Skip navigation.

Het belangrijkste warmteverlies in een woning treedt nog steeds op via de buitenwanden. Compact bouwen wil zeggen dat er voor dezelfde nuttige leefruimte zo weinig mogelijk buitenwanden zijn, door het vermijden van uitsprongen, verspringingen, langgerekte vormen, uitkragingen...

De meest compacte vorm is een bol, maar dat is natuurlijk niet praktisch voor een woning. Een kubus is echter ook behoorlijk compact en als er gemeenschappelijke wanden zijn met de buren, zoals bij een rijwoning, wordt de compactheid meteen veel beter omdat langs deze wand geen warmteverliezen plaatsvinden. De compactheid van een woning wordt uitgedrukt met een cijfer, hoe groter dit cijfer, hoe beter de compactheid. Het verschil in energieverbruik tussen een niet compacte woning en een compacte woning met identiek hetzelfde binnenvolume kan oplopen tot 30 %. Ook K-peil en E-peil verbeteren bij een betere compactheid. Als u weet dat compact bouwen ook nog goedkoper is doordat er met eenvoudigere volumes wordt gewerkt is dit een zuinige maatregel bij uitstek.

Merk op dat compact bouwen helemaal niet hetzelfde is als klein bouwen. Bij een compact gebouw wordt de nuttige ruimte efficiënt ingepakt door een beperkt aantal buitenwanden. Bij een niet compact gebouw wordt de zelfde nuttige woonoppervlakte omgeven door wanden met vele vormen, hoeken en kanten.

Bij het bepalen van de compactheid is het natuurlijk van belang te weten wat het beschermde volume van de woning omvat. Een woning waar alle ruimten verwarmd worden, wordt in zijn geheel als beschermd volume aanzien. Het is echter verstandig om een aantal ruimten buiten het beschermd volume te plaatsen, die moeten dan niet mee verwarmd worden: de garage (het is beter voor de wagen dat die niet wordt verwarmd), de kelder (moet voldoende fris zijn), bepaalde bergingen. Niet mee verwarmen resulteert in een lager verbruik, maar betekent ook dat de isolatielaag niet steeds in de buitenste muur wordt geplaatst, maar wel in de wand tussen de verwarmde leefruimten en de niet verwarmde nutsruimten; de muur tussen living en garage, het plafond van de garage, de scheidingswand tussen hal en de trap naar de kelder.

Een regelmatig weerkerende vraag is of een zolder op de zoldervloer of tegen het hellende dak moet worden geïsoleerd. Dat hangt af van het gebruik. Isolatie van de zoldervloer veronderstelt dat de zolder niet als leefruimte wordt gebruikt, eventueel wel als berging. Het buitenoppervlak wordt kleiner (de zoldervloer heeft een kleiner oppervlak dan de dakvlakken en de tipgevels), maar ook het te verwarmen volume wordt wat kleiner. Het verbruik zal zeker dalen en lager liggen dan bij een geïsoleerde dak. Moet de zolder als te verwarmen leefruimte worden gebruikt dan is isolatie van de dakvlakken natuurlijk aangewezen.