U bent hier:
Geslaagde jacht van de Greenpeace jaguars! Samen met de Wichi, de bewoners van het bosgebied Pizarro in Argentinië, heeft Greenpeace actie gevoerd tegen het kappen van de bossen voor sojaplantages. ©Greenpeace
Vergroot fotoHoe het begint...
In 1996 beginnen Argentijnse boeren enthousiast met de grootschalige teelt van genetisch gemanipuleerde soja, overtuigd door de reclame van multinational Monsanto. De planten zijn resistent gemaakt tegen het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup, niet geheel toevallig ook een product van Monsanto. De verkoop ervan in Argentinië stijgt spectaculair. Aanvankelijk lijkt de teelt van deze zogeheten Roundup Ready soja alleen maar voordelen te hebben. Boeren kunnen eenvoudig het onkruid op hun akkers doodspuiten, zonder vrees voor hun gewas. Voorheen was dat een precaire zaak: te weinig spuiten en het onkruid woekerde voort, te veel betekende dat ook de sojaplanten het loodje legden. Ook wordt het dankzij de nieuwe soja makkelijker om het land te bewerken: de akkers hoeven niet meer, zoals voorheen, diep omgeploegd te worden om de wildgroei van onkruid tegen te gaan. Nu zijn slechts ondiepe voren nodig om de sojabonen in te planten, het onkruid wordt effectief bestreden met Roundup.
En dan?
De voordelen veranderen al snel in nadelen. Door het gebruik van de genetisch gemanipuleerde bonen kunnen boeren veel grotere oppervlaktes land bewerken. Ook gronden die voorheen weinig geschikt waren als landbouwgrond worden nu snel in gebruik genomen. Sinds 1996 is 5,6 miljoen ha grond in bezit genomen voor de sojateelt. Hiervan is 41% omgeploegde natuur. De ontbossing verloopt nu in razend tempo in Argentinië: drie tot zes keer zo snel als het gemiddelde wereldwijd. In zeven provincies gaat tussen 1998 en 2004 ruim 2,2 miljoen hectare bos verloren.
Vanzelfsprekend stijgen de hoeveelheden gebruikte Roundup explosief. Maar dat middel alleen is niet meer genoeg: ook de onkruiden op akkers worden langzaamaan resistent tegen het bestrijdingsmiddel. Boeren worden nu gedwongen om, net als vroeger, naar andere bestrijdingsmiddelen te grijpen. Daarnaast zijn grote hoeveelheden kunstmest nodig op de nieuwe gronden. Het gebruik daarvan is tussen 1990 en 2003 gestegen van 0,3 miljoen ton naar 2,3 miljoen ton. Intussen blijft de bodemvruchtbaarheid dalen.
Failliet
Door het enorme beslag dat de sojateelt
op Argentijnse grond legt, worden veel andere voedselgewassen niet
meer verbouwd. Lokale gewassen als linzen, maïs en tomaten zijn
verdwenen. Argntinië, altijd een grote voedselexporteur, moet nu
voedsel invoeren. Een ander, schrijnend gevolg van de biotechnologie:
normaal bewaren boeren een deel van hun oogst als zaaigoed, maar met
de gepatenteerde ggo-gewassen mag dat niet. De laatste jaren gingen
vele kleine boeren failliet vanwege de hoge kosten van zaaigoed en
bestijdingsmiddelen. De helft van de Argentijnse bevolking leeft
momenteel onder het bestaansminimum, ondanks – of dankzij
gentechnologie.
Meer informatie: het Benbrook-rapport