Skip navigation.

Stuur dit bericht door

Vul het formulier in. Greenpeace stuurt dan een e-mail met de link naar het bericht dat u wilt doorsturen.

Als u dit bericht naar meerdere e-mailadressen wilt sturen, dan kan dat: scheid in dat geval de e-mailadressen door middel van een komma.

E-mail ontvanger *
Jouw naam *
Jouw e-mailadres *
* verplicht

De tropische bossen van de Democratische Republiek Congo (verder Congo genoemd) maken deel uit van het Congobekken, het tweede grootste regenwoud ter wereld. Zo'n 40 miljoen mensen zijn aangewezen op het woud voor hun voedsel, voor planten, behuizing en hun energievoorziening. De bossen van Congo kennen een uitzonderlijke ecologische waarde. Drie van de dichtst met de mens verwante dieren – de gorilla, de chimpansee en de bonobo – zijn voor hun overleven afhankelijk van deze bossen. Congo staat op de 5e plaats ter wereld wat diversiteit aan planten en dieren betreft en telt heel wat unieke soorten zoals de Okapi en de Bonobo. Verder vormen de bossen van Congo een belangrijke buffer tegen de klimaatverandering.



Congo telt ongeveer 145 miljoen hectare bos, waarvan 86 miljoen hectare regenwoud. De Congolese bossen worden vandaag echter bedreigd door industriële houtkap. Congo is niet in staat de houtkapsector te controleren. Deze sector heeft momenteel houtkapvergunningen voor meer dan 20 miljoen hectare regenwoud en de commerciële houtkap zorgt voor heel wat ecologische problemen en draagt niet bij tot een betere ontwikkeling van de lokale bevolking.

In Congo gebeurt de houtkap op selectieve wijze, wat wil zeggen dat enkel de economisch meest interessante boomsoorten worden meegenomen. De industriële ontginning van de Congolese wouden is toegespitst op een twaalftal houtsoorten met een grote commerciële waarde. Samen zijn die goed voor ongeveer 90% van de productie: afromosia, wengé, limba, padouk, tola, iroko, sipo, sapelli, tiama, bosse, acajou en dibetou. Om deze houtsoorten te oogsten, worden grote stukken woud opengekapt en door de aanleg van een netwerk van wegen voor de machines die de stammen moeten wegslepen, kunnen ook stropers gemakkelijker het woud binnentrekken.

In Congo zijn heel wat internationale bedrijven actief in de industriële houtkap. Naast Congolese bedrijven, zijn er ook Belgische, Franse, Duitse, Italiaanse, Portugese en Libanese houtondernemingen. 

Europa is vandaag één van de belangrijkste importeurs van hout uit Congo, hout dat wordt verscheept naar oa. Portugal, Frankrijk en ook België. In 2005 werd in België ruim 10.000 m³ stammen en bijna 13.000 m³ gezaagd hout ingevoerd uit Congo, hetgeen vaak rechtstreeks gebeurt door Belgische houtimporteurs en -handelaars. 

De internationale donoren waaronder ook België en de Congolese overheid moeten de uitbreiding van de commerciële houtkap stoppen en werk maken van alternatieven. Verder moet werk gemaakt worden van goed bestuur in de houtkapsector en moet de wetgeving op het terrein worden nageleefd.