Dit jaar bestaat Greenpeace Zuidoost-Azië tien jaar, en mag onze Indonesische bossencampagne vijf kaarsjes uitblazen. Al vijf jaar campagne tegen de massale ontbossing, aangedreven door de palmolie- en papierproductie, die het land een record in het Guinness Book opleverde van de snelste bosvernietiging ooit. Daardoor brengt Indonesië, na de VS en China, de grootste hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer. In combinatie met houtkap is de ontginning van de veengronden onder de Indonesische bossen een ware klimaatbom. Reden genoeg dus om de Rainbow Warrior te sturen, en de rest van de wereld te tonen waar het om draait.

Maar het is om andere redenen een belangrijk moment om verslag uit te brengen van wat zich in Indonesië afspeelt. Zoals Greenpeace International-directeur Kumi Naidoo al aanhaalde in zijn blog, kan de invulling van het tweejarige moratorium op ontbossing dat de Indonesische president vorig jaar aankondigde van historisch belang zijn, en dan vooral in het kader van het akkoord dat daarover momenteel onderhandeld wordt met Noorwegen. Financiële steun van de Noren voor een goed akkoord kan een grote stap vooruit betekenen in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Een slecht akkoord daarentegen zal de industrieën achter de ontbossing een vrijbrief geven om hiermee verder te gaan.

Wat dat betekent, is intussen vrij duidelijk: natuurlijke bossen worden massaal vernietigd voor de aanleg van enorme monocultuurplantages van oliepalmen of acaciabomen, die dienen voor de productie van papier en papierpulp. Deze plantages kunnen lang niet zoveel CO2 opslaan als een bos, maar ook op vlak van biodiversiteit richten ze een ware ravage aan. Soorten zoals de orang-oetan en de Sumatraanse tijger zijn met uitsterven bedreigd. Er is dringend een solide netwerk van beschermde gebieden nodig om hun voortbestaan veilig te stellen, zoals Greenpeace ook vraagt in het kader van de biodiversiteitstop die deze week van start ging in het Japanse Nagoya.

Indonesië kan het geweer van schouder veranderen. Het land heeft meer dan voldoende braakliggende terreinen waarop plantages kunnen worden aangelegd. Er hoeft dus helemaal geen bijkomend bos vernield te worden om de economische groeicijfers van de palmolie-industrie en de papiersector op peil te houden.

Dat betekent dat beide sectoren voor een dringende keuze staan en nu moeten bewijzen dat ze echt voor een duurzame groei kiezen. Want het ontwikkelingsmodel dat bedrijven als Sinar Mas promoten strookt niet met de realiteit op het terrein. Dat wordt nog maar eens bewezen door hun bedrijfslobby, die politieke druk uitoefent zodat de Rainbow Warrior de Indonesische territoriale wateren voorlopig niet binnen mag.

De Indonesische overheid van haar kant moet nu aantonen dat het land zijn intenties echt wil waarmaken en kan weerstaan aan de druk van de palmolie- en papiersector, die de sloop van de Indonesische bossen gewoon wil voort zetten. Een ambitieus moratorium is broodnodig. Noorwegen, dat op het vlak van bossen en klimaat een zeer progressieve rol speelt, moet nu bewijzen dat het die rol in de praktijk ook waarmaakt via zijn akkoord met Indonesië - een akkoord dat op weg is om model te staan voor soortgelijke overeenkomsten op wereldschaal, of dat nu een goede of een slechte zaak is.

We blijven alles op alles zetten om te verhinderen dat bossen, biodiversiteit en inheemse volkeren moeten wijken voor een ontwikkelingsmodel dat allesbehalve duurzaam is en de toekomst van onze planeet hypothekeert. Blijf dus zeker volgen wat we ondernemen om deze bedrijven onder druk te zetten om hun schadelijke praktijken een halt toe te roepen.