De Belgische leverancier Essent werd in 2009 overgenomen door de tweede grootste Europese groep: RWE. Het zijn dus de resultaten van het moederbedrijf RWE op Europees niveau die in aanmerking komen voor ons klassement. RWE investeert vooral in fossiele brandstoffen.

Productie

  • 8% Hernieuwbare energie
  • 0% Waste
  • 22% Aardgas
  • 54% Steenkool en Olie
  • 16% Kernenergie

De zwakke score van Essent RWE wordt sterk beïnvloed door het buitensporige gewicht van steenkool in zijn productie. Het productiepark van RWE is nagenoeg niet veranderd sinds onze ranking van 2010 al waren er toen goede signalen op vlak van investeringen (35% hernieuwbare energie). Het aandeel hernieuwbare energie blijft toch bijzonder laag in verhouding tot steenkool en kernenergie, die samen 70% van de productie uitmaken. De reden hiervoor is onder andere dat een aantal van de windprojecten die vorige keer als investering werden meegeteld, nu nog niet afgewerkt zijn.

Investeringen

  • 22% Hernieuwbare energie
  • 0% Waste
  • 38% Aardgas
  • 40% Steenkool en Olie
  • 0% Kernenergie

De meeste investeringen zijn nog steeds georiënteerd richting fossiele brandstoffen (78%). Essent bouwt momenteel een grote steenkoolcentrale in Eemshaven (Nederland) met een capaciteit van 1600 MW, daarnaast is er nog een – kleinere – centrale in opbouw in Kroatië. De gascentrales die worden voorzien zijn voornamelijk hoogrendementscentrales maar niet met warmtekrachtkoppeling. De rest van de investeringen zijn windprojecten waarvan het grootste deel offshore in Groot-Brittannië. Het aandeel hernieuwbare energie in de investeringen is gezakt ten opzichte van onze vorige ranking.