Bij bedreigde soorten denken we spontaan aan grote dieren zoals olifanten, tijgers en neushoorns. Natuurlijk is het terecht dat deze soorten recent de meeste aandacht kregen op een vergadering van het permanente comité van Cites - het verdrag dat de internationale handel in bedreigde soorten regelt. 


Maar ook bomen worden bedreigd, en dat is de belangrijkste reden waarom Greenpeace in Genève aan deze vergadering deelnam als waarnemer. Afrormosia is zo’n bedreigde soort. Deze prachtige boom groeit in West- en Midden-Afrika en is wereldwijd populair als houtsoort voor dure meubelen en vloeren.

Maar deze hoge vraag heeft een prijs. Terwijl ik naar de debatten in Genève luisterde, dwaalden mijn gedachten af naar die keer dat ik verschillende stapels, meestal illegaal gekapte, afrormosiastammen zag liggen in een Congolese haven. De grootste aantallen afrormosia zijn te vinden in de DR Congo, maar als de illegale houtkap zich in het huidige tempo voortzet, zal deze boom verdwijnen.

Afrormosia wordt bedreigd door de aanhoudende internationale handel in kostbaar hout en is daarom sinds 1992 opgenomen in de zogenaamde Cites Bijlage II. De handel werd niet helemaal stopgezet, maar wel aan banden gelegd.

De eerste verrassing op de vergadering was om een lobbygroep van de Congolese houtkapsector te zien zitten bij de delegatie van hun land. De bijdrage van de Congolese overheid aan de vergadering beperkte zich hoofdzakelijk tot de moeilijkheden van houthakkers om hun hout uit het land en op de internationale markt te krijgen. Als we haar boodschap mogen parafraseren: Cites moet zich terugtrekken en de sector met rust laten. 

Uit onlangs gepubliceerde gegevens van de denktank Chatham House blijkt dat tien grote houtkapbedrijven verantwoordelijk zijn voor ongeveer 90% van alle toegestane houtkap in Congo, en dat twee derde van hun productie afkomstig is van vier houtsoorten: sapele (Enthandophragma cylindricum), wengé (Millettia laurentii), iroko (Milicia excelsa) en afrormosia (Pericopsis elata). Dit wijst erop dat het Congolese economische model te sterk afhankelijk is van slechts een handvol soorten uit industriële houtkapconcessies, een trend die meestal leidt tot overexploitatie. In de Evenaarsprovincie en de provincie Orientale is de situatie rampzalig, en zijn bedrijfsmodellen volledig gericht op de handel in afrormosia.

De tweede ‘verrassing’ van de week was helaas niet zo’n verrassing. Cites kan geen vuist maken tegen landen die de wetgeving overtreden. De organisatie krijgt de steun van de wetenschap, maar is spijtig genoeg een globale, enorm gepolitiseerde groep. Frustrerend is dat iedereen weet dat de handhaving van de Cites-wetgeving in Congo volledig vierkant draait, maar dat het erg moeilijk is om er iets aan te doen omdat op papier alles in orde lijkt.

Toch namen de betrokken partijen in Genève het woord en moedigden ze de Congolese overheid aan om voor eind november dit jaar het bewijs te leveren van de handelsquota en te beloven om op de vergadering van het plantencomité volgend jaar in debat te gaan, als zou blijken dat deze handel nadelig is voor het voortbestaan van de soorten. De partijen van Cites zijn steeds minder tevreden met papieren beloftes alleen.

Om afrormosia echt te beschermen, moet Congo onmiddellijk alle kapactiviteiten opschorten en alle huidige vergunningen intrekken. Sommige bedrijven die zogenaamde Cites-vergunningen hebben gekregen, hebben al laten weten dat deze vergunningen "onvindbaar" zijn. Er zijn gerechtelijke stappen nodig om ervoor te zorgen dat deze fraude stopt.

Wat Cites betreft zou er een nationale herziening of afzonderlijke herzieningen voor planten en dieren moeten komen en zou alle handel in soorten die staan vermeld op de Cites-lijst van Congo moeten worden opgeschort tot de handhaving van de Cites-wetgeving wordt gegarandeerd. Vervolgens zouden de bewijzen die Congo voorlegt inzake kap- en exportquota rigoureus moeten worden gecontroleerd. Controleer de documenten, ga het bos in, ga naar de havens en kijk wat er daar gebeurt, maak de containers open. Dat is de enige manier om de grootschalige illegale handel in afrormosia en andere houtsoorten uit Congo te controleren.

Danielle Van Oijen is verantwoordelijk voor de bossencampagne bij Greenpeace Nederland.