Overdrijf niet met glas in de woning. Glas isoleert nog altijd heel wat slechter dan een geïsoleerde buitenmuur. Als vuistregel kan gelden: maximaal 1/5 tot 1/6 van het totale vloeroppervlak van de woning als glasoppervlak.
- Kies zoveel mogelijk voor verticaal glas, vermijdt horizontaal glas en koepels. Door verticaal glas komt op het zuiden de zon mooi binnen door de laagstaande zon, terwijl de hoge zomerzon door het verticale glas nauwelijks naar binnen komt. Met horizontaal glas is het net andersom: weinig nuttige winsten in de winter, veel oververhitting in de zomer. Een veranda als leefruimte is dan uit den boze, wees ook voorzichtig met dakvlakramen, kies waar mogelijk voor gewone ramen in zijgevels. Omdat verticale ramen op het oosten en westen in de zomer toch nog warmte binnenkrijgen door de lage ochtend- en avondzon is het advies:
- 50 % van het glas op het zuiden
- 20 % op het oosten, 20 % op het westen
- 10 % van het glas op het noorden(voornamelijk voor nutsruimten, zie ook oriëntatie en buffering)
- Probeer de zon gericht buiten te houden, door vaste of regelbare zonwering:
- Een vaste luifel of dakoversteek boven het zuidgerichte schrijnwerk laat de lage winterzon binnen en houdt de hoge zomerzon tegen.
- Regelbare zonwering aan de buitenzijde van het schrijnwerk is nuttig: rolluiken, beweegbare luifel, zonwering vlak voor het glas, eventueel in combinatie met ventilatieroosters.
- Loofbomen houden de zon tegen in de zomer en laten ze toe in de winter. Bladhoudende bomen zijn natuurlijk minder interessant.
- Zonwering aan de binnenzijde van het glas is weinig zinvol.
- Door platte daken te bedekken met witte keitjes of door ze te beplanten (groendak!) houd je de temperatuur van het dak laag. Daardoor komt er minder warmte naar binnen, maar met een goed geïsoleerd dak is dat natuurlijk al beperkt. Een frisser dak met afscherming van de directe zon heeft ook een langere levensduur door de lagere temperatuurbelasting.