Greenpeace activisten tonen een spandoek onder water in het Apo Island Marine Reserve in de Filippijnen om de dringende nood aan zeerreservaten te promoten. Apo Island staat internationaal bekend als een model van een zeereservaat dat door de gemeenschap wordt beheerd.
Vergroot foto
Onze oceanen lijden erg onder overbevissing. 80 % van de visbestanden zijn volledig ontgonnen, overbevist of in verval. De rijkdom van de zee raakt uitgeput.
We hebben te veel boten, te weinig vis en geen enkel respect voor de zee. We nemen eruit wat ons interesseert: voedsel, brandstof, ertsen, zand en kiezelstenen. We dumpen in zee wat we niet meer nodig hebben: visoverschot, afval uit steden, landbouw en industrie, gezonken boten, stookolie, zware metalen en noem maar op. We houden vast aan het denkbeeld dat onze oceanen er zijn om geëxploiteerd te worden. Daardoor zien we niet dat we de maritieme ecosystemen en waarschijnlijk onszelf in gevaar brengen.
Het is niet te laat om in actie te komen. Maar het moet wel snel gebeuren. Greenpeace eist de oprichting van een netwerk van zeereservaten dat 40 % van de oppervlakte van onze oceanen beslaat. Daar mag geen enkele vorm van visvangst worden toegestaan. De vissen kunnen zich daar in alle rust voortplanten. Het natuurlijk evenwicht kan zich herstellen. Voor 60 % van de resterende zeeën en oceanen willen we een "duurzame visvangst". Die voorziet in onze noden zonder de noden van toekomstige generaties in het gedrang te brengen.
Vandaag zijn bepaalde vissoorten en zeezoogdieren met uitsterven bedreigd: blauwvintonijn, walvissen, diepzeevissen. Morgen zullen het er andere zijn. Als dit blijft duren zal er geen vis meer zwemmen in onze oceanen tegen 2048. Kunnen we het maken om niks te doen?