Ik reis voor de derde keer af naar de jaarlijkse VN-klimaattop. Onlangs vroeg een journalist of de milieubeweging het eigenlijk nog ziet zitten, al die klimaatonderhandelingen, na het debacle van Kopenhagen.

Wel, in het VN-circuit heerst de opvatting dat klimaatconferenties bij zonnig weer goed aflopen, en topbijeenkomsten in de winter geen resultaat boeken. Voorlopig klopt dat: Bali leverde een stevige roadmap op, Cancun redde vorig jaar het onderhandelingsproces, terwijl Kopenhagen een maat voor niets was.

Als de theorie opgaat, moet Durban scoren, vooraleer we volgend jaar de Koreaanse winter trotseren. Maar wat betekent een goed resultaat in de huidige context? Het belangrijkste dat Durban kan verwezenlijken, is allicht het ontwikkelen van een visie voor de komende jaren. Een tijdpad om tot een algemeen bindend akkoord te komen tegen 2015 dus. Daarnaast moet het Kyoto-protocol, waarvan de eerste verbintenisperiode in 2012 afloopt, overeind blijven, en moet er een overeenkomst zijn over de architectuur van het klimaatfonds.

Bosbescherming

Ook op vlak van de strijd tegen ontbossing is er vooruitgang nodig om natuurlijke bossen, de biodiversiteit en de rechten van inheemse volkeren te beschermen. Maar evengoed om voldoende middelen op lange termijn vrij te maken voor bosbescherming. Hetzelfde geldt voor de strijd tegen de klimaatverandering in ontwikkelingslanden, want hun bevolking is nu al het grootste slachtoffer daarvan.

En wat kunnen wij daaraan bijdragen? Ngo's spelen zeker een rol in dit proces, door actief op zoek te gaan naar de politieke ruimte die vooruitgang mogelijk maakt. Dat doen we door ons oor overal te luisteren te leggen en concrete voorstellen te formuleren, die we dan aan de onderhandelaars voorleggen. En we voeren vanzelfsprekend de druk op met de publicatie van rapporten en andere activiteiten.

Op het terrein

Toegegeven, als bossencampaigner ga ik met gemengde gevoelens en vraag ik me vaak af of het niet beter is om op het terrein te zijn, waar de strijd tegen de ontbossing echt gestreden wordt. In Congo bijvoorbeeld, waar industriële houtkapbedrijven nog steeds de rechten schenden van de lokale gemeenschappen. Of in Indonesië, waar de pulp- en papierindustrie nog steeds regenwoud omtovert tot wegwerpverpakkingen. Of in Brazilië, waar de ontbossing de afgelopen maanden weer zo sterk gestegen is en de nationale boswetgeving op de helling staat.

Op het terrein kunnen we concrete zaken verwezenlijken om de ontbossing te stoppen, maar onze overwinningen moeten uiteindelijk ook een verankering krijgen in het beleid, want het is natuurlijk niet de bedoeling dat bedrijven zich maar tijdelijk engageren om geen bos meer te kappen, of dat het stoppen van ontbossing in het ene land leidt tot meer boskap in het andere. Ontbossing blijft verantwoordelijk voor bijna een vijfde van de wereldwijde uitstoot van broeikassen. Daarom blijven de VN-klimaatonderhandelingen een cruciaal forum – er moet simpelweg schot in de zaak komen om een gevaarlijke klimaatverandering af te wenden. Of de milieubeweging er nog zin in heeft, is in dat opzicht van geen tel. Het moet.

Blijf de blogs over Durban van Arnaud en mezelf zeker volgen...