U bent hier:
Veerle Dossche, Forest Campaigner bij Greenpeace Belgium, in het Forest Defenders Camp in Indonesië
Vergroot foto
Veerle aan het werk in het Forest Defenders Camp in Indonesië met Jonotoro (biodiversiteitsexpert) en Sergio Baffoni (Forest Campaigner Greenpeace International)
Vergroot fotoHet veenmoerasbos
achter het kamp werd de afgelopen jaren omgezet in een
palmolieplantage en ziet er nu een doods gebied uit waar
zwartgeblakerde stronken tussen de kleine palmplanten verspreid
liggen.
Met een aantal medewerkers hebben we geprobeerd om
een aantal vogelsoorten en zoogdieren die hier in het gebied aanwezig
zijn te identificeren. Heel wat van de vogelsoorten die we konden
identificeren, zijn soorten die je in laaglandregenwoud terugvindt.
Deze soorten trekken zich nu terug in de stukken bossen die nog
rondom de plantage liggen. Rond ons kamp duiken af en toe
langstaartmakkaken en 'leaf monkeys' (langoers) op.
Ook kunnen we 's morgens af en toe genieten van het 'gezang' van de
gibbons.
Achter de plantage ligt nog een bosgebied dat van
ver nog een mooi gebied lijkt. Maar het gebied zal ook snel worden
omgetoverd in een plantage. Het bos is al doortrokken van de wegen en
kanalen. Boomstammen liggen verspreid en overal ligt houtafval. Het
is zeer moeilijk te geloven dat binnen een zeer korte termijn ook dit
stuk bos zal verdwijnen.
Vorige en deze week kwam Dr.
Jonotoro van Pekanbaru op vraag van Greenpeace op bezoek naar het
kamp. Hij is een expert op vlak van biodiversiteit voor de provincie
Riau. Hij deed voor ons onder meer onderzoek aan de rand van de
plantage wat diversiteit aan planten betreft, en dat was hoopvol. Het
gebied is nog niet overwoekerd door varens. Er komen aan de rand van
de plantage nog boomsoorten voor die het gebied langzamerhand terug
kunnen innemen. Dus als het bedrijf de plantage zou verlaten, zijn er
nog toch nog mogelijkheden voor herstel van het gebied, ook al zou
dit decennia en decennia duren...
Al die
verschillende nationaliteiten hier in het kamp maken dat de
communicatie niet altijd eenvoudig is. Bijna altijd is er vertaling
van Bahasa (Indonesisch) naar het Engels en omgekeerd en dit leidt
wel eens tot misverstanden. Maar het leidt ook wel tot een grotere
creativiteit en hilariteit. Niet alleen zijn er discussies over het
mooiste Indonesische woord - mijn voorkeur gaat nog altijd uit naar
het woord 'pompong', de naam voor de lokale boot. Ook worden er
nieuwe woorden uitgevonden. Zo is het woord 'bengbeng' ondertussen
bij iedereen gekend. De bengbeng is een stuk stam van ongeveer 70
centimeter met 2 handvatten en het wordt gebruikt om de houten balken
voor de dammen in de grond te slaan.
Gezien ik de afgelopen
dagen vooral geholpen heb met het bouwen van dammen, bestaat
mijn Indonesisch vocabularium vooral uit technische termen zoals kaju
(hout), paku (nagel), hati hati (opgelet).
Elke ochtend
worden we wakker gemaakt met 'Selamat pagi', wat zoveel betekent als
'goede morgen', maar gezien het dan meestal nog maar 5 uur is, is dit
het woord dat heel wat mensen ondertussen niet zo graag meer horen.
En dan is er ook nog 'makan', het woord waar iedereen hard om
moet lachen. Het betekent niets meer dan 'avondeten' maar gezien onze
Thaise collega Topsi dit op zo’n grappige manier over het kamp
uitroept, is het een woord dat bij de meeste medewerkers nog lang een
glimlach zal oproepen.
Veerle aan het werk in het Forest Defenders Camp in Indonesië met Hapsoro (Forest Campaigner)
Vergroot fotoIn Centraal Kalimantan
heeft een team aan de universiteit van Palangka Raya al een paar jaar
ervaring met het bouwen van dammen in kanalen van vernietigde
veenmoerasbossen. Ondertussen zijn ze aan hun derde ontwerp ; de
eerdere dammen braken na een aantal maanden telkens door. Maar het
laatste model lijkt sterker en langer te houden.
Gezien er in
Riau (waar Greenpeace het kamp heeft opgericht) geen expertise is met
het bouwen van dammen, vroeg Greenpeace aan het team of ze een handje
konden helpen met het afdammen van de kanalen rond het kamp dus
kwamen Kitso, Kris, Rogat en Sahara ons 10 dagen helpen.
Kris
was niet alleen de grappenmaker van het team, hij had ook een
bijzonder verleden. Na zijn middelbare school ging hij aan het werk
als illegale houtkapper. Hij werkte voor 1 van de 'middle men' in de
regio waar hij woonde. Deze tussenpersonen hebben niet alleen heel
wat financiele middelen, vaak hebben ze ook politieke macht die
toelaat dat ze dit soort van handel kunnen opzetten. De
tussenpersonen zorgen voor het nodige materiaal voor de houtkappers
en verkopen het hout door aan bedrijven dat de houtkappers voor hen
uit het bos halen.
In de begin jaren 2000 werd de politiecontrole
in het gebied waar Kris werkte opgedreven en dit leidde ertoe dat hij
van job veranderde. Hij stapte over naar het team van de universiteit
van Palangka Raya. Hij helpt er niet alleen met dammen bouwen, hij
maakt ook deel uit van het team dat in de regio illegale houtkappers
opspoort. Kris vertelde overtuigd dat hij zeer gelukkig was met zijn
job nu : “het is heel belangrijk dat we de bossen beschermen, dus
ik denk er niet aan om terug te keren naar mijn vorige job”.
Mijn lichaam begint nu
stilletjes aan een paar tekenen te vertonen van mijn aanwezigheid
hier. Vooral mijn benen staan vol met insectenbeten. Mijn armen en
benen zijn geschaafd en hier en daar blauw van het vallen. Mijn
aangezicht is al een paar keer stevig rood aangelopen en nooit eerder
in mijn leven waren mijn oren verbrand. Zonnecreme vermengt zich snel
met het zweet en het vuil en het wordt dus snel een smerige boel op
je aangezicht. Mijn rug begint de last van het verslepen van hout en
zandzakken te voelen, maar gelukkig is er vaak wel iemand bereid om
's avonds nog een massage te geven.
Ik ben een beetje
verbaasd dat de politie voorlopig niet opgetreden is tegen het bouwen
van de dammen. Meer dan een week geleden kwam een delegatie van 20
mensen naar het kamp. Een hele namiddag 'onderhandelden' onze
Indonesische collega's met de politie. Ondertussen werden foto's
genomen van een aantal medewerkers en documenten. De onderhandelingen
gingen vooral over de aanwezigheid van de buitenlanders in het kamp.
Ze waren duidelijk ongerust over onze activiteiten. De conclusie was
uiteindelijk dat we mochten blijven maar 2 politieagenten gingen in
het kamp blijven om 'onze veiligheid' te garanderen. Dat de twee
agenten zich vrij ongemakkelijk voelden in deze vrij afgelegen
gebieden vol rare geluiden en beesten was al snel voor iedereen
duidelijk. Dit waren mannen uit de stad. Maar dat ze de dag nadien al
hun biezen pakten, hadden we helemaal niet gedacht. Blijkbaar hadden
ze vernomen dat hier een paar weken geleden een Sumatraanse tijger
was gesignaleerd en dat had hen niet bepaald gerust gesteld.