Het begon ons vorige week al te dagen: de kans dat onze Rainbow Warrior II de Indonesische wateren mocht bevaren was bijzonder klein. Ze werd al snel herleid tot nihil.

Ons vlaggenschip deed Indonesië aan om oplossingen te promoten voor de ontbossing en de klimaatverandering. Daarom hadden we absoluut niet verwacht dat ons schip de toegang geweigerd zou worden, vooral omdat diezelfde Rainbow Warrior, bestuurd door dezelfde kapitein, vijf jaar geleden nog hartelijk werd verwelkomd voor de bijdrage die hij leverde aan de noodhulp na de tsunami.

Waarom mocht de Rainbow Warrior deze keer dan geen bijdrage leveren aan de strijd tegen de ontbossing die de Indonesische president hoogstpersoonlijk als prioriteit naar voren schoof? Ik moet het antwoord helaas schuldig blijven want de Indonesische regering heeft ons tot op vandaag geen officiële verklaring gegeven.

Wat ik wel weet, is dat onze campagne tegen de boskap ten voordele van palmolie- en pulp- en papierplantages succes kent. En ik weet ook dat Sinar Mas zijn plantages nog steeds uitbreidt ten koste van Indonesiës oerbossen.

Het ziet er met andere woorden naar uit dat er gevestigde belangen zijn die niet willen dat Greenpeace - en jijzelf - dit zouden zien, en dat de Indonesische regering heeft toegegeven aan de druk.

Maar dat is natuurlijk buiten de waard gerekend. Een Greenpeace-team overvloog Sumatra en zag met eigen ogen wat bedrijven als Sinar Mas er aanrichten. Zoals je hier zelf kan zien is de vernietiging van de Indonesische bossen nog steeds aan de gang.

Biodiversiteit in Nagoya

Tegelijkertijd was het Japanse Nagoya deze week het toneel van onderhandelingen over het behoud van de biodiversiteit. Naast onze oproep voor de creatie van mariene reservaten zetten we daar ook het belang van bossen als ecosysteem in de verf, vooral omdat er een bijeenkomst plaatsvond van het REDD+ Partnership, een internationaal partnerschap tussen regeringen voor bossen en klimaat. Het was trouwens in dat kader dat minister Joke Schauvliege een Belgische bijdrage van € 10 miljoen mocht aankondigen.

Tot zover het goede nieuws, want er is helaas wel een probleempje met één van de voorzitters van het partnerschap. Samen met Japan zit Papua Nieuw-Guinea (PNG) momenteel in de voorzittersstoel – naast Indonesië een ander Zuidoost-Aziatisch land met een rijk bosbestand waarvan het behoud cruciaal is in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Net als Indonesië heeft PNG nood aan internationale donorgelden om zulk beschermingsmechanisme op te starten. Een gloednieuw Greenpeace rapport toont echter aan dat het land daar absoluut niet klaar voor is en de voorkeur geeft aan de ondersteuning van de houtkapindustrie in plaats van REDD te gebruiken om de bossen en de biodiversiteit te beschermen en de rechten van de inheemse volkeren die er wonen te waarborgen.

Gouden kettingzaag

Greenpeace drukte PNG met de neus op de feiten en legde de vinger op de wonde: deze opstelling is geen voortrekkersrol op het internationale toneel waard. Mijn collega Sam Moko overhandigde de delegatie van zijn land symbolisch een gouden kettingzaag.

Laat ons hopen dat onze oproep ook gevolgen heeft voor de opstelling van PNG, want het is een van de sleutellanden om tot een goed internationaal akkoord te komen voor de bescherming van bossen en klimaat. De klimaattop van Cancun komt er immers met rasse schreden aan en Greenpeace zet er dan ook sterk op in de sleutellanden tot actie te bewegen. Mijn collega Kasper richt daarom de spotlights op de gevolgen van de klimaatverandering in Brazilië, die andere grote protagonist in deze onderhandelingen.