Skip navigation.

De huidige versie van REACH laat dit essentiële principe ongemoeid

In haar huidige vorm is REACH niet doeltreffend genoeg om een oplossing te bieden voor de bestaande problemen van milieu en volksgezondheid. Er zit immers een reuzengroot achterpoortje in de huidige REACH-tekst: het concept van "adequate control" (afdoende beheersing). Concreet zou artikel 57.2 van REACH het mogelijk maken om door te gaan met de productie van een zeer zorgwekkend chemisch product, zelfs al zou er een veiliger alternatief beschikbaar zijn aan dezelfde kostprijs. De producent zou enkel het bewijs van "adequate control" moeten leveren van deze molecule. Terwijl persistente en bio-accumuleerbare stoffen eenvoudigweg niet "afdoende beheerst" kunnen worden. Want deze stoffen worden niet gemakkelijk afgebroken en worden gemakkelijk in vetweefsel opgeslagen, waarin ze zich dan ook opstapelen. Op die manier zullen PBT (Persistente, Bio-accumuleerbare en Toxische) stoffen , ook al zijn ze verspreid en in zeer geringe hoeveelheden, zich in steeds grotere hoeveelheden opstapelen in ons milieu en in onze organismen. Gezien de erkenning van het feit dat ze schadelijk zijn, kan men stellen dat er geen "aanvaardbaar" niveau is voor de risico's van deze stoffen, die uiterst gevaarlijk genoemd worden. Daarom sporen wij de leden van het Europees Parlement en de ministers van de Raad van de Europese Unie aan om het verplichte vervangingsprincipe in REACH op te nemen.

· Het vervangingsprincipe
Het vervangingsprincipe kan als volgt gedefinieerd worden:

"Het systematisch vervangen van gevaarlijke stoffen door andere minder gevaarlijke of bij voorkeur ongevaarlijke stoffen indien zulke alternatieven beschikbaar zijn aan een redelijke kostprijs".

Concreet zou elke vergunningsaanvraag voor een zeer gevaarlijke stof vergezeld moeten zijn van gegevens over bestaande alternatieve stoffen, materialen, procédés of producten. Een vergelijkende evaluatie over de gevaren van deze alternatieven zou eveneens gemaakt moeten worden. Andere partijen (bijvoorbeeld producenten van mogelijke vervangproducten) zouden uitgenodigd moeten worden om deel te nemen aan deze substitutie-studie.
Indien de producent, invoerder of verwerker van een zeer gevaarlijke chemische stof kan aantonen dat er geen werkbaar alternatief bestaat, dat er een reële nood aan deze stof is (aan de hand van een transparante socio-economische studie) en dat deze stof afdoende beheerst kan worden, zou een vergunning voor een beperkte duur kunnen toegestaan worden. Deze in de tijd beperkte periode moet gebruikt worden om de kosten van het opgeven van deze stof te dekken en de ontwikkeling van alternatieven aan te moedigen.

· Voordelen van zulk systeem

  • Persistente en bio-accumuleerbare moleculen zouden systematisch geweerd worden en vervangen door veiligere alternatieven. De hoeveelheid van deze stoffen in het milieu en in het menselijk lichaam zou kunnen beginnen verminderen.
  • Het vertrouwen van het publiek in de chemische industrie zou hersteld worden.
  • Dit principe zou als motor dienen voor innovatie en zou onderzoek en ontwikkeling doen focussen op het vinden van echt veilige stoffen.
  • Het systematisch vervangen van zeer gevaarlijke chemische stoffen zou een markt doen ontstaan die goed presteert inzake gezondheid en milieu, en die veiligere moleculen zou afleveren.

· Waarom is een VERPLICHT vervangingsprincipe noodzakelijk?
De ervaring leert ons dat, hoewel sommige bedrijven reeds gekozen hebben voor het vervangingsprincipe, velen onder hen berusten in een soort gemakzuchtig immobilisme. Ze staan weigerachtig tegenover veranderingen in hun productieketen. Ze verstoppen zich achter een onduidelijke wetgeving, die vatbaar is voor interpretatie.
Zo heeft Disney geweigerd om deze gevaarlijke stoffen systematisch te vervangen, ondanks de bewijzen van Greenpeace dat de kinderkleding van het merk Disney gevaarlijke stoffen bevat en dat er alternatieven bestaan, met het argument dat ze steeds in orde zijn geweest met de wetgeving. Zulk voorbeeld van verzuim geeft aan dat enkel een dwingende wetgeving op gebied van substitutie kan garanderen dat de productie van kledij gebeurt zonder gebruik van gevaarlijke stoffen.

· Is het vervangingsprincipe realistisch?
Een flink aantal detailhandelaren en producenten, zoals Ikea, Marks & Spencer, H&M, Samsung, hebben de nood aan het vervangingsprincipe en de voordelen ervan reeds ingezien, en hebben het op vrijwillige basis ingevoerd. Het mag dus duidelijk zijn dat het principe toepasbaar is, als er maar een wil is!
Een groot aantal andere positieve voorbeelden van bedrijven, die geopteerd hebben voor het vervangen van gevaarlijke stoffen, wordt vermeld in het rapport "Safer Chemicals within REACH"

Klik hier voor het rapport "Safer Chemicals within REACH".