De VN-klimaattop in Kopenhagen van december 2009 draaide uit op een historische mislukking, zonder een globaal akkoord over CO2-reductie. Maar we mogen niet vergeten dat er over minstens één agendapunt wel eensgezindheid bestond, een punt dat een grote impact kan hebben op het klimaat en de bescherming van de biodiversiteit.

Zes rijke landen – Australië, Frankrijk, Japan, Noorwegen, Groot-Brittannië en de VS – beslisten om 3,5 miljard dollar uit te trekken om de trend van ontbossing in armere landen “te vertragen, te stoppen en zelfs te keren”. Dat kan een snelle manier zijn om de klimaatverandering af te remmen, want tot bijna een vijfde van alle uitstoot aan broeikasgassen komt uit ontbossing en bosdegradatie. Bovendien beschermt het akkoord ook bossen met de rijkste biodiversiteit op aarde en de miljoenen mensen die in deze unieke ecosystemen leven.

Geld voor ontwikkelingslanden

Het grootste deel van de nog overblijvende tropische regenwouden bevinden zich in ontwikkelingslanden. Dus is het maar logisch dat de rijkste landen geld op tafel leggen voor de bescherming van deze uiterst waardevolle gebieden. De zes rijke landen van het akkoord zijn ook verantwoordelijk voor een groot deel van de wereldwijde uitstoot, en kopen het merendeel van de producten die afkomstig zijn van de vernietiging van het regenwoud. Denk maar aan palmolie, papier en tropisch hout.

Een jaar na de klimaattop in Kopenhagen, tijdens de onderhandelingen in het Mexicaanse Cancún, werd het akkoord in een formeel kader gegoten. Bovendien werd een strategie opgesteld om geld vrij te maken voor het behoud van bossen – met garanties voor de bescherming van de biodiversiteit en de mensen die in deze bossen leven. Er leek licht aan het einde van de tunnel.

Om een beroep te mogen doen op dit bossenfonds, moeten de landen met veel regenwoud op hun grondgebied een plan voorleggen waarin gedetailleerd beschreven staat hoe ze de middelen uit het fonds zullen aanwenden om de bossen te beschermen en de uitstoot van broeikasgassen te verkleinen. Wie zo'n voorstel indient, roept de hulp in van experts die hoog aangeschreven staan bij de donorlanden. Dat klinkt logisch. Maar het is net in die fase van het proces dat het grondig misliep.

McKinsey snelt ter hulp

Verschillende bosrijke landen namen het consultancybedrijf McKinsey in de arm. Wanneer de regeringen van donorlanden enkele jaren geleden over geld voor bosbescherming begonnen praten, wierp McKinsey zich op als dé consultant bij uitstek voor deze materie. Met een wereldwijd netwerk van kantoren, een aanvaarde benadering van koolfstofhandel en veel van de “meest bewonderde” bedrijven in Fortune magazine als klant, heeft McKinsey de nodige geloofwaardigheid om zijn financieringsvoorstellen aan de donorlanden verkocht te krijgen.

Onze experts in landen met regenwoud én in de donorlanden hebben zich verschillende maanden gebogen over deze financieringsplannen. Het gaat om de plannen die Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea, Guyana en Congo hebben ingediend. Allemaal bevatten ze fouten en onnauwkeurigheden, doen ze veronderstellingen die niet hard gemaakt kunnen worden en bevatten ze niet de garanties die de landen in Cancún zijn overeengekomen. Al deze plannen zijn gebaseerd op het advies van McKinsey.

Erger nog, McKinseys advies pakt de echte drijfveren achter de ontbossing niet aan. Zijn aanbevelingen zouden geen eind maken aan de bosvernietiging of degradatie in de landen waarvan Greenpeace de plannen heeft onderzocht. Deze plannen voor zogenaamde bosbescherming zouden in feite ontbossing en een grotere CO2-uitstoot mee financieren.

Alle details staan te lezen in ons rapport Bad Influence: How McKinsey-inspired Plans Lead To Rainforest Destruction, en in en studie van het UCL Energy Institute die werd uitgevoerd op vraag van Greenpeace.

Laat je stem horen

Toch is er ook goed nieuws. Het is nog niet te laat, want veel van het geld voor de uitvoering van deze voorstellen werd nog niet uitgedeeld. McKinsey kan nog aanpassingen doen om zijn reputatie te redden en bosrijke landen terug op de goede weg helpen.

Vraag aan McKinsey dat ze niet langer rond bossen werken tot zijn consultants de voorstellen aanpassen, zodat hun advies echt kan leiden tot minder ontbossing en uitstoot (actie op de site van Greenpeace UK)