Onze vrees is werkelijkheid geworden, schrijft Filip Verbelen die voor Greenpeace België de situatie in Congo volgt. Eerder deze maand raakte bekend dat de Congolese autoriteiten in september al vergunningen hebben afgeleverd voor olieprospecties in het nationale park van Virunga. Hij legt uit waarom het nieuws een kaakslag is voor iedereen die in Congo met natuurbehoud bezig is.
 
Virunga is het oudste natuurreservaat van Afrika. Het ligt in het oosten van de Democratische Republiek Congo, op de grens met Oeganda en Rwanda. Hier leven olifanten, nijlpaarden, meer dan zevenhonderd vogelsoorten en tal van andere bedreigde diersoorten. Steeds meer toeristen bezoeken het park om er de uiterst zeldzame berggorilla’s te bewonderen. Virunga is ook cruciaal voor de drinkwaterbevoorrading. Net omwille van die uitzonderlijke ecologische waarde werd het Virungapark in 1979 door Unesco uitgeroepen tot werelderfgoed.

Oliemaatschappijen
Maar Virunga ligt in Oost-Congo, een politiek zeer instabiele regio die al bijna twintig jaar het toneel is van bloedige conflicten. Als een gevolg daarvan zwerven er gewapend bendes rond in het park. Ze slachten olifanten, nijlpaarden en zelfs gorilla's af. Tal van parkwachters hebben het leven gelaten in de strijd tegen deze stropers. De echte inzet van het conflict is de controle over grondstoffen zoals coltan en diamant. Disputen over oliereserves kunnen hier in geen tijd het geweld opnieuw doen escaleren.

Zowel de Congolese wetgeving als internationale verdragen die het land ondertekend heeft, verbieden olieontginning in het Virungapark. Toch zijn er de voorbije jaren olieconcessies uitgereikt die ongeveer 85 procent van het park omvatten. Momenteel azen meerdere maatschappijen op de olie die zich onder het natuurreservaat bevindt: het gaat onder andere om het Britse bedrijf Soco International en het Franse olieconcern Total.

Internationale afspraken
De speurtocht naar olie in Virunga lokte de voorbije jaren een storm van protest uit, zowel in Congo als elders in de wereld. De reden hiervoor ligt voor de hand: als de Congolese overheid exploratie toelaat  in een natuurpark dat momenteel de grootst mogelijke wettelijke bescherming geniet, dan geeft Congo het signaal dat voortaan geen enkel stukje Congolese natuur nog veilig is voor commerciële ontginning. Het Centraal-Afrikaanse land geeft zo ook te kennen dat het moeiteloos internationale afspraken op het vlak van natuurbescherming aan zijn laars lapt.
 
Nochtans heeft de Congolese regering in januari 2011 officieel herhaald dat ze het verbod op oliewinning in het Virungapark zal respecteren. In maart vorig jaar kondigde de Congolese minister van Leefmilieu ook aan dat alle activiteiten voor de exploratie naar olie in Virunga zouden worden opgeschort zolang een grondige studie naar de milieu-impact niet is afgerond. Het is dan ook schokkend om nu vast te stellen dat de Congolese regering al in september 2011 de toestemming gaf aan oliemaatschappij Soco om de zoektocht naar olie in het Virungapark te starten.

Minister Reynders
De oliemaatschappijen zelf negeren ook het feit dat oliewinning in het park illegaal is, en wachten zelfs de resultaten van de milieueffectenstudie niet af. Ze zijn de exploratie al aan het voorbereiden. Die betrokkenheid van Europese oliebedrijven is erg zorgwekkend. De Europese Unie investeert reeds tientallen jaren in de bescherming van het Virungapark en het is ook de EU die de studies financiert naar de milieuimpact van olie-exploratie in de regio. De Europese lidstaten waar het Britse Soco en het Franse Total hun hoofdzetel hebben, hebben allen de Unesco-conventie ter bescherming van het werelderfgoed geratificeerd. Die conventie verbiedt uitdrukkelijk activiteiten zoals mijnbouw en oliewinning in de gebieden die door Unesco als werelderfgoed zijn erkend. Maar met de ontginning van nieuwe olievelden valt nu eenmaal grof geld te verdienen, en dan moet het milieu wijken.

Daarom is het snel groeiende Congolese en internationale protest tegen de olie-ontginning in Virunga  in een cruciale fase belandt. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Didier Reynders, liet twee weken geleden alvast geen twijfel bestaan over het Belgische standpunt: “Oliewinning in Virunga is in strijd met de Congolese wetgeving en met internationaal gemaakte afspraken.”

We kunnen alleen maar hopen dat ook de Congolese regering de wet zal respecteren en de bescherming van het Virungapark zal veiligstellen voor de toekomst.