De rol van bossen voor het behoud van het klimaatevenwicht – REDD in het jargon – is een van de punten waarover men in Cancún een akkoord wil bereiken. Althans over de eerste aanzet voor een internationaal mechanisme, waarmee ontwikkelingslanden op termijn financiële compensatie kunnen krijgen voor de bescherming van hun bossen.

Vorig jaar in Kopenhagen lag een akkoord binnen handbereik, maar door de totale mislukking van de top, die alleen een zeer algemene tekst opleverde, werd ook REDD nog een jaartje in de koelkast gestopt.

Toch draait de zogenaamde 'voorbereidingsfase', waarbij landen zich opmaken voor een echt compensatiesysteem voor de koolstof die hun bossen opslaan, al op volle toeren. Dat blijkt uit de sommen geld die verschillende donorlanden, waaronder België, al hebben beloofd. Ook de Amerikaanse president Obama deed onlangs in Indonesië 136 miljoen dollar in het zakje. Dat oogt mooi, maar Greenpeace wees hem er fijntjes op dat de VS hun CO2-uistoot niet zomaar mogen afkopen in het buitenland: ook in eigen land moet de president dringend in actie schieten.

Belangrijkste landen

Een internationaal REDD-akkoord moet voor ons natuurlijk wel aan een aantal basisvoorwaarden voldoen. Die hebben we uiteengezet in twee rapporten, waarmee we in de aanloop naar Cancún naar buiten treden: over Congo en Indonesië. Het blijven twee van de belangrijkste landen ter wereld als het over bossen en klimaat gaat.

Ons Congo-rapport toont aan hoe een veel te ambitieuze planning de rechten van de lokale gemeenschappen op de helling dreigt te zetten. Of hoe REDD ook misbruikt kan worden om zowel de houtkapindustrie als de agribusiness te verrijken, opnieuw ten koste van de gewone Congolees en van het enorme oppervlak aan intacte bossen met enorm rijke biodiversiteit. De lokale gemeenschappen zijn vaak vragende partij voor alternatieve ontwikkelingsmodellen, en REDD biedt een kans om die te helpen waarmaken.

Daarom is er, naast goed bestuur en capaciteit, ook een versterking van het bestaande moratorium op de toekenning van nieuwe houtkapvergunningen nodig. Zo verhinderen we dat Congo's intacte bossen worden omgezet in palmolieplantages.

Model

Dat is exact het rampscenario dat zich in Indonesië nog elke dag voltrekt. Ons gloednieuwe Indonesië-rapport legt de vinger op de wonde. Ook hier probeert de industrie, die verantwoordelijk is voor het verdwijnen van de natuurlijke bossen, munt te slaan uit REDD: een verdrievoudiging van de papierproductie en een verdubbeling van de palmolieteelt kan het resultaat zijn. De enige manier om dit te voorkomen is het akkoord dat Noorwegen sloot met Indonesië bij te schaven. In ruil voor 1 miljard dollar moet Indonesië een moratorium afkondigen op nieuwe concessies. Om de nodige bescherming te bieden aan de Indonesische veenbossen moet dit moratorium ook uitgebreid worden naar de ontginning van reeds toegekende concessies. Iedereen beseft dat het befaamde akkoord tussen Noorwegen en Indonesië model staat voor toekomstige REDD-overeenkomsten. Daarom doen we er met Greenpeace alles aan om het model op punt te stellen. In de aanloop naar Cancún zullen we hier de aandacht van onze ministers op vestigen.

De komende weken verleggen we onze focus naar de top van Cancún en het ruimere internationale kader. Blijf ons zeker volgen, want samen met mijn collega Arnaud zal ik je naast een analyse van het proces ook een blik achter de coulissen gunnen van wat er zich allemaal afspeelt in de Mexicaanse badstad.