Hoe zal onze energietoekomst er tegen 2050 uitzien? Het zal afhangen van de keuzes die vandaag gemaakt worden door onze politici op Belgisch en Europees niveau. Vandaag presenteerde de Europese Commissie haar “Roadmap 2050”, die een toekomstbeeld uitstippelt voor het Europese energielandschap. De belangrijkste vraag is of de Commissie nu de tussentijdse doelstelling voor de reductie van broeikasgassen zal opschroeven van 20 naar 30 procent. Zal de terughoudendheid van België en andere lidstaten plaats moeten maken voor een ambitieuzere doelstelling in het voordeel van de economische positie van de EU en van het klimaat? Het debat in de aanloop naar de volgende klimaattop is geopend!

Voor de volgende internationale klimaattop, die in november in het Zuid-Afrikaanse Durban zal plaatsvinden, zijn er nog twee Europese toppen gepland. Het nieuwe energiescenario van de Commissie is niet het enige dossier dat hier voor verhitte discussies zal zorgen. Ik doorploeter momenteel een stapel rapporten die in februari verschenen bij de beste onderzoekscentra en universiteiten van Europa (Potsdam, Sorbonne, Oxford, ...). Daarin komen duidelijk de economische voordelen naar voren van een transitie naar een koolstofarme economie zonder kernenergie.

Als de EU zich engageert om 30 in plaats van 20 procent minder uit te stoten tegen 2020 (in vergelijking met referentiejaar 1990), zal dat bijvoorbeeld 6 miljoen extra banen scheppen in Europa en een gemiddelde jaarlijkse groei van 0,6% opleveren. De conclusie van dit rapport laat er geen twijfel over bestaan: “een beleid dat duidelijk kiest voor de doelstelling -30% tegen 2020 is niet enkel een goede zaak voor het klimaat maar ook voor de Europese economie.”

Zelf ben ik niet iemand die economie boven alles plaatst. Sterker, ik geloof zelfs dat we beter uit de milieucrisis zullen geraken als we ons consumptiepatroon aanpassen. Toch ben ik opgelucht dat er ook “economische” argumenten zijn om ons aan te sporen tot een Energie[R]evolutie die het nodige antwoord biedt op de huidige klimaatverandering. En wat voor een argumenten: de klimaatcrisis oplossen is goedkoper dan niets doen!

Klimaat en economie hand in hand

De Europese Commissie meent dat een doelstelling van -30% in 2020 jaarlijks maar liefst 14,1 miljard euro zal besparen voor de 27 lidstaten van de EU. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is dat de import van olie, waarvan de prijs nu bijna gestegen is tot 100$ per vat, zou dalen.

Andere verklaringen klinken misschien meer paradoxaal. De sector van de hernieuwbare energie heeft immers nood aan groei en investeringen. Maar Europa kan vandaag ambitieuze beslissingen nemen en de groene economie een duwtje in de rug geven. Of die kans laten schieten, zijn leiderschap verliezen en toekijken hoe landen zoals bijvoorbeeld China de onafwendbare energietransitie waar maken. Volgens de Commissie kan Europa 3,5 miljoen banen in de hernieuwbare sector creëren tegen 2020 als het kiest voor een doelstelling van 30 procent minder.

Ook ander cijfermateriaal en andere rapporten belanden op de bureaus van de beleidsmakers. Sommige spreken van besparingen op het vlak van gezondheid die alleen al in België jaarlijks 900 miljoen euro kunnen bedragen. Andere berekenen supplementaire inkomsten voor de begroting van de lidstaten. De Belgische staat zou op die manier tussen 2013 en 2020 meer dan 2 miljard euro kunnen verdienen aan de verkoop van “koolstofkredieten”. Voorwaarde is wel een ambitieuzer Europees klimaatbeleid.

CAN Europe, een platform van ngo's waartoe ook Greenpeace behoort, publiceerde in februari een rapport dat al deze economische voordelen opsomt. Het zijn duizelingwekkende cijfers. Blijft de vraag: waarom schakelen we dan niet onmiddellijk over op de meest ambitieuze doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen?

Wie staat op de rem?
De beslissing wordt nog altijd tegengehouden door een aantal lidstaten als Polen en Italië. Op wereldvlak dient een economie die minder afhankelijk is van fossiele brandstoffen en uranium het algemeen belang. Maar dat is niet het belang van bepaalde sectoren die nog veel macht hebben in de politieke wereld. In federaties als Business Europe (op Europees vlak) of het VBO (op Belgisch vlak) zwaaien energie-afhankelijke bedrijven de plak. Die leggen hun federaties behoudsgezinde standpunten op die daarom niet de wil van de meerderheid weerspiegelen. Steeds meer grote economische spelers als Unilever, Google of BNP Paribas vragen een ambitieuzere Europese doelstelling.

De Belgische positie, het resultaat van consensus, blijft geblokkeerd na de weigering van CD&V en N-VA. Op 2 maart stemden alle andere democratische partijen in de milieucommissie in de Kamer een resolutie goed die van de federale regering eist dat “ze zich duidelijk uitspreekt voor een versterking van de EU-ambities op klimaatvlak en voor een unilaterale doelstelling tegen 2020 om de uitstoot van broeikasgassen met 30% te verminderen in vergelijking met 1990”.

De weg naar Durban

De “Roadmap 2050” van de Europese Commissie, die vandaag 8 maart verschijnt, komt op het goede moment. Er staan opnieuw intense onderhandelingen tussen de verschillende EU-lidstaten op het programma waar voorstanders van het status quo en vurige verdedigers van een nieuwe en duurzame economie de degens kruisen. 2050 is in termen van energiebeleid niet zo ver weg als we denken. Is het nodig om de kelk met fossiele brandstoffen tot op de bodem leeg te maken? Het risico bestaat dat we nog afhankelijker worden en onze olie bijvoorbeeld nog verder gaan zoeken: in het noordpoolgebied, het noorden van Canada of op enorme diepte in zee. De omschakeling zal wel enkele inspanningen kosten en wat politieke moed vergen.

Onze politici hebben tot in Durban de tijd om te discussiëren en knopen door te hakken. Daarbij staan twee Europese toppen in hun agenda's aangekruist, in juni en oktober. We rekenen op het gezond economisch verstand van onze politieke leiders, en hopen dat ze onderweg ook hun verantwoordelijkheid voor het milieu aanscherpen.