Indonesië heeft beslist om het moratorium te verlengen dat twee jaar geleden is ingesteld ter bescherming van zijn bossen en veengebieden. Dit is een belangrijke wending voor dit land, waar de ontbossing recordhoogtes haalt door de impact van industriële sectoren zoals de palmolie- of papierindustrie. Lees in dit verband de blog van onze medewerkster An Lambrechts die momenteel in Indonesië verblijft.

"Bedankt SBY voor het bossenmoratorium". Leden van de plaatselijke bevolking in Manokwari op West-Papoea verwelkomen de Rainbow Warrior tijdens zijn rondreis in Indonesië.

Een verslag van Yuyun, onze lokale medewerker: Ik heb de voorbije dagen non-stop telefoontjes beantwoord, omdat er ruime aandacht was voor het feit dat de Indonesische regering zijn bossenmoratorium heeft uitgebreid.

Het is goed nieuws

Het is bemoedigend dat de president van Indonesië, die SBY (afkorting van Susilo Bambang Yudhoyono) wordt genoemd, zijn belofte heeft hernieuwd om de bossen te beschermen – en te snoeien in de massale koolstofuitstoot van mijn land. Als de machtige palmolielobby hier in Indonesië zijn zin had gekregen, zou het bossenmoratorium gewoon zijn afgeschaft en zou er een algemene strijd zijn losgebroken om grond vrij te maken voor pulp en papier, palmolie en mijnconcessies.

Gelukkig is dat niet gebeurd

Maar jammer genoeg reikt het moratorium nog altijd niet ver genoeg. Zoals ik al heb verteld aan journalisten die ons standpunt over de uitbreiding van het moratorium wilden kennen, is de president niet ver genoeg gegaan – hij heeft het moratorium niet verstrengd om het te laten gelden voor alle bossen en veengebieden. Net als het vorige moratorium geldt de uitbreiding enkel voor primair bos en niet voor ALLE natuurlijke bossen en veengebieden. Dat is nochtans echt nodig als we de resterende tijgers en orang-oetans in Indonesië willen redden. Die dieren worden bedreigd door de steeds verdere uitbreiding van de palmolie- en de pulp- en papierproductie.

Waarom is er eigenlijk een moratorium?

Het is schandalig maar waar: 85% van de Indonesische CO2-emissie ontstaat door de ontbossing en de kaalkap van veengronden. Daardoor is Indonesië een van de landen met de grootste uitstoot van broeikasgassen op aarde, na landen als China en de Verenigde Staten. Noorwegen financiert het Indonesische initiatief voor de bossen en het klimaat met een bedrag van 1 miljard dollar, met de bedoeling de bescherming van het bos in Indonesië aan te moedigen en de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Dat is een nobel doel, waar wij al jaren voor hebben gelobbyd.

In mei 2011 lanceerde Indonesië een tweejarig moratorium op vergunningen voor nieuwe kapconcessies in primaire bossen en veengebieden. Het moratorium was een welgekomen stap omdat het een signaalfunctie had. Toch zijn de meeste primaire bossen waarop het betrekking heeft, in de praktijk al wettelijk beschermd; de overige zijn grotendeels ontoegankelijk en niet rechtstreeks bedreigd door ontwikkeling. Maar het moratorium laat bijna 50% van de Indonesische primaire bossen en veengebieden onbeschermd. Sommige zijn gelegen in concessies die al zijn toegewezen. Andere belangrijke bosgebieden die veel koolstof vasthouden, vallen niet onder het moratorium omdat ze worden beschouwd als secundair bos.

Het nieuwe tweejarige moratorium doet niets om dat recht te zetten

Het nieuw moratorium doet niets om deze situatie recht te zetten. Bovendien doet het ook niets aan cruciale bestuurlijke problemen, die volgens ons de kern van de zaak zijn. Zonder degelijk toezicht en handhaving is het moratorium een zwakke verordening. We hebben de uitvoering van het moratorium nauwlettend gecontroleerd. Tijdens de twee jaren dat het vorige moratorium van kracht was, stelden we nog altijd gevallen van overlappende concessies vast en ook nog enkele gevallen van ontbossing (inbreuken) in beschermde gebieden.

We mogen ten slotte ook niet vergeten dat het ministerie van Bossen bosfuncties heeft veranderd (van beschermd bos naar productiebos) en het statuut van bos heeft gewijzigd van bosgebied naar niet-bosgebied.

Wat gaan we dan doen?

Heel veel. Er is meer werk nodig om de ruimtelijke ordening te harmoniseren, beleidslijnen voor de sector en kaarten te ontwikkelen, er moeten strengere maatregelen komen voor de handhaving van de wet (zoals de aanpak van corruptie en van witwaspraktijken in de bosbouwsector) en er zijn mechanismen nodig voor het oplossen van sociale conflicten. We zullen er (stil en luid) op aandringen om dit te realiseren.

En we zullen gevallen van ontbossing blijven onderzoeken en publiceren en informatie bekendmaken over de bedrijven die verantwoordelijk zijn en aandacht vragen voor de wetten die moeten worden verstrengd.

We zullen de president er ook aan herinneren dat de weg naar zero-ontbossing meer betekent dan het ondertekenen van een decreet.