Door wegen aan te leggen in de Indonesische bossen, controleren bedrijven van de groep Sinar Mas een veel groter gebied dan ze in concessie houden. Dat ondervonden enkele activisten van Greenpeace Indonesië aan den lijve. Als “tijgerogen” vertrokken ze vorige week op pad. Een belangrijk onderdeel van hun toer is het bezoek aan de Orang Rimba, een inheems volk in het bosrijke gebied Jambi dat erg begeerd wordt door pulp- en papierfabrieken.

De Orang Rimba geloven dat God huist in alle dieren van het woud. Ze vereren bijvoorbeeld de Tijgergod. Een vaste woonplaats hebben de Orang Rimba niet. Als ze een plek associëren met ongeluk of de dood, verplaatsen zich door de bossen, meestal in groepjes van 30 personen. Hun huizen hebben doorgaans de vorm van “rumbia”, een soort kokospalm waarvan ze de bladeren gebruiken als dak. Omdat de Orang Rimba geloven dat ze deel uitmaken van de natuur en van het woud, slapen ze soms onbeschermd onder de blote sterrenhemel. Hoewel ze volledig afhankelijk zijn van het woud waarin ze leven, voelen de Orang Rimba geen enkele aandrang om op dieren als de Sumatraanse tijger te jagen voor hun pels.

Diep in het woud

Om ons respect te betuigen aan dit volk besloten we langs te gaan bij de Orang Rimba in de bossen rond het dorp Pemayungan in Jambi. We waren op verkenning de omgeving van het dorp en stelden vast dat de Sinar Mas Group enkele toegangswegen had afgesloten. Sinar Mas is een Indonesisch conglomeraat, waartoe ook de beruchte pulp- en papierdivisie Asia Pulp and Paper (APP) behoort, dat het regenwoud kaalslaat om plantages aan te leggen. De groep bezit de rechten op het land rond het dorp de Orang Rimba. We waren op voorhand gewaarschuwd dat het geen sinecure zou zijn om de inwoners te bereiken. Ze zijn dieper het woud ingetrokken na een conflict met Sinar Mas. Dat conflict begon in 2009 tussen dorpelingen die de bossen intact willen houden en het bedrijf PT Lestari Asri Jaya (LAJ) dat ook tot de Sinar Mas Group behoort en de bossen willen rooien om een plantage aan te leggen.

Maar de reis wil niet vlotten. Opnieuw we staan vast op een kleiweg die nochtans 'Corridorstraat' heet, de enige weg naar het woud waar de Orang Rimba leven. Na amper tien minuten rijden op deze weg, houdt een patrouille ons tegen. Twee mannen in het zwart gekleed stappen uit en grijpen de sleutels van onze voertuigen. Het zijn bewakingsagenten van een ander bedrijf uit de Sinar Mas Group, PT Wira Karya Sakti. Ze willen weten wat we hier doen.

Escorte

Voor alle duidelijkheid: het bedrijf waarvoor ze werken bezit het gebied dat wij willen bezoeken niet. Wel heeft het de weg aangelegd waarop we reizen en zo controleren ze wie er binnen en buiten komt. Zonder het bedrijf zou er zelfs geen weg zijn, vertellen de veiligheidsagenten ons. Daarom mag niemand hier passeren zonder hun toelating. Dat geldt ook voor mensen die willen wandelen in 'Taman Nasional Bukit Tigapuluh', een nabij gelegen tijgerreservaat, en voor dorpelingen die hun landbouwgrond willen bereiken in het gebied waar Sinar Mas beslag op legt. En dat geldt ook voor mensen als wij die bij de Orang Rimba op bezoek willen gaan.

Er ontstaat een woordenwisseling tussen ons team en de bewakingsagenten van Sinar Mas, waarbij de bewakers erg geprikkeld reageren. Uiteindelijk wordt er iemand van de Indonesische politie bijgehaald. Onze teamleider legt uit dat we in vrede komen en enkel de Orang Rimba willen bezoeken als onderdeel van onze tour. Hij vraagt of de politieagent ons wil escorteren. Maar dat vinden de bewakingsagenten geen optie.

We hebben de sleutels van onze voertuigen teruggekregen op één voorwaarde – dat we ons uit het gebied lieten begeleiden door de politieagent. Het blijkt dus echt zeer moeilijk om de Orang Rimba in Jambi te bezoeken. Ze leven geïsoleerd door een conflict over de ontginning van het regenwoud waar zij wonen.