Tot vorige week woensdag was ik in Indonesië. Ik werkte er samen met collega's in Jakarta en Sumatra voor de campagne tegen de vernietiging van de prachtige regenwouden. Na enkele zeer intense dagen moest ik vroeger dan gepland het land verlaten. Niet dat mijn visum was verlopen, maar als ik langer in Indonesië was gebleven, zou ik ook mijn Indonesische collega's in gevaar brengen, klonk het.

Op de luchthaven hebben ambtenaren bij wijze van afscheid nog een rode stempel met “deportatie” in mijn paspoort gedrukt. Niemand had me nochtans op de hoogte gebracht dat ik het land werd uitgezet. Ik werd uit de wachtrij aan de immigratiedienst geplukt, een uur lang ondervraagd en moest vervolgens op het laatste nippertje een vliegtuig naar Singapore nemen. Mijn paspoort met deportatiestempel kreeg ik pas in het vliegtuig terug. Het is onduidelijk of ik ooit nog Indonesië mag betreden, een land dat in tien jaar intensief bezocht heb.

Waarom ben ik het land uitgezet? Ik werk op de campagne die komaf wil maken met de verwoestende activiteiten van Asia Pulp and Paper (APP), een Indonesisch bedrijf waartegen de bewijzen zich intussen hebben opgestapeld. Binnen het internationale team van Greenpeace help ik in verschillende landen om de onwaarschijnlijke greenwashing van APP te doorprikken. Zo heb ik ook geregeld contact met grote multinationals die recent hun contracten met APP hebben opgezegd.

Progressief beleid

In het verleden heb ik mijn Indonesische collega's bijvoorbeeld geholpen bij hun onderhandelingen met Golden Agri Resources (GAR), dat net als APP deel uitmaakt van de groep Sinar Mas. Eerder dit jaar kondigde GAR een nieuw beleid aan waarin het zich engageert om geen bossen en veengebieden meer te vernietigen. Deze nieuwe aanpak geldt als de meest progressieve in de palmolie-industrie. Als ze wordt uitgevoerd, kan dat een zeer positieve impact hebben op de hele sector.

In onze campagne tegen APP vragen we het papierpulpbedrijf om hetzelfde beleid op vlak van duurzaamheid als GAR te hanteren. Maar APP weigert. Afgelopen weekend zou ik samen met iemand van WPP, het internationale PR-bureau waarvan het filiaal Cohn and Wolf de PR van APP verzorgt, naar de bossen in Zuid-Sumatra afreizen om er de vernietiging van het regenwoud met mijn eigen ogen te bekijken.

En toen werd de situatie ineens surreëel. Zaterdagochtend werd ik gevolgd door twee mannen in burger, helemaal van mijn hotel in Jakarta tot in de luchthaven. Daar hielden ze me tegen met een brief, die blijkbaar mijn deportatie beval. Het enige probleem was dat de brief niet aan mij gericht was – de tweede naam, geboortedatum en paspoortnummer klopten niet, en er zat geen foto bij. Na veel gepalaver met mijn collega's, dropen de mannen af.

PR-campagne

Ik mocht mijn reis voortzetten en we bereikten enkele gebieden waar de ontbossing door leveranciers van APP onmiskenbaar is. Het bedrijf noemt deze gebieden “gedegradeerd” en daarom geschikt om er plantages van te maken. Dat is een leugen. Ze blijven grote stukken natuurlijk woud kaalslaan, vaak op diepe veenbodems en in gebieden die bekendstaan als de habitat van de bedreigde Sumatraanse tijger. Het bedrijf geeft steeds meer geld uit om deze praktijken afgedekt houden. In Indonesië houdt dat in dat het bedrijf alles in het werk stelt om organisaties als Greenpeace te dwarsbomen in hun onderzoek en de reeds gepubliceerde rapporten in diskrediet te brengen. Nu proberen ook bepaalde overheidsdiensten deze onderzoeken tegen te houden.

Is het toeval dat luttele uren na het incident op de luchthaven, enkele Indonesische media berichtten dat ik valse reisdocumenten gebruikte? Is het toeval dat mijn baas John Sauven, die me zou vergezellen op de trip het land niet in mocht ondanks een geldig visum? Ik geloof niet erg in toeval. Elders in de wereld ligt de misleiding van APP er dikker op, in de vorm van een gecoördineerde en peperdure PR-campagne met een reeks televisiespotjes op onder andere CNN en Sky. Er is ook een krantenadvertentie waarin APP de lezer uitnodigt om zijn voetsporen te volgen en te zien hoe toegewijd het bedrijf is aan de bescherming van het regenwoud.

Sporen van vernietiging

Dat is precies wat mijn Indonesische collega's en ik onlangs hebben gedaan. De sporen die we zagen, zijn kilometerslange kanalen om veenbossen te draineren. Na de kanalen volgen de bulldozers, die systematisch hectare na hectare regenwoud met de grond gelijk maken en het hout opstapelen om naar de fabrieken van APP te vervoeren. De sporen van APP getuigen van vernietiging van het Sumatraanse regenwoud op industriële schaal. Het is verbijsterend dat het bedrijf denkt dat ze dat verborgen kunnen houden, als ze er maar voldoende PR-budget tegenaan gooien.

Het kaartenhuisje dat APP bouwt, is al aan het wankelen. Mattel was de laatste in een lange rij van multinationals die hun banden met APP hebben verbroken. Er zullen er zeker nog volgen. Uiteindelijk zal APP geen keuze meer hebben. De vraag is alleen: hoe lang kan het nog duren voor het bedrijf het roer omgooit, en hoeveel regenwoud zal er dan nog op Sumatra overblijven?

Ik hoop dat ik snel opnieuw in Indonesië binnen mag om het fantastische werk van mijn collega's daar te ondersteunen. Ze zijn voortdurend in de weer en staan onder ongelooflijke druk en stress. Hun werk past in de belofte van de Indonesische president om de ontbossing een halt toe te roepen. Om dit engagement in de praktijk te brengen, moet onze campagne tegen APP slagen, en snel.