Tien jaar geleden streed Greenpeace aan de zijde van de Deni-indianen in het hart van het Amazonewoud. Hun land werd toen stiekem en illegaal verkocht aan houtkapbedrijven. Uiteindelijk heeft Brazilië een aanzienlijk stuk regenwoud officieel erkend als hun territorium. Hoe is het vandaag met deze Deni-indianen gesteld?

Zelfs na tien jaar wachten wou de Braziliaanse regering het grondgebied van de Deni-indianen niet erkennen. Dus riepen ze in 2001 de hulp in van Greenpeace. We stuurden onze Arctic Sunrise naar Manaus, de hoofdstad van de Braziliaanse deelstaat Amazonas, en hielden een persconferentie aan boord van het schip. Voor de aanwezige journalisten deed Greenpeace zijn plan uit de doeken: we zouden 1,6 miljoen hectare regenwoud afbakenen als grondgebied van de Deni-indianen. Helaas was het 11 september 2001, zowat de slechtst mogelijke dag om de aandacht van de media te trekken.

Ondanks deze moeilijke start, liet Greenpeace de Deni-indianen niet in de steek. Een ploeg trok het woud in om bij de indianen te leven. Deze missie was ook bedoeld om hen te leren hoe ze een gps en andere instrumenten voor demarcatie moeten gebruiken. Bij de expeditie zaten dertien vrijwilligers uit de hele wereld die een gevangenisstraf riskeerden om een geïsoleerd inheems volk te beschermen tegen een multinationaal houtkapbedrijf.

Decreet

Uiteindelijk kwam de Braziliaanse minister van Justitie met een voorstel op de proppen: als de vrijwilligers van Greenpeace de Deni-gemeenschap verlaten, zou hij een decreet tekenen dat de rechten van deze indianen over hun eigen land formaliseert. We stemden maar al te graag met het voorstel in, en verplaatsten onze boot van de ene kant van de rivier – die de geografische grens vormde van het Deni-gebied - naar de andere. Daarna plaatste de minister zijn handtekening en daarmee was de kous af. Het harde werk van de Deni-indianen had geloond.

De Braziliaanse regering nam een extern bedrijf in de arm om de demarcatie te vervolledigen. Op 1 november 2004 tekende ook president Lula de officiële erkenning van het grondgebied van de Deni-indianen. Het ging in totaal om een mooi stuk regenwoud van 1,6 miljoen hectare.

Tien jaar na de start van dit avontuur hebben de Deni-indianen een ceremonie gehouden langs de rivier Xeruan. Ze vierden “ Ibure'i hanahanu Ikanade shunu Deni Ihadekha”, ofwel het Territoriaal Beheersplan van het Inheemse Deni-land. Een schitterend plan voor een sterk en fier volk.

Boswet

Jarenlang hebben de Deni geijverd voor de bescherming van hun territorium. Helaas dreigen hun inspanningen vandaag vergeefs te worden. Er ligt een omstreden voorstel op tafel om de Braziliaanse boswet aan te passen, waardoor boeren en landeigenaars zich kunnen nestelen rond het territorium van de Deni. De bedreigingen zijn bekend. Het Parque do Xingu in de deelstaat Mato Grosso is bijvoorbeeld omringd door sojaplantages en veebedrijven die de rivieren van de inheemse reservaten vervuilen met pesticiden en herbiciden, terwijl illegale kappers, jagers en vissers geregeld het reservaat zelf binnendringen.

Vorige week vierden we de overwinning van de Deni-indianen om hun grondgebied te behouden, terwijl we tegelijk de besprekingen over de Braziliaanse boswet op de voet volgen. Er is nog geen definitieve beslissing gevallen, maar miljoenen hectare Amazonewoud dreigen te verdwijnen. We eisen dat de Braziliaanse president Dilma Roussef onmiddellijk actie onderneemt om het regenwoud en zijn ongelooflijke biodiversiteit te beschermen. Tijdens haar verkiezingscampagne beloofde ze geen wetgeving te aanvaarden die tot meer ontbossing zou leiden of amnestie zou verlenen aan diegenen die illegaal ontbossen. Nochtans zal de omstreden aanpassing van de boswet precies deze twee gevolgen hebben.

Roussef aan zet

Uit recente peilingen blijkt dat het Braziliaanse volk niet achter de aanpassing staat. Het is aan president Roussef om in te grijpen en ervoor te zorgen dat Brazilië een wereldleider blijft in de strijd tegen ontbossing.