweert dat heel
wat natuur beschermd is, onder meer in het Werelderfgoedgebied “the
Tasmanian Wilderness”. Maar ze zegt er niet bij dat heel wat van de
waardevolle oerbossen buiten de beschermde gebieden vallen, en die
gaan tegen een snel tempo tegen de grond.