Deze pagina is geprint van de Greenpeace Belgium website.
De definitie die gewoonlijk gebruikt wordt, is dat groene stroom elektriciteit is die geproduceerd wordt op basis van hernieuwbare energiebronnen. In de praktijk sluit dit de productie van elektriciteit op basis van fossiele brandstoffen en kernenergie uit. Greenpeace gebruikt in zijn klassement echter een definitie die complexer is dan dit, aangezien écht groene stroom niet alleen ‘hernieuwbaar’ moet zijn, ze moet vooral ‘duurzaam’ zijn
Sommige elektriciteitsbronnen zijn hernieuwbaar maar niet duurzaam. Daarom geven wij sommige biomassa - bijvoorbeeld op basis van palmolie – een negatieve evaluatie. Zelfs de gecertificeerde productie van palmolie (door de RSPO bijvoorbeeld) is verantwoordelijk voor zware ontbossing in landen zoals Indonesië. Dit beschouwen wij dus niet als groene energie.
Andere energiebronnen zoals aardgas zijn niet hernieuwbaar maar zijn noodzakelijk voor de omschakeling naar een energietoekomst op basis van hernieuwbare energie. Deze energiebronnen krijgen van ons daarom een positieve evaluatie in dit klassement.
De elektriciteit die uit een stopcontact komt is voor iedereen hetzelfde, ongeacht het contract of de leverancier. Alle producenten voeden met hun elektriciteit hetzelfde net. In België wordt de hoeveelheid groene energie uit hernieuwbare energie op het net geschat op ongeveer 7 procent.
Wanneer ik bij een leverancier een contract onderteken dat wordt voorgesteld als 100 procent groen, wordt slecht één of twee euro uiteindelijk gebruikt voor de productie van energie die, ten opzichte van een ‘normaal’ contract, werkelijk met respect voor het milieu tot stand komt. Wanneer ik hernieuwbare energie van mijn leverancier wens te ontvangen, is het belangrijk om te kiezen voor een leverancier die investeert in hernieuwbare productie. Het klassement van Greenpeace helpt u met één muisklik bij het maken van deze keuze.
De belangrijkste steun aan hernieuwbare energie moet komen van de overheid. De subsidies gericht op het versnellen van de groei van hernieuwbare technologieën gebeurt in België via het systeem van groene certificaten.
Maar de consument speelt ook een rol, door te kiezen voor elektriciteit die op een hernieuwbare manier wordt geproduceerd. Het huidige systeem van ‘100% groene contracten’ geeft echter niet de nodige informatie om deze keuze te maken. En de verbruiker kan zijn steunende rol dus niet spelen. Om dit te kunnen, moet hij gebruik kunnen maken van een transparant systeem dat aangeeft hoe de stroom die hij koopt geproduceerd werd en waarin zijn leverancier werkelijk investeert. Het klassement van Greenpeace wijst op de tekortkomingen van het huidige systeem.
Ja. Als u wilt dat uw geld minder wordt aangewend voor de productie van vervuilende elektriciteit, doet u er goed aan een contract af te sluiten met de leverancier die beter scoort. Indien u niet van leverancier wenst te veranderen, is het toch nog altijd beter om een ‘100% groen’ contract af te sluiten. Dit geeft aan uw leverancier de boodschap dat zijn klanten stroom wensen die duurzamer is.
“Europese energie” is in opbouw en het wordt steeds minder relevant om België te beschouwen als een energie-eiland:
1. In Europa is er de laatste jaren een hergroepering van de grote spelers op de energiemarkt aan de gang. Ook de Belgische markt ontsnapt hier niet aan. Een duidelijk teken van deze evolutie is dat de vier grootste Belgische leveranciers recent werden overgenomen door grote Europese elektriciteitsproducenten (Electrabel door GDF Suez; Luminus door EDF; Nuon door ENI; Essent door RWE).
2. De financiële stromen binnen deze Europese energiegroepen houden geen rekening met de Belgische grens. Wanneer we de vraag stellen of het geld van de consumenten wordt aangewend voor de productie van duurzame elektriciteit, mocht ons klassement zich niet beperken tot de investering en productie van deze groepen op ons grondgebied.
3. Technisch gezien is er een integratie bezig op het Europese elektriciteitsnetwerk, met een vermenigvuldiging van hoogspanninglijnen tussen Europese landen en een uitbreiding van dit netwerk.
4. Uiteindelijk zal de “Energie(R)evolutie” enkel kunnen plaatsvinden op een geïntegreerde Europese markt. Het is enkel onder deze voorwaarde dat we op ons continent 100% groene stroom zullen produceren. In principe zouden onze windmolens in de Noordzee de tekorten in de energieopbrengst van zonne-energie in het zuiden van Europa moeten kunnen opvangen en andersom.
Alle leveranciers die in december 2011 op de markt waren, zijn in het klassement opgenomen. Sindsdien zijn er bepaalde leveranciers bijgekomen, zoals Elégant in Vlaanderen. Zij konden niet in het klassement worden opgenomen omdat ze nog te nieuw op de markt zijn en we niet over voldoende gegevens beschikken om een analyse te maken van hun elektriciteitslevering of hun investeringspolitiek. Deze leveranciers verschijnen in de volgende uitgave van het klassement, in 2013.
Om dit te vermijden hebben we een variabele ingebouwd in onze berekeningen. Wanneer een leverancier zeer weinig investeert, zal het deel van deze investeringen een kleinere rol spelen in de uiteindelijke beoordeling.
Momenteel lijken de grote Europese producenten die actief zijn op de Belgische markt via Electrabel (GDF-Suez), EDF Luminus (EDF), Nuon (ENI) en Essent (RWE) nog geen maatregelen te hebben genomen om het energieprobleem op te lossen. Uit onze analyse van hun investeringen blijkt dat de plaats van hernieuwbare energie belangrijker is dan ooit, maar de grote producenten blijven massaal investeren in vervuilende productiemethodes. Eenvoudig gezegd willen deze grote groepen niet al hun eieren in dezelfde mandje leggen aangezien ze niet de zekerheid hebben te kunnen rekenen op een oprechte politieke wil om fossiele en nucleaire energie de rug toe te keren.
Dat klopt. Als morgen alle Belgische verbruikers zouden beslissen om ons klassement te volgen en over te stappen naar écht groene leveranciers, zouden deze laatsten niet in staat zijn om aan de vraag te voldoen. Maar het zou een fantastisch signaal zijn aan de andere leveranciers die hun manier van produceren zouden moeten veranderen, en aan politici die de energieomwenteling zonder twijfel op de agenda zouden moeten plaatsen.
Het is lovenswaardig om meer hernieuwbare energie te willen in België. Helaas dragen deze ‘100% groene en Belgische’ contracten weinig bij aan deze groei. Wanneer een leverancier aankondigt dat zijn elektriciteit ‘100% lokaal’ is, wil dit simpelweg zeggen dat de groene labels die hij gekocht heeft van Belgische oorsprong zijn. Deze garantielabels van Belgische oorsprong zijn niet erg duur. Het is dus erg makkelijk voor een leverancier om aan te kondigen dat zijn elektriciteit ‘100% groen en Belgisch’ is. Hij moet niet investeren in hernieuwbare productiemethodes in België. In de praktijk zijn de leveranciers die dergelijke ‘100% groene en Belgische’ contracten aanbieden bovendien niet diegene die systematisch het meest investeren in de hernieuwbare energie in België. En dat scheelt een stuk.
De productie van 100% groene stroom op Europees niveau is technisch volledig realiseerbaar en zou ons op middellange termijn minder kosten. Natuurlijk krijgen we zo’n systeem alleen door middel van een echte energierevolutie.
Greenpeace en de EREC (de Europese Raad voor Hernieuwbare Energie) hebben een energiescenario ontworpen om dit doel tegen 2050 te bereiken: de energie(R)evolutie. Dit scenario zal niet gerealiseerd worden van vandaag op morgen. Vandaag worden de beslissingen genomen die nodig zijn voor de realisatie ervan. En het zal niet volstaan om onze nucleaire centrales te vervangen door hernieuwbare. Het huidig elektriciteitsnet bijvoorbeeld zal moeten worden aangepast. Het is aangelegd in functie van grote, gecentraliseerde productie-eenheden zoals steenkool- en nucleaire centrales. Het net is dus weinig flexibel en kan moeilijk voldoen aan de eisen van een productie op basis van meer flexibele en gedecentraliseerde, kleine hernieuwbare bronnen. We moeten vandaag beginnen met ons huidige elektriciteitsnet aan deze nieuwe realiteit aan te passen, om morgen te kunnen genieten van hernieuwbare energie.
Zo'n maatschappelijk project heeft behoefte aan moedige, verantwoordelijke politici, die klaar zijn om de verantwoordelijkheid te nemen om dit werk aan te vatten met een langetermijnvisie. En het is aan ons, de consumenten, om hen te sturen in de richting van dit soort besluitvorming. Deze veranderingen zullen ons in staat stellen om een efficiënt antwoord te bieden op de klimaat- en milieucrisis, veroorzaakt door een energiesysteem dat nog altijd gebaseerd is op fossiele en nucleaire energie. Laat ons ook niet uit het oog verliezen dat deze omschakeling, met bijhorende grote werken, veel werkgelegenheid kan genereren voor de Europese economie!
Geen enkel. De groene certificaten (GC) zijn een regionale subsidie om de productie van hernieuwbare energie te ondersteunen. Ze hebben dus niets te maken met uw elektriciteitscontract. Een duurzame energieproducent krijgt van de overheid een aantal groene certificaten in verhouding tot zijn productie. Hij kan ze doorverkopen om zo voor aanvullende financiële middelen te zorgen. Dit systeem is dus eigenlijk bedoeld om de productie van groene stroom te stimuleren. Aan de andere kant zijn het de elektriciteitsleveranciers die verplicht zijn een aantal van deze groene certificaten te kopen. De contracten die door de leveranciers worden verkocht als ‘100% groen’ gebruiken een ander systeem, dat van de garantie van oorsprong (LGO) zoals aangegeven door Greenpeace. Het gaat over een voorziening op Europees niveau om de consument te informeren. Punt van overeenkomst met de groene certificaten? Deze garanties worden toegekend aan een producent vanaf een bepaalde hoeveelheid geproduceerde groene stroom. Hierna kan de producent deze garantie verkopen aan een leverancier elders in Europa. Maar daar houdt de vergelijking op. De leverancier kan (zonder verplichting) deze unieke garanties terugkopen wanneer hij ‘groene’ stroom wil verkopen. Helaas werkt dit systeem niet. Te weinig leveranciers zijn geïnteresseerd in deze groene kleur, de vraag van de LGO op de Europese markt is onvoldoende en hun prijs is belachelijk laag. De Belgische leveranciers maken hiervan intensief gebruik en ‘vergroenen’ hun elektriciteit tegen een goed tarief, zonder dat er een substantieel bedrag wordt betaald aan de producent van de hernieuwbare energie.
Er zijn verschillende redenen waarom nucleaire energie geen geloofwaardig alternatief kan zijn voor energie uit fossiele brandstoffen. Zoals: veiligheidsproblemen, problemen die verband houden met de aanvoer van kernbrandstof of het beheer van kernafval. Maar naast al deze cruciale vragen in verband met het milieu, is nucleaire energie ook incompatibel met een elektriciteitsnet op basis van hernieuwbare bronnen. Hernieuwbare energie heeft immers een flexibel en gedecentraliseerd net nodig, terwijl de productie van kernenergie star is (de centrales mogen niet worden stilgelegd, of bruusk heropgestart) en nood heeft aan een sterk gecentraliseerd net. We zullen dus moeten kiezen tussen beide. Deze keuze is snel gemaakt, want kernenergie is allesbehalve duurzaam. Meer info www.stop-and-go.be
België heeft heel wat capaciteiten voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Het Kanaal en de Noordzee vormen een ‘windtrechter’ die een sleutelrol zouden kunnen spelen in de ontwikkeling van hernieuwbare energie op Europees niveau. Dit is echter niet voldoende. Soms is er niet genoeg wind aan onze kust. Het is daarom dat onze energietoekomst zich zal afspelen binnen een geïntegreerde en soepele Europese markt. Een aanlevering gebaseerd op hernieuwbare bronnen moet bekeken worden binnen een soepel, uitgebreid elektriciteitsnet dat gespreid is over een grote oppervlakte zoals de Europese Unie, waardoor het mogelijk is om de productiedalingen van de ene regio op te vangen met de productie elders op het continent. De zonnepanelen in het zuiden van Europa bijvoorbeeld moeten een ‘windpanne’ in Oostende kunnen opvangen.
E-mailadres
Dit veld is verplicht.
Dit is geen geldig e-mailadres. Probeer het opnieuw.