Greenpeaceactievoerders blokkeren de uitgang van het gebouw waar de Europese ministers van Financiën vergaderen over klimaatsteun aan ontwikkelingslanden.
Vergroot foto
Brussel, België —
Op de Europese top in Brussel kwamen de EU-leiders vandaag overeen dat ontwikkelingslanden tot 50 miljard euro nodig hebben in de vorm van een publiek fonds gespijsd door de geïndustrialiseerde landen. Maar de gesprekken sprongen af op het aandeel dat de EU moet leveren. Door hier geen getal op te plakken, brengen de EU-leiders de internationale klimaatonderhandelingen van Kopenhagen aan de rand van de afgrond, nog voor ze goed en wel begonnen zijn.
De EU mist hier een serieuze kans om ook daadwerkelijk een engagement aan te gaan dat nodig is om de klimaatonderhandelingen op het spoor te houden. Alles is nog niet verloren: 27 landen, die tot de rijkste naties ter wereld behoren, spraken zich uit over de noodzaak om de aanpak van de klimaatverandering in ontwikkelingslanden financieel te ondersteunen. De trein naar Kopenhagen rijdt dus nog, maar de wereld heeft dringend nood aan meer leiderschap om hem op de sporen te houden.
Greenpeace dringt er bij de EU op aan tegen 2020 jaarlijks 35 miljard aan publieke middelen te geven aan ontwikkelingslanden om zich te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering. In totaal zouden de rijke landen samen elk jaar met 110 miljard euro over de brug moeten komen. In september stelde de Europese Commissie voor dat de EU tot 15 miljard zou betalen. Het Europese Parlement pleitte er vorige week voor dat de EU 30 miljard euro zou toezeggen, en alle geïndustrialiseerde landen 100 miljard. Het is teleurstellend dat de Europese voorstellen amper tegemoet komen aan de helft van het bedrag dat nodig is om de ergste gevolgen van de klimaatverandering onder controle te krijgen.
Deze financieringskwestie is reeds lang een heikel punt in de klimaatonderhandelingen. Zonder adequate financiële ondersteuning kunnen ontwikkelingslanden hun broeikasgasuitstoot niet verminderen. Ze moeten in staat worden gesteld om hun bossen te beschermen, te investeren in een groene en efficiënte industrie en zich aan te passen aan de impact die de klimaatverandering nu reeds heeft.