Skip navigation.

Door de sterk groeiende bevolking en de armzalige economische omstandigheden zijn veel Congolezen afhankelijk geworden van broussevlees, vlees van dieren uit het oerwoud. Dit broussevlees vormt voor hen zowel een bron van proteïnen als van inkomsten. De Congolezen consumeren naar schatting tussen 1,1 en 1,7 miljoen ton broussevlees per jaar. Het probleem wordt nog versterkt door de werkloosheid en de verstedelijking, want in de steden vindt het broussevlees een gemakkelijke afzet.

Ook de industriële houtkap draagt bij tot het probleem, omdat de stropers gebruik kunnen maken van de exploitatiewegen die de bossen doorsnijden. Doordat afgelegen gebieden gemakkelijker toegankelijk worden, leidt de houtkap mee tot het legebossensyndroom: het plantendek blijft gedeeltelijk behouden, maar de meeste dieren zijn gedood.