Skip navigation.

Bij een CV installatie moet de warmte die in een centrale ketel of warmtepomp werd opgewekt, tot in de diverse leefruimten geraken. De gebeurt via een leidingnet doorheen de woning (meestal met water als circulatiemedium) dat goed moet zijn geïsoleerd, vooral in niet verwarmde ruimten (kelder, zolder, berging, garage)

Aangekomen in de kamers moet de warmte uit het water terug worden afgegeven aan deze ruimte. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden beschikbaar, waarbij het temperatuurregime een belangrijke factor vormt.

Als we in de woning CV water rondsturen van 60 °C, dan geeft dat water in radiatoren of convectoren een deel van de warmte af waardoor het kouder (bijvoorbeeld 45 °C) terug naar de ketel stroomt. In de ketel wordt dit water van 45 °C terug tot 60 °C opgestookt en zo krijgen we een gesloten kringloop. De warmteafgifte in de radiator is vooral afhankelijk van de oppervlakte van de radiator en de temperatuur. Bij hogere radiatortemperatuur geeft de radiator meer warmte af dan bij lage. Willen we werken bij zo laag mogelijke circulatietemperatuur om het rendement van de installatie hoog te houden, dan zullen we moeten kiezen voor radiatoren met een groter oppervlak. In catalogi van radiatoren staat dan ook altijd het afgegeven vermogen (in Watt) bij een opgegeven temperatuurregime. Dit temperatuurregime kan bijvoorbeeld zijn: 75/65/20; de radiator geeft bijvoorbeeld 1530 Watt af bij een aanvoertemperatuur van 75 °C, bij een afvoer (of retour) temperatuur van 65 °C én een kamertemperatuur van 20 °C. Bij lagere aanvoertemperatuur ligt de warmteafgifte lager, en zullen we een groter model moeten kiezen. Bij een badkamertemperatuur van 24 °C zal de afgifte ook een beetje zakken, maar dat is niet echt de moeite om veel rekening mee te houden.

Omdat het voor het rendement van de ketel soms erg belangrijk is dat de temperatuur zo laag mogelijk ligt, zullen we de radiatoren dimensioneren bij een zo laag mogelijke, maar realistische temperatuur, bijvoorbeeld 60/50/20. Men noemt dit wel eens ‘overgedimensioneerde’ radiatoren maar het gaat in feite om radiatoren die correct gedimensioneerd zijn bij een lagere temperatuur. Een lage temperatuur radiator is geen speciaal type, maar enkel wat groter dan gebruikelijk.

Maken we de radiator zeer groot en leggen we hem plat, dan bekomen we vloerverwarming. Vloerverwarming kan op nog lagere temperatuur werken (water van 35 tot 45 °C) dan radiatoren, in principe nog beter voor het ketelrendement. Een vloer geeft ook vooral stralingsverwarming (zoals zonnestralen) wat een aangenamere warmte geeft dan convectieverwarming (circulerende lucht). Radiatoren geven een deel convectie en een deel straling terwijl convectoren bijna uitsluitend convectieverwarming geeft. Nog wat voor- en nadelen van vloerverwarming:

  • Hoog ketelrendement door lage temperatuur, ook voor verwarming met warmtepompen en zonne-energie. Let op, bij combinatie van radiatoren met vloerverwarming zal de ketel toch moeten werken op de hogere radiatortemperatuur.
  • Aangename en gelijkmatige stralingsverwarming, minder stofcirculatie
  • Neemt geen plaats in, maar boor geen gaten in de vloer
  • Een warmere vloer betekent extra warmteverlies naar onder, dus ook extra isoleren.
  • Kan enkel in zeer goed geïsoleerde woningen, anders moet de vloertemperatuur te hoog worden (mogelijke gezondheidsproblemen)
  • Niet geschikt voor isolerende vloerbedekkingen zoals tapijt en volhout
  • Minder goed regelbaar dan radiatoren, er zit telkens een tijdsvertraging op van enkele uren zodat een weersafhankelijke regeling noodzakelijk is. Vloerverwarming wordt meestal de hele dag door op een gelijkmatige temperatuur gehouden.
  • Duurder dan radiatoren (materiaal, plaatsing, maar ook regelapparatuur)

Besluit: kies voor vloerverwarming om comfortredenen, maar een goede radiatorinstallatie is meestal zuiniger en goedkoper.

Opmerking: Ook wandverwarming behoort tot de mogelijkheden.