Skip navigation.
Veerle Dossche, Forest Campaigner bij Greenpeace Belgium, in het 
Forest Defenders Camp in Indonesië

Veerle Dossche, Forest Campaigner bij Greenpeace Belgium, in het Forest Defenders Camp in Indonesië

Vergroot foto

Riau Provincie, Indonesie — Veerle Dossche, Forest Campaigner voor Greenpeace Belgium, verblijft momenteel in het Forest Defenders Camp van Greenpeace in Indonesië. Het kamp werd gebouwd in een gebied waar recentelijk veenmoerasbos voorkwam. Greenpeace wil hiermee de massale vernietiging van deze bossen in Indonesië en de impact van de bosvernietiging op het klimaat onder de aandacht te brengen. Veerle houdt een dagboek bij, waardoor u dagelijks kan meevolgen hoe het er daar aan toe gaat.

Greenpeace heeft een Forest Defenders Camp opgericht in Riau in Indonesie. Het kamp werd gebouwd in een gebied waar recentelijk veenmoerasbos voorkwam. Riau is een provincie in Sumatra (westelijk eiland van Indonesie) waar ontbossing een schrijnend probleem is. De bossen worden niet alleen gekapt voor de hout- en papierindustrie; op dit moment is palmolie een belangrijke motor achter de grootschalige bosvernietiging. Het kamp maakt deel uit van een campagne van Greenpeace om de massale vernietiging van onder meer veenmoerasbossen in Indonesie en de impact van deze bosvernietiging op het klimaat onder de aandacht te brengen.
> Lees meer achtergrondinformatie & video

Greenpeacemedewerkers in de pompong, 's avonds bij het terugkeren van 
het werk

Greenpeacemedewerkers in de pompong, 's avonds bij het terugkeren van het werk

Vergroot foto
Meer beelden
Deze morgen vertrek ik uit het kamp. Nog een laatste keer vaar ik mee met de pompong over de rivier. Ik ben moe van het zware werk de afgelopen dagen. Het is nog 2 dagen reizen vooraleer ik terug in België ben, maar ik kom terug met een hele hoop interessante ervaring en informatie.

Ik probeerde gisteren de vrouwen van de keuken te overtuigen om nog voor een laatste keer gebakken bananen klaar te maken, maar jammer genoeg waren er geen bananen. De jongens in het kamp hadden ook wel zin in gebakken bananen dus hadden ze heel erg hun best gedaan om mij het zinnetje 'gebakken bananen zijn lekker' in het Bahasa te leren. De vrouwen in de keuken schaterden van het lachen.

Gezien ik al een paar nachten geplaagd word door nachtmerries – in mijn droom blijk ik telkens ergens achtergelaten in het bos – en ik nog heel wat teksten moet nalezen voor ik vertrek, ben ik gisteren in het kamp gebleven. Het was een eerder trieste dag. Het had 's nachts heel hard geregend en een van de tenten in het kamp had het snachts begeven door de regen. Alle spullen waren nat en het was een druilerige morgen. Maar met een lekkere Indonesische koffie kon ik toch wel genieten van een iets rustigere ochtend nadat onze 'dammenbouwers' vertrokken waren naar de kanalen. Ik kon voor een keer ook eens flink doorwerken aan de computer. Er is namelijk maar 1 computer in het kamp voor het versturen van e-mail en een aantal mensen gebruiken deze computer ook voor het verwerken van teksten of het schrijven van hun blog. Dus elke avond is het aanschuiven voor het gebruik van de computer. Maar eens je dan aan de computer zit, zitten de wachtenden je vragend aan te staren hoeveel tijd je wel nodig hebt, dus het is moeilijk om je te concentreren.

Er zijn deze week heel wat journalisten in het kamp geweest: onder meer was er iemand van De Volkskrant, een ploeg van de Duitse TV ARD en ook nog een ploeg van de Britse TV ITN. Heel wat verloop van mensen in en uit het kamp en extra werk om al die mensen te helpen om een goede reportage te maken, maar het is leuk dat er veel aandacht is voor het werk dat we hier doen !
Veerle versleurt zandzakken naar de dammen in het Forest Defenders 
Camp in Indonesië

Veerle versleurt zandzakken naar de dammen in het Forest Defenders Camp in Indonesië

Vergroot foto
Gisteren was de laatste dag dat ik meewerkte aan de dammen. Het was een hete dag: de temperatuur steeg tot boven de 40 graden. Niemand is in dergelijk weer in staat om nog heel veel te doen. We zijn ondertussen aan de bouw van de vierde dam begonnen. Het kanaal waar we deze dam bouwen is vrij breed, dus er is veel werk aan. De experts uit Kalimantan - Kris, Kitso, Sahara en Rogat - zijn vertrokken. Ook al hebben we ondertussen wat ervaring met het bouwen van dammen, voelen we toch dat het tempo achteruit gaat. Gelukkig hebben we nog altijd de steun van de lokale gemeenschap hier en komen er elke dag nog mensen helpen.

Suri, de verpleegster, en ik waren de afgelopen dagen de enige vrouwen op de 'werf'. Vooral de mannen van de lokale gemeenschap hier voelden zich daar in het begin wat onwennig bij dat een vrouw mee zandzakken op haar rug draagt en giechelden 'miss Verlie' achter mijn rug. Maar ook zij wennen er wel aan.

Vorige week zaterdag ging in de regio het gerucht de ronde dat het bedrijf Duta Palma een aantal arbeiders had opgetrommeld om onze dammen te vernietigen. Heel wat arbeiders komen niet uit de regio zelf, maar uit Medan, omdat dit goedkopere werkkrachten zijn. Gezien we op zaterdag met heel wat medewerkers op het terrein aanwezig waren, durfden de arbeiders blijkbaar niet in te grijpen. Wij hebben in ieder geval hier zelf niets van gemerkt. Maar twee dagen geleden kwamen een paar vertegenwoordigers van het bedrijf foto's nemen van onze dammen. De spanning steeg wat, maar verder geen actie meer. Dus wij bouwen voort!
Veerle aan het werk in het Forest Defenders Camp in Indonesië met 
Jonotoro (biodiversiteitsexpert) en Sergio Baffoni (Forest Campaigner 
Greenpeace International)

Veerle aan het werk in het Forest Defenders Camp in Indonesië met Jonotoro (biodiversiteitsexpert) en Sergio Baffoni (Forest Campaigner Greenpeace International)

Vergroot foto

Het veenmoerasbos achter het kamp werd de afgelopen jaren omgezet in een palmolieplantage en ziet er nu een doods gebied uit waar zwartgeblakerde stronken tussen de kleine palmplanten verspreid liggen.

Met een aantal medewerkers hebben we geprobeerd om een aantal vogelsoorten en zoogdieren die hier in het gebied aanwezig zijn te identificeren. Heel wat van de vogelsoorten die we konden identificeren, zijn soorten die je in laaglandregenwoud terugvindt. Deze soorten trekken zich nu terug in de stukken bossen die nog rondom de plantage liggen. Rond ons kamp duiken af en toe langstaartmakkaken en 'leaf monkeys' (
langoers) op. Ook kunnen we 's morgens af en toe genieten van het 'gezang' van de gibbons.

Achter de plantage ligt nog een bosgebied dat van ver nog een mooi gebied lijkt. Maar het gebied zal ook snel worden omgetoverd in een plantage. Het bos is al doortrokken van de wegen en kanalen. Boomstammen liggen verspreid en overal ligt houtafval. Het is zeer moeilijk te geloven dat binnen een zeer korte termijn ook dit stuk bos zal verdwijnen.

Vorige en deze week kwam Dr. Jonotoro van Pekanbaru op vraag van Greenpeace op bezoek naar het kamp. Hij is een expert op vlak van biodiversiteit voor de provincie Riau. Hij deed voor ons onder meer onderzoek aan de rand van de plantage wat diversiteit aan planten betreft, en dat was hoopvol. Het gebied is nog niet overwoekerd door varens. Er komen aan de rand van de plantage nog boomsoorten voor die het gebied langzamerhand terug kunnen innemen. Dus als het bedrijf de plantage zou verlaten, zijn er nog toch nog mogelijkheden voor herstel van het gebied, ook al zou dit decennia en decennia duren...

Veerle aan het werk in het Forest Defenders Camp in Indonesië

Veerle aan het werk in het Forest Defenders Camp in Indonesië

Vergroot foto

Al die verschillende nationaliteiten hier in het kamp maken dat de communicatie niet altijd eenvoudig is. Bijna altijd is er vertaling van Bahasa (Indonesisch) naar het Engels en omgekeerd en dit leidt wel eens tot misverstanden. Maar het leidt ook wel tot een grotere creativiteit en hilariteit. Niet alleen zijn er discussies over het mooiste Indonesische woord - mijn voorkeur gaat nog altijd uit naar het woord 'pompong', de naam voor de lokale boot. Ook worden er nieuwe woorden uitgevonden. Zo is het woord 'bengbeng' ondertussen bij iedereen gekend. De bengbeng is een stuk stam van ongeveer 70 centimeter met 2 handvatten en het wordt gebruikt om de houten balken voor de dammen in de grond te slaan.

Gezien ik de afgelopen dagen vooral geholpen heb met het bouwen van dammen, bestaat  mijn Indonesisch vocabularium vooral uit technische termen zoals kaju (hout), paku (nagel), hati hati (opgelet).

Elke ochtend worden we wakker gemaakt met 'Selamat pagi', wat zoveel betekent als 'goede morgen', maar gezien het dan meestal nog maar 5 uur is, is dit het woord dat heel wat mensen ondertussen niet zo graag meer horen.

En dan is er ook nog 'makan', het woord waar iedereen hard om moet lachen. Het betekent niets meer dan 'avondeten' maar gezien onze Thaise collega Topsi dit op zo’n grappige manier over het kamp uitroept, is het een woord dat bij de meeste medewerkers nog lang een glimlach zal oproepen.

Veerle aan het werk in het Forest Defenders Camp in Indonesië met 
Hapsoro (Forest Campaigner)

Veerle aan het werk in het Forest Defenders Camp in Indonesië met Hapsoro (Forest Campaigner)

Vergroot foto

In Centraal Kalimantan heeft een team aan de universiteit van Palangka Raya al een paar jaar ervaring met het bouwen van dammen in kanalen van vernietigde veenmoerasbossen. Ondertussen zijn ze aan hun derde ontwerp ; de eerdere dammen braken na een aantal maanden telkens door. Maar het laatste model lijkt sterker en langer te houden.

Gezien er in Riau (waar Greenpeace het kamp heeft opgericht) geen expertise is met het bouwen van dammen, vroeg Greenpeace aan het team of ze een handje konden helpen met het afdammen van de kanalen rond het kamp dus kwamen Kitso, Kris, Rogat en Sahara ons 10 dagen helpen.

Kris was niet alleen de grappenmaker van het team, hij had ook een bijzonder verleden. Na zijn middelbare school ging hij aan het werk als illegale houtkapper. Hij werkte voor 1 van de 'middle men' in de regio waar hij woonde. Deze tussenpersonen hebben niet alleen heel wat financiele middelen, vaak hebben ze ook politieke macht die toelaat dat ze dit soort van handel kunnen opzetten. De tussenpersonen zorgen voor het nodige materiaal voor de houtkappers en verkopen het hout door aan bedrijven dat de houtkappers voor hen uit het bos halen.

In de begin jaren 2000 werd de politiecontrole in het gebied waar Kris werkte opgedreven en dit leidde ertoe dat hij van job veranderde. Hij stapte over naar het team van de universiteit van Palangka Raya. Hij helpt er niet alleen met dammen bouwen, hij maakt ook deel uit van het team dat in de regio illegale houtkappers opspoort. Kris vertelde overtuigd dat hij zeer gelukkig was met zijn job nu : “het is heel belangrijk dat we de bossen beschermen, dus ik denk er niet aan om terug te keren naar mijn vorige job”.

De Forest Defenders in Indonesië na dat ze de eerste dam hadden 
afgewerkt

De Forest Defenders in Indonesië na dat ze de eerste dam hadden afgewerkt

Vergroot foto

Mijn lichaam begint nu stilletjes aan een paar tekenen te vertonen van mijn aanwezigheid hier. Vooral mijn benen staan vol met insectenbeten. Mijn armen en benen zijn geschaafd en hier en daar blauw van het vallen. Mijn aangezicht is al een paar keer stevig rood aangelopen en nooit eerder in mijn leven waren mijn oren verbrand. Zonnecreme vermengt zich snel met het zweet en het vuil en het wordt dus snel een smerige boel op je aangezicht. Mijn rug begint de last van het verslepen van hout en zandzakken te voelen, maar gelukkig is er vaak wel iemand bereid om 's avonds nog een massage te geven.

Ik ben een beetje verbaasd dat de politie voorlopig niet opgetreden is tegen het bouwen van de dammen. Meer dan een week geleden kwam een delegatie van 20 mensen naar het kamp. Een hele namiddag 'onderhandelden' onze Indonesische collega's met de politie. Ondertussen werden foto's genomen van een aantal medewerkers en documenten. De onderhandelingen gingen vooral over de aanwezigheid van de buitenlanders in het kamp. Ze waren duidelijk ongerust over onze activiteiten. De conclusie was uiteindelijk dat we mochten blijven maar 2 politieagenten gingen in het kamp blijven om 'onze veiligheid' te garanderen. Dat de twee agenten zich vrij ongemakkelijk voelden in deze vrij afgelegen gebieden vol rare geluiden en beesten was al snel voor iedereen duidelijk. Dit waren mannen uit de stad. Maar dat ze de dag nadien al hun biezen pakten, hadden we helemaal niet gedacht. Blijkbaar hadden ze vernomen dat hier een paar weken geleden een Sumatraanse tijger was gesignaleerd en dat had hen niet bepaald gerust gesteld.

Veerle aan het werk in het Forest Defenders Camp in Indonesië

Veerle aan het werk in het Forest Defenders Camp in Indonesië

Vergroot foto
Een aantal dagen geleden is Greenpeace samen met de lokale inwoners van Kuala Cenako en Kuala Mulia begonnen met de bouw van een paar dammen in de kanalen van de palmolieplantage van Duta Palma. Via de kanalen werden de economisch waardevolle bomen uit de veenmoerasbossen weggehaald en werd het water uit het gebied gedraineerd zodat de bovenste veenlagen uitdrogen en het afbranden en planten van oliepalmen wordt vergemakkelijkt. Door dammen in de kanalen aan te leggen, proberen we te verhinderen dat meer water uit het gebied loopt en dit is een eerste stap voor mogelijk herstel van de veengebieden.

De afgelopen dagen waren voor alle medewerkers hier verschrikkelijk intensief en zwaar. Rond 6 uur vertrekken we naar de kanalen voor het verslepen van hout en zandzakken en het bouwen van de dammen en omstreeks 5 uur gaan we vuil en bezweet terug naar het kamp en dan is het hopen dat er nog voldoende water is voor een douche. Hete zon, harde regen, de hoge vochtigheid, de modder waar je langs de rivier tot je knieën inzakt maken het allemaal niet gemakkelijk. Elke dag stellen we 's avonds een plan op voor de volgende dag, maar het verloopt bijna nooit zoals gepland. Telkens duiken er nieuwe problemen op – of laat het ons uitdagingen noemen: de materialen zijn er niet, de harde regen vertraagt het werken, de kettingzaag is kapot en het vervangingsstuk is niet beschikbaar, …  Maar gisteren was het wel heel bijzonder. Voor de dam die we aan het bouwen waren, stond een pompong (de lokale boten hier) waarin een familie zijn hele huishouden vervoerde. Ze waren door Duta Palma uit het gebied gezet en vertrokken naar een nieuwe plaats. Maar bij hun vertrek stootten ze op onze dam en konden niet meer weg. Een hele klus om die boot over onze dam te tillen!

De hulp die we krijgen van de lokale gemeenschap hier maakt veel goed ; waar de meeste onder ons liefst met 2 personen een balk verslepen, dragen zij een balk op hun eentje op hun schouder. En gisteren was de eerste van de dammen die we aan het bouwen zijn afgewerkt en dat werkt duidelijk motiverend voor alle medewerkers hier.
Veerle in het Forest Defenders Camp in Indonesië

Veerle in het Forest Defenders Camp in Indonesië

Vergroot foto
Het Forest Defenders Camp van Greenpeace bestaat nu al een paar weken. Het is een hele klus geweest om het kamp op te richten. Vrijwilligers hebben weken meegeholpen om het longhouse te bouwen, om een hut te voorzien voor de kookactiviteiten en een aantal hutten voor was en plas. Ook werd een kleine uitkijktoren gebouwd. Via de uitkijktoren hebben we een goed overzicht over de palmolieplantage vlak achter het kamp en gebieden die in de buurt in brand gestoken worden.

Het was een hele weg om naar het kamp te geraken. Via Pekanbaru (de hoofdstad van Riau) is het een paar uur met de wagen naar Rengat en Kuala Cenako. Tijdens de rit naar Rengat krijg ik al een triestige inleiding: palmolieplantages volgen elkaar op. Vrachtwagens volgeladen met hout rijden richting Pekanbaru, wellicht voor de papierindustrie.

In Kuala Cenako word ik begroet door de dorpschef. De afgelopen weken zijn al heel wat 'bule' ( blanke vreemdelingen) door zijn gemeenschap gepasseerd. Hij houdt een oogje in het zeil en zorgt voor een goede relatie tussen de bewoners en Greenpeace. De betrokkenheid van de lokale gemeenschap in het werk dat we hier doen is heel belangrijk. Het bedrijf Duta Palma heeft ook palmoliebomen aangeplant op het land dat door de lokale gemeenschap geclaimd wordt. Zij willen hun land terug; Greenpeace werkt samen met hen in deze regio.

In Kuala Cenako stappen we over in een kleine boot voor een trip van 45 minuten. Ook al is in het gebied veel bos verdwenen, zie je hier en daar een vogel of een zoogdier opduiken. Op weg naar het kamp zien we een veelkleurige kingfisher en een paar neushoornvogels. Eens in het kamp schrik ik van de vernietiging rondom het kamp. Het bos rond het kamp is niet meer dan nog een paar bomen, waarvan de meeste stervende zijn. Achter het kamp ligt een palmolieplantage die er maar het afgelopen jaar is aangelegd. De zwartgeblakerde stompjes van bomen zijn nog over het ganse terrein verspreid en herinneren aan het vuur dat een paar jaar terug over het terrein heeft geraasd. Het terrein is opgedeeld in kleine percelen door de irrigatiekanalen die zijn aangelegd. Het water in de kanalen is zwartgekleurd door het veen in het gebied.

Er zijn een paar tientallen mensen in het kamp. Uiteraard zijn er een heleboel Indonesische Greenpeace medewerkers en vrijwilligers. Hapsoro, mijn bossencollega van het Indonesisch Greenpeace kantoor, maar er zijn ook nog Geoff uit Australie, mijn collega Sergio uit Italie, Jurrien uit Oostenrijk, Hayden uit de Verenigde Staten, ...

De afgelopen weken zijn al een aantal activiteiten opgestart. Er zijn metingen geweest van de diepte van de nog resterende veenlagen. Daaruit bleek dat de palmolieplantages hier niet wettelijk zijn want volgens de Indonesische wetgeving mogen er in veengebieden die dieper zijn dan 3 meter geen plantages komen, maar deze regelgeving heeft men hier duidelijk met de voeten getreden.

Er werd heel wat beeldmateriaal geproduceerd van de vernietiging in de omgeving. En een paar dagen geleden werd gestart met het aanleggen van dammen om de irrigatie van water uit het gebied te stoppen maar daarover in de komende dagen meer nieuws.