Skip navigation.
Geslaagde jacht van de Greenpeace jaguars! Samen met de Wichi, de 
bewoners van het bosgebied Pizarro in Argentinië, heeft Greenpeace 
actie gevoerd tegen het kappen van de bossen voor sojaplantages. 
©Greenpeace

Geslaagde jacht van de Greenpeace jaguars! Samen met de Wichi, de bewoners van het bosgebied Pizarro in Argentinië, heeft Greenpeace actie gevoerd tegen het kappen van de bossen voor sojaplantages. ©Greenpeace

Vergroot foto

Acht jaar teelt van genetisch gemanipuleerde soja heeft Argentinië aan de rand van de afgrond gebracht. De ontbossing gaat er sneller dan ooit, landbouwgronden worden in hoog tempo onvruchtbaar en het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen neemt hand over hand toe. Bovendien kunnen kleine boeren niet meer meedoen nu de sojateelt steeds grootschaliger wordt, met forse werkloosheid tot gevolg. Inmiddels wordt er zoveel soja geteeld in Argentinië, dat er geen plaats meer is voor andere gewassen en het land nu voedsel moet invoeren voor de eigen bevolking...

Hoe het begint...

In 1996 beginnen Argentijnse boeren enthousiast met de grootschalige teelt van genetisch gemanipuleerde soja, overtuigd door de reclame van multinational Monsanto. De planten zijn resistent gemaakt tegen het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup, niet geheel toevallig ook een product van Monsanto. De verkoop ervan in Argentinië stijgt spectaculair. Aanvankelijk lijkt de teelt van deze zogeheten Roundup Ready soja alleen maar voordelen te hebben. Boeren kunnen eenvoudig het onkruid op hun akkers doodspuiten, zonder vrees voor hun gewas. Voorheen was dat een precaire zaak: te weinig spuiten en het onkruid woekerde voort, te veel betekende dat ook de sojaplanten het loodje legden. Ook wordt het dankzij de nieuwe soja makkelijker om het land te bewerken: de akkers hoeven niet meer, zoals voorheen, diep omgeploegd te worden om de wildgroei van onkruid tegen te gaan. Nu zijn slechts ondiepe voren nodig om de sojabonen in te planten, het onkruid wordt effectief bestreden met Roundup.

En dan?

De voordelen veranderen al snel in nadelen. Door het gebruik van de genetisch gemanipuleerde bonen kunnen boeren veel grotere oppervlaktes land bewerken. Ook gronden die voorheen weinig geschikt waren als landbouwgrond worden nu snel in gebruik genomen. Sinds 1996 is 5,6 miljoen ha grond in bezit genomen voor de sojateelt. Hiervan is 41% omgeploegde natuur. De ontbossing verloopt nu in razend tempo in Argentinië: drie tot zes keer zo snel als het gemiddelde wereldwijd. In zeven provincies gaat tussen 1998 en 2004 ruim 2,2 miljoen hectare bos verloren.

Vanzelfsprekend stijgen de hoeveelheden gebruikte Roundup explosief. Maar dat middel alleen is niet meer genoeg: ook de onkruiden op akkers worden langzaamaan resistent tegen het bestrijdingsmiddel. Boeren worden nu gedwongen om, net als vroeger, naar andere bestrijdingsmiddelen te grijpen. Daarnaast zijn grote hoeveelheden kunstmest nodig op de nieuwe gronden. Het gebruik daarvan is tussen 1990 en 2003 gestegen van 0,3 miljoen ton naar 2,3 miljoen ton. Intussen blijft de bodemvruchtbaarheid dalen.

Failliet

Door het enorme beslag dat de sojateelt op Argentijnse grond legt, worden veel andere voedselgewassen niet meer verbouwd. Lokale gewassen als linzen, maïs en tomaten zijn verdwenen. Argntinië, altijd een grote voedselexporteur, moet nu voedsel invoeren. Een ander, schrijnend gevolg van de biotechnologie: normaal bewaren boeren een deel van hun oogst als zaaigoed, maar met de gepatenteerde ggo-gewassen mag dat niet. De laatste jaren gingen vele kleine boeren failliet vanwege de hoge kosten van zaaigoed en bestijdingsmiddelen. De helft van de Argentijnse bevolking leeft momenteel onder het bestaansminimum, ondanks – of dankzij gentechnologie.

Meer informatie: het Benbrook-rapport