50 actievoerders brengen de eis "Our climate, your decision" aan op de Gornergletsjer in Zwitserland.
Vergroot foto
Luxemburg —
De EU milieuministers legden tijdens de top in Luxemburg de Europese onderhandelingspositie vast voor de klimaatconferentie in Kopenhagen eind dit jaar. Het resultaat zal helaas niet volstaan om de CO2-uitstoot voldoende te verminderen om de opwarming van de aarde beneden de 2°C te houden.
Onze milieuministers hebben vandaag vooral bewezen dat ze de klimaatverandering als een politieke zaak zien. De realiteit schetst een ander beeld: het gaat voor steeds meer mensen immers om de toegang tot water en voedsel, de bescherming van hun huizen, en hoe langer hoe meer ook om het verschil tussen leven en dood. Noch de doelstelling voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (-20% tegen 2020), noch de financiële engagementen van de EU gaan op dit moment ver genoeg om een onomkeerbare klimaatverandering tegen te houden. De menselijke, ecologische en financiële kost zal op deze manier alleen maar toenemen.
Verder dan een herhaling van een voorwaardelijk engagement om de uitstoot van broeikasgassen met 30% te verminderen kwamen de ministers niet, de inzet van enkele lidstaten, waaronder België, ten spijt. Landen als Japan en Noorwegen wel een sterkere toezegging gedaan hebben. Japans -25% komt overeen met een EU scenario van -30%. Noorwegen is nog ambitieuzer en wil zijn emissies met -40% terugdringen, in lijn met wat de wetenschap aangeeft dat nodig is. De milieucommissie van het Europees parlement heeft maandag via een resolutie ook al aangegeven dat ook de EU naar -40% tegen 2020 moet streven.
De ministers kwamen wel overeen om de CO2-uitstoot van de scheep- en luchtvaart te beperken (respectievelijk -20% en -10% in vergelijking met 2005). Greenpeace verwelkomt dit initiatief, aangezien beide sectoren te maken hebben met een stijgende uitstoot van broeikasgassen die bovendien niet strikt gecontroleerd werd. Het blijft echter problematisch dat beide een voorkeursbehandeling blijven genieten. In vergelijking met het emissieniveau van 1990 betekent dit immers dat ze hun uitstoot nog met een derde kunnen verhogen, wat hen een oneerlijk voordeel oplevert ten opzichte van andere sectoren.
Er werd ook een positieve stap gezet op vlak van de discussie rond de strijd tegen ontbossing. De ministers bevestigden hun bezorgdheid omtrent het destabiliserend effect van de opname van kredieten voor bossen in de koolstofmarkt als financieringsmechanisme om ontbossing in ontwikkelingslanden tegen te gaan. Ze spraken zich duidelijk uit voor het gebruik van overheidsmiddelen om de ontbossing te stoppen en de biodiversiteit te vrijwaren in een initiële fase. Het blijft echter onduidelijk hoe de meest cruciale fase van een internationaal bossenmechanisme gefinancierd moet worden. De EU heeft nochtans een belangrijke historische verantwoordelijkheid: ze heeft de ontbossing in ontwikkelingslanden gestimuleerd. Het is dan ook niet meer dan normaal dat ze nu met een aanzienlijk bedrag aan publieke middelen over de brug moet komen om de laatste oerbossen te redden in plaats van de financiering daarvan over te laten aan een onvoorspelbare markt.
De Brusselse top van staatshoofden en regeringsleiders op 29 en 30
oktober is de laatste kans voor de EU om de onderhandelingen een boost
te geven in de aanloop naar Kopenhagen.