Greenpeace organiseert sinds verscheidene jaren missies naar Afrika om er bewijzen te verzamelen van de illegale houtkap en andere verwoestende praktijken. Daartoe werkt Greenpeace samen met allerlei plaatselijke ngo's. Op die manier heeft de organisatie de keten van de houtexploitatie in kaart kunnen brengen, tot en met de exportbedrijven en hun belangrijkste klanten in Europa, de Verenigde Staten en Azië.
Tegelijk voert Greenpeace ook actie in de Europese havens om te wijzen op de aanvoer van ladingen hout die aan de grondslag liggen van de verwoesting van de wouden in het Congobekken. Zo heeft Greenpeace reeds de aandacht gevestigd op deze problematiek in België, Portugal, Nederland, Frankrijk en ook nog in Italië, Spanje, Griekenland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland. Greenpeace probeert ook de corruptie aan te klagen en dringt aan op strengere internationale wettelijke normen, op meer transparantie en meer verantwoordelijkheid.
Greenpeace heeft al regelmatig geprotesteerd tegen de illegale houtkap in Kameroen en de negatieve rol van de Europese houtkapbedrijven in Gabon. De organisatie heeft ook campagne gevoerd om duidelijk te maken hoe de handel in hout de oorlog in Liberia heeft gevoed.
Momenteel is Greenpeace actief betrokken bij de politieke discussies over de hervorming van de bosbouwsector in de Democratische Republiek Congo (DRC), een land waar nog meer regenwoud voorkomt dan in alle andere landen van de regio samen. Het werk van Greenpeace in de DRC spitst zich vooral toe op de verlenging en de verstrenging van het moratorium – een tijdelijke opschorting - op de toewijzing van nieuwe kapvergunningen en ook op de sanering van de bosbouwsector. Greenpeace wil sterk blijven aandringen op steun van de internationale gemeenschap aan de Congolese regering en de civiele samenleving om te komen tot een behoorlijk bosbeheer, waarin de financiering van alternatieven voor de industriële exploitatie een centrale plaats moet krijgen.