Vaste lezers van mijn blog kennen Asia Pulp & Paper intussen wel. APP is een Indonesische papiergigant die op industriële schaal het Sumatraanse regenwoud vernietigt. Het beschikt ook over het nodige PR-budget om zich in de media en bij klanten voor te stellen als  beschermer van tijgerhabitat. Maar zijn façade vertoont steeds meer barsten. Dankzij uitstekend werk van onze WWF-collega’s is het nu wel duidelijk dat geen enkele houtcertificeerder bereid is de duurzaamheidsclaims van APP te onderschrijven.

In december vorig jaar al toonden WWF en de Indonesische ngo Eyes of the Forest met een rapport aan dat de toeleveranciers van APP bomen omhakken in een gebied dat het bedrijf zelf wilde vrijwaren voor de bescherming van tijgers. Dit rapport wees er ook op dat APP geen onafhankelijke certificatie heeft om aan te tonen dat het duurzaam te werk gaat.

Dat dit niet het geval is, wisten we al lang. Maar wat blijft verbazen, is de respons van de papiergigant op de onthullingen van organisaties en specialisten in duurzaam ondernemen. In het persbericht dat WWF van antwoord diende, nam APP opnieuw een loopje met de waarheid. Het bedrijf claimt dat het “regelmatig assessments ondergaat en gecertificeerd is door verschillende vooraanstaande autoriteiten op vlak van duurzaam bosbeheer”. Daarbij verwees APP ook naar duurzaamheidsstandaarden als PEFC.

Vezels uit Zuid-Amerika

En dus besliste WWF om de organisaties in kwestie zelf te gaan vragen of zij APP’s claims wel ondersteunen. Het bewijs is nu geleverd: niemand steekt daar zijn hand voor in het vuur. Ze hebben allemaal wel een link met APP, maar valse duurzaamheidsclaims greenwashen is hen duidelijk een brug te ver.

Wat is er dan wel gaande? Er bestaat zoiets als ‘duurzaamheid via associatie’. Er zijn geen PEFC-gecertificeerde bossen in Indonesië, maar APP kan wel een aantal van zijn producten labelen met het PEFC-logo omdat het PEFC-gecertificeerde vezels importeert uit Zuid-Amerika, en ze vervolgens mengt met ongecertificeerd materiaal in zijn Indonesische fabrieken. En zo laat APP uitschijnen dat zijn bosexploitatie een PEFC-onderzoek heeft ondergaan.

Zoals mijn collega Andy Tait al uitlegde in een eerdere blog, lijkt de zwakke standaard van PEFC toe te laten dat APP zulke claims maakt. En dus blijft de vraag waarom ’s werelds grootste bossencertificeerder zo’n bedrijf toelaat zijn naam te gebruiken als een dekmantel om grootschalige bosvernietiging te verbergen.

Truc uitgewerkt

Bij APP gaan ze nog een stap verder: ze gebruiken het feit dat ze enkele plantages hebben die aan een wettelijke basisstandaard voldoen, en trachten dan te doen uitschijnen dat dit al hun exploitaties duurzaam maakt – terwijl duurzaamheid en legale houtkap toch twee verschillende zaken zijn.

De resultaten van WWF’s onderzoek zijn van groot belang. APP schermt met de namen van certificeringsorganisaties en auditors om zijn klanten te overtuigen dat het niks te maken heeft met de bosvernietiging in Indonesië. Ik heb zelf zulke brieven onder ogen gekregen die dat aantonen. Ongelooflijk.

Maar die truc werkt gelukkig hoe langer hoe minder. Nadat een resem bedrijven vorig jaar alle banden met APP had doorgesneden, hebben recentelijk ook enkele grote Amerikaanse supermarktketens meegedeeld dat ze geen toiletpapier van APP meer zullen verkopen.

En nu distantiëren de certificeerders zich dus ook openlijk van APP’s inaccurate claims. Hoeveel rookgordijnen denkt APP nog te kunnen optrekken?