Skip navigation.

Is het buiten kouder dan binnen, dan verliest de woning warmte naar buiten. Twee soorten warmteverlies zijn belangrijk: transmissieverliezen (term) zijn warmteverliezen door de omhulling van het gebouw, hoe beter de wanden, vloeren en daken geïsoleerd zijn, hoe kleiner het verlies.

De woning verliest ook warmte door warme lucht die ontsnapt aan de woning; dat kunnen ongewilde verliezen zijn via kieren en spleten maar als we ventileren voeren we ook warme, vervuilde lucht af die vervangen wordt door koude buitenlucht. In slecht geïsoleerde woningen is het transmissieverlies veruit het belangrijkst, daar moet dan eerst aan worden gewerkt. Hoe beter de isolatie, hoe groter het belang om ook het verlies van warme lucht in de gaten te houden: door luchtdicht te bouwen en door energiezuinig te ventileren. Niet ventileren is géén optie, het komt er alleen op aan het zuinig te doen. Zie hiervoor hoofdstuk ventileren.

Een opmerking: er zijn in een woning niet enkel verliezen, maar ook winsten: de zon die binnenschijnt en de warmte die de bewoners en de apparaten in de woning afgeven. Daarom zal de verwarming in de woning meestal niet moeten werken zodra het warmer is dan 15-17 °C, ook al ligt de streeftemperatuur hoger. Bij laag energie woningen (term) en passiefhuizen (term) ligt deze ‘temperatuur zonder verwarming’ (term) veelal nog lager.

Als we weten waar we de verliezen moeten zoeken, dan kunnen we ook berekenen hoeveel warmte we moeten toevoegen, hoeveel we moeten verwarmen. Het is mogelijk om met een zekere foutmarge in te schatten hoe hoog het verbruik zal zijn, of hoeveel besparing een bepaalde maatregel gaat opbrengen. Zeker zo belangrijk om te weten is hoe groot de verwarmingsinstallatie moet zijn:

  • hoe groot moet de ketel zijn?
  • Welke radiatoren moet ik kiezen?
  • Kan ik vloerverwarming toepassen in mijn woning?

‘Hoe groot’ wordt uitgedrukt in kW (1 kilowatt = 1000 W). Een lamp van 60 Watt verbruikt 60 Watt elektrische stroom en geeft naast een heel klein beetje licht vooral warmte af, nagenoeg 60 Watt. Een klein strijkijzer van 1000 Watt of 1 kW geeft 1000 Watt warmte af.

Het is van groot belang om juist te berekenen hoe groot een CV-ketel of een radiator moet zijn. Is hij te klein, dan krijgt hij uw woning niet warm, toch niet als het buiten erg koud is. Is hij te groot, dan geeft u niet alleen nodeloos geld uit, maar zal het rendement van de installatie ook tegenvallen. Een Porche-motor in een 2 pk’tje zal ook meer verbruiken, zelfs als u zich houdt aan de snelheidbeperkingen. In de praktijk zijn de CV ketels meestal niet nauwkeurig berekend en zijn ze twee maal te groot. In veel goed geïsoleerde woningen wordt standaard 25 – 30 kW voorzien terwijl 5 tot 10 kW veelal volstaat.

Een warmteverliesberekening wordt uitgevoerd door uw architect of installateur. Moeilijk is het niet, maar het vereist nauwgezetheid en toch enkele uren tijd. Diverse gegevens zijn nodig, oa:

  • Afmetingen van alle kamers en muren met gewenste binnentemperaturen
  • Opbouw van alle wanden, vooral de isolatiewaarden
  • Luchtdichtheid, gekozen systeem van ventilatie, met of zonder warmterecuperatie.
  • Bouwwijze: klassieke halfzware constructie of lichte houtskeletbouw (term)
  • Gekozen verwarmingssysteem: radiatoren/convectoren of vloerverwarming

Vuistregels die geen rekening houden met de werkelijke situatie zijn uit den boze. Aan een berekening zoals: ‘40 W/m³ bij matige isolatie’ heb je niets.