Wie over isoleren spreekt, neemt ook termen als lambda-waarde, U-waarde en K-peil in de mond. Wat betekenen deze begrippen?
De mate waarin een materiaal de warmte geleidt wordt aangeduid met lambda-waarde. Hoe lager de lambda-waarde, hoe slechter een materiaal geleidt en hoe beter een materiaal isoleert. We spreken van isolatiematerialen wanneer de lambda-waarde lager is dan 0,065 W/mK.
Als we een dikkere laag isolatiemateriaal kiezen, dan moet de warmte een langere weg afleggen en vermindert het warmtetransport. Muren, vloeren en daken zijn meestal samengesteld uit verschillende materialen, met elk hun eigen dikte en eigen lambda-waarde. Om aan te duiden hoe goed een wand met een bepaalde samenstelling de warmte geleidt, spreekt men van U-waarde of warmtedoorgangscoëfficiënt, uitgedrukt in W/m²K. Hoe kleiner de U-waarde, hoe beter de wand isoleert.
De warmteweerstand daarentegen, geeft aan hoe goed een materiaal de warmte tegenhoudt, en wordt aangeduid met R-waarde, en uitgedrukt in m²K/W. De warmteweerstand van een wand, is de som van de weerstanden van alle materialen waaruit deze wand is opgebouwd. Hoe groter de R-waarde, hoe beter de isolatie van de wand.
Tenslotte spreekt men van het K-peil van een woning, om aan te geven hoe goed een woning in zijn geheel geïsoleerd is. Het K-peil wordt bepaald door de U- en R-waarden van de verschillende wanddelen en door de compactheid van de woning.