Op 29 januari dropte de Congolese minister van leefmilieu, José Endundo, een bommetje in het debat rond de rol die Congo's immense intacte bossen kunnen spelen in de strijd tegen de klimaatverandering. De minister, die onder druk stond van de Wereldbank, legaliseerde een aantal houtkapvergunningen die in 2009 door een bevoegde commissie als niet omzetbaar werden bestempeld.

Minister Endundo diende dus dringend duidelijkheid te verschaffen. Alleen hadden wij verwacht dat de internationale  klimaatagenda hem ertoe zou bewegen een verdere uitbreiding van de industriële houtkapindustrie te stoppen, zeker gezien de prominente rol die Congo speelt in de klimaatonderhandelingen als voorzitter van de Africa Group, in het jaar dat de klimaattop door een Afrikaans land (Zuid-Afrika) georganiseerd wordt.

Exploitatie van bossen

Niets van dat alles, integendeel zelfs: de minister gaf groen licht voor houtkapvergunningen die in 2009 door een bevoegde commissie als niet omzetbaar werden bestempeld. In de tussentijd gingen een aantal bedrijven gewoon door met de exploitatie van de bossen, zoals onze Congolese Greenpeacecollega René Ngongo aanhaalde in een radio-interview.

Het is daarom ook moeilijk te vatten dat een industriële sector die elke dag bewijst voor veel problemen te zorgen en zich weinig gelegen te laten aan de noden van de lokale gemeenschappen zoveel vertrouwen krijgt. Maar dat was niet de enige vreemde hersenkronkel van minister Endundo.

Industrie profiteert mee van klimaatgelden

Intacte oerbossen, zo toonden wetenschappers aan, slaan immers veel meer CO2 op dan door houtkap gedegradeerde bossen. Hoe kan je dan verantwoorden dat de houtkapindustrie zou moeten mee profiteren van de klimaatgelden die ter beschikking worden gesteld, net met het doel zoveel mogelijk koolstof in de bossen op te slaan? Want ook dit suggereerde de minister. Hij verwees daarbij naar het akkoord van Cancún, dat nochtans nergens stelt dat industriële houtkap goed is voor het klimaat.

Minister Endundo deed ook een leerzaam boekje open over de internationale donorgemeenschap. Verschillende landen, waaronder België, zouden voorstander zijn van klimaatgeld voor de houtkapindustrie. Voorwaar interessant, want ook al heeft onze ontwikkelingssamenwerking wel wat de neiging te blijven geloven in het rookgordijn dat de houtkapbedrijven zo graag optrekken, als het moet zelfs onder het mom van een FSC-logo, ex-minister Michel heeft voor zover wij weten nooit een publieke uitspraak gedaan ter ondersteuning van de industriële houtkap als klimaatoplossing. Zijn opvolger Chastel kan het al helemaal niet gedaan hebben.

België moet verantwoordelijkheid nemen

Wat bekokstooft België dan achter gesloten deuren met de Congolese minister – of is het met de Wereldbank? Een land dat tegenwoordig vooral uitblinkt in afwezigheid in het debat over de toekomst van de tweede groene long ter wereld zou zijn woorden moeten wikken en wegen vooraleer het bij een Congolese minister de indruk wekt maatregelen te ondersteunen die noch het klimaat, noch de biodiversiteit ten goede komen. Over de rechten van de lokale bevolking op een duurzaam ontwikkelingsmodel hebben we het dan nog niet eens.  

De Congolese overheid moet nu kiezen of ze zich als een geloofwaardige partner wil opstellen voor het behoud van het wereldwijde klimaatevenwicht. Dat geldt ook voor België. Als ons land nog ergens in de regio’s met grote intacte bosgebieden  een verschil kan maken, dan is het wel in Congo. Samen met de rest van de internationale donorgemeenschap draagt België dan ook een grote verantwoordelijkheid.

Greenpeace blijft België oproepen geen steun te verlenen aan scenario's die de houtkap in tot nog toe onaangeroerde bossen stimuleren.