Skip navigation.

Stuur dit bericht door

Vul het formulier in. Greenpeace stuurt dan een e-mail met de link naar het bericht dat u wilt doorsturen.

Als u dit bericht naar meerdere e-mailadressen wilt sturen, dan kan dat: scheid in dat geval de e-mailadressen door middel van een komma.

E-mail ontvanger *
Jouw naam *
Jouw e-mailadres *
* verplicht

Verwarm enkel die ruimten die u gebruikt, op een aangepaste temperatuur

  • Sluit tussendeuren naar gang, berging, garage en wasplaats
  • Sluit de radiatorkraan als de kamer een tijdje niet meer gebruikt wordt
  • Maak gebruik van thermostatische radiatorkranen, die zorgen voor een gelijkmatige temperatuur in de ruimte zonder voortdurend bijregelen. Alhoewel de radiatorknop geen graden aangeeft, komen ze wel overeen met een bepaalde temperatuur. Het heeft dan ook geen zin om de kraan eerst helemaal naar stand 7 te draaien als stand 3 een voldoende temperatuur geeft.

Individuele verwarmingstoestellen
  • Zet deze uit als de kamer niet meer in gebruik is, sommige toestellen kunnen voorzien worden van een timer die de verwarming automatisch laten aanspringen (bijvoorbeeld voor de badkamer ’s morgens)
Een graadje lager spaart al gauw 7 % op het verbruik, maak het thuis niet warmer dan nodig en draag aan het seizoen aangepaste kledij; een T-shirt is geen winterkledij. Zo is de temperatuurschok tussen binnen en buiten ook niet te groot.

Zorgt voor een vrije luchtstroming rond de radiatoren en convectoren
  • Dek een radiator niet af met (natte) klederen of wasgoed, maar hang het ervoor of erboven waarbij de lucht (en het vocht) goed kan circuleren.
  • Een badkamerradiator is ofwel een verwarmingstoestel, ofwel een handdoekdroger; beide tesamen lukt niet.
  • Scherm radiatoren niet te veel af met meubilair of afkastingen. Een venstertablet boven een radiator kan zinvol zijn om de luchtstroom wat van het raam weg te leiden, maar mag niet te kort boven de radiator worden geplaatst.
  • Gordijnen of overgordijnen hangen best niet vlak boven de radiator, zodat de warme lucht de ruimte in wordt gestuurd en niet tussen gordijn en raam.
Radiatorfolie achter een radiator kaatst te warmtestraling terug en vermijdt dat de muur achter een radiator te warm wordt, zeker zinvol bij slecht geïsoleerde muren, maar af te raden bij vochtproblemen op de muur.

Zorg dat de warmte van vloerverwarming de kamer goed kan bereiken, dek de vloer niet te veel af met meubelen tot tegen de grond of dikke tapijten

Leidingen
  • Leidingen van de centrale verwarming worden best zorgvuldig geïsoleerd; voldoende dik (1 tot 2 cm), met gesloten of afgeplakte naden en met goed uitgewerkte hoeken. Met uitzondering van leidingen in leefruimten die de hele dag in gebruik zijn, verdient het aanbeveling om de volgende leidingen te isoleren:
    • Leidingen door kelder – garage – kruipruimte – berging
    • Leidingen in slaapkamers, badkamers die naar andere ruimten doorlopen (het is minder zinvol om leidingen te isoleren die alleen naar de radiator in de betrokken ruimte zelf lopen)
    • Isoleer aanvoer én retourleiding, beiden zijn warmer dan de omgeving.
Sluit gordijnen en rolluiken ‘s nachts en bij afwezigheid

Pak kieren in de woning aan met tochtband of kit
  • Slecht sluitend schrijnwerk en aansluitingen van schrijnwerk met de muren.
  • Voordeur of terrasdeur
  • Rolluikkasten – rolluiklint
  • Brievenbus
  • Kelderdeur – zolderluik
  • Opmerking: gericht ventileren blijft natuurlijk nodig.
Ventileer naar behoefte: is de woning niet voorzien van een ventilatiesysteem (zie ‘ventilatie’) dan zal de ventilatie toch moeten gebeuren met behulp van ramen:
  • Ventileer kort maar krachtig wanneer en waar de vervuiling ontstaat:
    • De keuken tijdens het koken
    • De badkamer vlak na het douchen
  • Vermijd om een raam de gehele dag op en te laten staan, de ventilatie is meestal veel te sterk, het energieverlies groot
Zorg voor een klokthermostaat
  • Zorg voor een juiste instelling
  • Stel de temperatuur ’s nachts en bij afwezigheid in op een lagere temperatuur, zorg dat de comforttemperatuur automatisch terug bereikt wordt tegen uw thuiskomst
  • Op vakantie? Pas continue verlaging toe (ook voor warm water)

CV ketels
  • Bij oudere ketels kan de keteltemperatuur ingesteld worden met behulp van de ‘ketelaquastaat’. Een lagere ketelwatertemperatuur is gunstig vanwege het hogere ketelrendement, beperktere leidingverliezen, langere levensduur van ketel en pomp, en een gelijkmatigere regeling. Bij een lagere ketelwatertemperatuur geven de radiatoren of convectoren wel wat minder warmte af, maar die zijn toch meestal groot genoeg. Een ketelwatertemperatuur van 60 tot 70 °C volstaat meestal, 90 °C is echt niet nodig. Mogelijk moet de ketelwatertemperatuur als het erg koud is een beetje terug omhoog, dat is even experimenteren. Lees wel de documentatie van de ketel na of vraag aan de installateur wat de minimale temperatuur is.
  • Moderne ketels zijn meestal voorzien van een automatische ketelwatertemperatuurregeling, eventueel in functie van de buitentemperatuur, dat heet dan een weersafhankelijke regeling (term). Die regeling moet dan wel correct zijn ingesteld, vooral condenserende ketels halen pas hun hoogste rendement bij lage ketelwatertemperaturen.
  • De pomp van een CV installatie die het water rondstuurt, blijft in veel gevallen het hele jaar door draaien. Dat is zinloos in de zomer, maar ook in het stookseizoen zijn er momenten dan er geen warmtebehoefte is en dat de pomp beter zou stilstaan. Pompregelingen of een andere aansluiting van de thermostaat laat de pomp enkel draaien wanneer nodig; vraag uw installateur. Het is daarbij wel van belang dat een pomp buiten het stookseizoen regelmatig (om de week tot maand) enkele minuten draait om vastlopen te vermijden. Veel moderne ketels zijn standaard voorzien van deze optie.
  • De meeste CV pompen hebben een meerstandenschakelaar, niet elke installatie vereist steeds de hoogste stand, op die manier kan nodeloos elektrisch verbruik worden vermeden. Veel moderne ketels zijn standaard voorzien van deze optie.
  • Een goed onderhouden installatie werkt beter. Laat uw ketel jaarlijks controleren en schoonmaken.  Voor olieketels is dit verplicht, maar ook voor gastoestellen (Centrale verwarming of individuele toestellen) is dit geen overbodige luxe.