Skip navigation.
Greenpeace stofzuigt in de perszaal van het Europees Parlement, op 
zoek naar giftige chemische stoffen.

Greenpeace stofzuigt in de perszaal van het Europees Parlement, op zoek naar giftige chemische stoffen.

Vergroot foto

Talrijke wetenschappelijke studies wijzen op een veralgemeende vervuiling van ons leefmilieu, van onze leefruimtes, van onze dagelijkse consumptiegoederen en van onze organismen door bijzonder gevaarlijke chemische stoffen. Dit bewijst duidelijk dat de chemische stoffen die in de Europese Unie gecommercialiseerd worden, niet gereglementeerd zijn zoals we zouden mogen verwachten. En dat terwijl de EU toch de grootste markt ter wereld vormt van scheikundige producten.

Als antwoord op deze problematiek heeft de Europese Commissie wetsvoorstel voor de hervorming van de Europese chemische reglementering ingediend, met als doel een betere bescherming van het publiek tegen de doelgerichte productie van chemische stoffen. Die wetgeving, genaamd REACH, werd definitief gestemd in tweede lezing in het Europees Parlement op 13 november 2006 en in de Europese Raad op 18 november 2006. Het gaat hierbij wellicht om de meest ambitieuze en belangrijkste hervorming van de laatste 20 jaar. Maar beantwoordt ze aan de verwachtingen waaraan ze moest voldoen?

Huidige reglementering
Korte historiek van REACH
De stappen vooruit in REACH, zoals gestemd in tweede lezing
De voornaamste mankementen in REACH
Vijf principiële eisen die de NGO's steunden om REACH te verbeteren
Het belang van de lobby tegen REACH
REACH is gestemd, stopt Greenpeace de campagne?


Huidige reglementering
De Europese Unie is de belangrijkste wereldmarkt voor chemische stoffen: ongeveer 100.000 scheikundige stoffen worden er verhandeld. We weten echter nagenoeg niets over de gevaren die ze mogelijk met zich meebrengen. Dikwijls weten we niet wat hun reële levensduur in het milieu zal zijn. Hun toxiciteit en hun invloed op de gezondheid van de mens zijn nog grotendeels onbekend.
Meer dan 90% van de moleculen die courant gebruikt worden, zijn voor 1981 op de markt gebracht: op een ogenblik dat de Europese reglementering nog geen gegevens vereiste aangaande de schadelijkheid van chemische stoffen voor gezondheid en milieu. We leven dus nog steeds in onwetendheid over hun mogelijke gevolgen. Vanaf 1981 is er een reglementering ingevoerd die zeer gunstig was voor de industrie. Voor de stoffen die na 1981 op de markt kwamen, is het aan de administratie om het bewijs te leveren van de schadelijkheid van een product, en niet aan de industrieel om te bewijzen dat het onschadelijk is. Resultaat: experts verzuipen in lange en dure evaluaties die voortdurend door de industrie in vraag gesteld worden, terwijl de vervuiling van mens en milieu gewoon doorgaat. Tal van stoffen die na 1981 op de markt kwamen, worden vandaag tot de schadelijke gerekend.


Korte historiek van REACH

In oktober 2003 publiceerde de Europese Commissie na verschillende jaren discussie een voorstel voor wetgeving dat de naam REACH meekreeg (Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen). De wetgeving moet aan de producenten of fabrikanten van chemische stoffen de volgende zaken opleggen: registratie van chemische stoffen die verhandeld of geïmporteerd worden in grotere hoeveelheden dan 1 ton per jaar
de evaluatie van de risico’s vooraleer ze een toelating tot het verhandelen van de stoffen krijgen.

REACH had twee duidelijk omlijnde doelstellingen :
  • De meest zorgwekkende stoffen moeten geweerd worden en vervangen worden door veiligere alternatieven
  • De innovatiecapaciteit en concurrentie van de Europese chemische industrie moest behouden blijven

Als gevolg van een erg succesvolle lobbycampagne door de grote Europese chemische bedrijven werd het wetsvoorstel steeds verder uitgehold (met name wat betreft de hoeveelheid toxicologische informatie die verstrekt moest worden)

Het wetgevende proces van REACH volgde een procedure van gemeenschappelijke beslissing en werd dus gestemd door zowel het Europees Parlement als de Europese Raad van Ministers. REACH werd in eerste lezing goedgekeurd in het Europees Parlement in november 2005 en in de Raad van Ministers in december 2005.
Eén van de grote discussiepunten tussen die twee instellingen was het ‘substitutieprincipe’, dat door een meerderheid van de Europarlementsleden gesteund werd, maar door een meerderheid van de lidstaten in de Raad verworpen werd.

Volgens het substitutieprincipe moesten de gevaarlijkste chemische stoffen systematisch vervangen worden door minder schadelijke alternatieven wanneer die beschikbaar zijn aan een redelijke kost. Dat principe werd altijd krachtig verdedigd door Greenpeace en andere organisaties die zich inzetten voor de volksgezondheid, de consumenten en de werknemers, maar ook door progressieve industriële groepen.

De stappen vooruit in REACH, zoals gestemd in tweede lezing

  • Een nooit gezien systeem
    Tot nu toe was er bijna geen informatie beschikbaar over de risico’s en het gebruik van de chemische stoffen die in de EU verhandeld werden. Sommige gevaarlijke stoffen zijn onderhevig aan restricties maar dat is meestal het gevolg van een schandaal rond volksgezondheid of milieu.
    REACH biedt een uniek reglementeringssysteem dat gebaseerd is op het verstrekken van informatie over de veiligheid van 30,000 stoffen die in grote volumes verhandeld worden (meer dan één ton per jaar per producent of importeur). Het systeem laat toe om de meest gevaarlijke stoffen te identificeren en ze in fine te kunnen doen vervangen.

  • De omkering van de bewijslast
    Met REACH is het aan de bedrijven om te bewijzen dat hun stoffen en producten niet schadelijk zijn, en niet – zoals nu het geval is – aan de overheid om met moeite de gevaarlijke stoffen te identificeren en te weren van de markt.

  • Een systeem van autorisatie voor de gevaarlijkste stoffen
    Om de volgende zorgwekkende stoffen te verhandelen, is een vergunning vereist : CMR (Kankerverwekkend, mutageen, toxisch voor de voortplanting), EDC (verstoring van het hormonale stelselen de hormonenhuishouding), PBT (persistent, bioaccumuleerbaar en toxisch) of vPvB (zeer persistent en zeer bioaccumuleerbaar)

  • Een gedeeltelijke substitutieplicht
    In plaats van een algehele substitutieplicht voor de stoffen die hierboven vernoemd zijn, verplicht REACH enkel de substitutie voor de bioaccumuleerbare, persistente en toxische stoffen (PBT) of de zeer persistent en zeer bioaccumuleerbare stoffen (vPvB). Het substitutieprincipe geldt ook voor de kankerverwekkende, toxisch voor de voortplanting en mutagene chemische stoffen (CMR) en hormonenverstorende stoffen (EDC) waarvoor het niet mogelijk is een blootstellingdrempel te bepalen. Voorts is een substitutieplan verplicht voor de CMR en EDC stoffen als de producent of importeur zelf een veiliger alternatief geïdentificeerd heeft.

    Zeer zorgwekkende stof Substitutie ? Commentaar
    PBT, vPvB (persistent en bioaccumuleerbaar) verplicht als veiliger alternatieven voorhanden zijn De erg strikte criteria om tot deze categorie te kunnen behoren, zouden ervoor kunnen zorgen dat sommige gekende PBT niet erkend worden.
    EDC waarvan de blootstellingsdrempel niet te bepalen is (hormonenverstorend) verplicht als veiliger alternatieven voorhanden zijn De beslissing om andere hormoneverstorende stoffen te onderwerpen aan substitutie wordt binnen zes jaar genomen.
    CMR waarvan de blootstellingsdrempel niet te bepalen is (kankerverwekkend, mutageen, toxisch voor de voortplanting) verplicht als veiliger alternatieven voorhanden zijn
    CMR en EDC waarvan een veilige drempel te bepalen is vrijwillig De CMR en hormoneverstorende stoffen waarvoor het mogelijk een zekere drempel te bepalen, zullen toegelaten worden mits ‘afdoend beheersbaar'. Substitutie is te kiezen door de producent.

  • Verbetering van de informatie voor de consument
    De consument heeft het recht aan de leverancier van een product te vragen of het product dat hij gaat kopen stoffen die via REACH geïdentificeerd worden als extreem zorgwekkend. Hij heeft ook het recht de nodige en beschikbare informatie te krijgen van de leverancier over het veilig gebruik van het product in kwestie.

De voornaamste mankementen in REACH
  • Geen algemeen substitutieprincipe
    In tegenstelling tot de wil van de meerderheid in het Europarlement kunnen een groot aantal stoffen die kankerverwekkend, mutageen, toxisch voor de voortplanting (CMR) en hormonenverstorend zijn, nog steeds verhandeld worden, zelfs als er een veiliger alternatief voorhanden is aan een redelijke kost.
    De producent of importeur moet eenvoudigweg aantonen dat de stof ‘afdoende beheerst’ is, een concept dat gebaseerd is op de blootstellingsdrempel, waarvan de bepaling erg twijfelachtig is. Om die drempel vast te leggen zijn immers talrijke analyses en studies nodig. Zo riskeert men meerdere interpretaties en contestatie, en dreigt de chemische sector in een administratief doolhof te verzeilen.

  • Geen stimulatie tot innovatie
    Hoewel een meerderheid van de Europarlementairen hierom gevraagd had, wordt de vergunning niet toegekend voor een bepaalde duur. Bedrijven worden dus niet gestimuleerd om te innoveren en op zoek te gaan naar minder schadelijke alternatieven.

  • Pernicieus substitutieplan
    Als een bedrijf ZELF een minder schadelijk alternatief heeft gevonden, is het verplicht een substitutiestrategie op te stellen en te volgen. Een systeem dat dus niet aanmoedigd om op zoek te gaan naar minder schadelijke alternatieven.

  • Informatieplicht, slachtoffer van de industriële lobby
    De eerste doelstelling van REACH was informatie verschaffen over de eigenschappen van een stof wat betreft veiligheid, gezondheid en milieu. Door de intense lobby van de chemische industrie is dat sterk afgezwakt:

    • van 17.500 stoffen die geproduceerd worden aan hoeveelheden van 1 tot 10 ton per jaar moeten enkel de rudimentaire gegevens genoteerd worden, waardoor elke test op de gezondheid en milieu uitgesloten wordt. Stoffen die aan hoeveelheden tussen 10 en 100 ton geproduceerd worden, ontsnappen ook aan verschillende tests waaronder schadelijkheid voor de voortplanting. Die toegevingen wegen zwaar op de identificatie van gevaarlijke stoffen en veiliger alternatieven.
    • Het Rapport van Chemische Veiligheidsrapport ('Chemical Safety Report'), een werktuig dat door REACH voorzien is om de circulatie van gegevens over de veiligheid van een stof gedurende de hele productieketen te verzekeren, wordt niet toegepast op de 17.500 stoffen (1 tot 10 ton), inclusief die stoffen waarvan de schadelijkheid al bekend is. Deze toegeving heeft gevolgen voor de veiligheid van de werknemers.
    • De extreem gevaarlijke stoffen worden niet vermeld op de consumptie-artikelen. De consument heeft dus geen toegang tot die informatie, behalve als hij zelf die informatie opvraagt bij de fabrikant.

  • Komen er nog meer afzwakkingen?
    REACH wordt nog onderworpen aan meerdere herzieningen, waardoor de wetgeving nog verder afgezwakt kan worden als gevolg van de vernietigende lobbying van de grote industriële groepen.


Vijf principiële eisen die de NGO's steunden om REACH te verbeteren

  1. Voor de meest schadelijke chemicaliën mag geen vergunning worden afgeleverd indien het gebruik ervan niet strikt noodzakelijk is voor de maatschappij of indien er alternatieven beschikbaar zijn. De toepassing van het substitutieprincipe zou moeten worden verplicht.
  2. De registratievereisten moeten garanderen dat voldoende veiligheidsinformatie wordt voorzien.
  3. Er moeten kwaliteitsgaranties worden ingebouwd ten aanzien van de informatie afkomstig van de industrie.
  4. Chemische stoffen die worden toegepast in geïmporteerde producten dienen aan dezelfde informatievereisten te worden onderworpen.
  5. Voldoende informatie moet publiek beschikbaar worden gemaakt

Deze eisen worden gesteund door een vijftigtal organisaties (die een gezamenlijk manifest hebben ondertekend) uit de Belgische samenleving waaronder consumentenorganisaties, milieu- gezondheids- en vrouwenrechtenorganisaties en verschillende vakbonden.

Klik hier om het manifest en de lijst van ondertekenaars te bekijken.


Het belang van de lobby tegen REACH

In mei 2006 publiceerde Greenpeace een rapport dat aantoonde hoe de grote chemische industrieën een geconcerteerde actie op het getouw zetten om de reikwijdte van de REACH-wetgeving aanzienlijk te verzwakken. Het rapport beschrijft hoe de chemische industrie de politici probeerde af te schrikken en te bedriegen door te weigeren het probleem van de chemische besmetting te erkennen, en door een klimaat van schrik te creëren rond de economische kost en het verlies van banen.
Het rapport documenteert ook de prominente rol van de Duitse regering en de Duitse chemiereus BASF in de strijd tegen REACH. BASF, dat zich tot speerpunt heeft ontwikkeld van een internationale campagne om de Verenigde Staten en niet-Europese regeringen te betrekken bij de ondermijningspogingen rond REACH, heeft toegegeven in 2005 dat het afspraken had met 235 politici, en dat enkel in Duitsland…

Klik hier om het rapport 'Toxic Lobby: How the chemicals industry is trying to kill REACH' te consulteren.


REACH is gestemd, stopt Greenpeace de campagne?
Neen. De inwerkingtreding van REACH belooft een moeilijk proces te worden en het risico is groot dat de industrie haar lobbying verder zet, met namen op het niveau van het nieuwe agentschap dat in Helsinki REACH moet beheren. Greenpeace zal van dichtbij de werking van dat agenschap volgen en elk misbruik in de toepassing van REACH aanklagen. De wetgeving zal binnen zes jaar ook aan een eerste herziening onderworpen worden, en ook dan zal Greenpeace alles in het werk stellen op REACH ambitieuzer te maken en een substitutieprincipe voor te stellen voor alle schadelijke stoffen.