Greenpeace is zwaar teleurgesteld in de nieuwe duurzaamheidscriteria van de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO). Ze verplichten de palmolieproducten tot niets. Ondertussen gaat de kaalkap van het Indonesische regenwoud ongestraft door, schrijft Wirendro Sumargo.



Het verbaast mij altijd dat de activiteiten – of veeleer de inactiviteit – op topconferenties in verafgelegen steden zulke grote gevolgen kunnen hebben voor het woud in Indonesië, mijn land.

Vorige week stemde de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO) over de nieuwe regels voor haar leden. De RSPO is een organisatie die verklaart de milieuvriendelijke productie van palmolie te willen garanderen en bestaat vooral uit palmolieproducenten, -handelaars en -consumenten. Het was een grote dag voor de RSPO, omdat het de eerste keer was dat de leden konden beslissen of er regels zouden worden ingevoerd over de uitstoot van broeikasgassen en het kaalkappen van veengronden waarin massaal veel koolstof zit opgeslagen.

Zwakke beslissing

Vorig jaar zag het er allemaal nog veelbelovend uit, maar de meest recente beslissing van de RSPO is zwak. De nieuwe Principes en Criteria (P&C) verplichten tot niets. Ze “moedigen de leden sterk aan om zich te verbinden tot een proces” om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Het feit dat RSPO-handelaars palmolie kunnen kopen van producenten die betrokken zijn bij ontbossing komt helemaal niet aan bod.

De ontbossing draagt bij aan de wereldwijde klimaatverandering en een biodiversiteitscrisis. Door de vernietiging van het regenwoud en ook het vrijkappen van veengronden die veel koolstof bevatten, is Indonesië een van de landen met de grootste uitstoot van broeikasgassen ter wereld, samen met de VS, China en Brazilië. Bovendien zijn er daardoor ook maar ongeveer 400 Sumatraanse tijgers over in het wild.

Vuile palmolie

Terwijl de RSPO zwakke beslissingen neemt, heeft Greenpeace International nieuwe bewijzen verzameld die duidelijk tonen dat een van de leden van de organisatie zelf – de beruchte Indonesische palmolieproducent Duta Palma – zich niets aantrekt van de regels van de RSPO en het moratorium op het kappen van tropisch regenwoud van de Indonesische regering. Greenpeacehoudt Duta Palma al lang in het oog: het bedrijf heeft een lange en triestige geschiedenis van ontbossing, conflicten met de bevolking, illegaliteit en het niet naleven van de RSPO-regels.

Uit ons veldonderzoek bleek duidelijk dat Duta Palma aan de basis ligt van de kaalkap van honderden hectaren regenwoud op veengrond en van gebieden waar tijgers leven buiten de officiële grenzen van een van zijn concessies in Riau op Sumatra. Ambtenaren van het ministerie van Bosbouw hebben bevestigd dat er voor die locatie geen vergunning was verleend. Het bedrijf hield zich stil en weigerde systematisch te antwoorden op de vraag van Greenpeace Zuidoost-Azië naar meer informatie over zijn activiteiten.

Dat betekent dat palmoliehandelaars als Wilmar en Sime Darby, van wie bekend is dat zij de vuile palmolie van Duta Palma op de internationale markt hebben gebracht, hun toevoerketen moeten bekendmaken.

Het betekent ook dat de RSPO een tandeloze tijger is. Om ook maar enige geloofwaardigheid te kunnen genieten, moet de organisatie haar regels verstrengen en echt zero-ontbossing promoten.

Duurzaamheid is niet zomaar een woord. Het vergt ook échte en geloofwaardige actie. Bedrijven die producten verkopen die palmolie bevatten, kunnen zich niet langer verschuilen achter de RSPO. Zij moeten garanderen dat hun producten ontbossingsvrij zijn. Er moet nu iets gebeuren, nu de Sumatraanse tijger nog niet uitgestorven is…

Meer weten? Lees A Dirty Business, ons nieuwe rapport over de link tussen palmolie en ontbossing. Volg ons werk rond palmolie.

- Wirendro Sumargo werkt voor de palmoliecampagne van Greenpeace Zuidoost-Azië.