De onderhandelingen hebben een snelle start genomen en ook in een mum van tijd was dit een vaak gehoorde stelling: “Een klimaattop in Qatar, dat is zoals McDonald’s die een conferentie over obesitas organiseert”. Maar niets is gemakkelijker dan Qatar met de vinger te wijzen. De klimaatverandering, dat zijn wij. Niet zij. Je kan zeggen dat wij het vuur aan de lont hebben gestoken.

Waar moet ik beginnen te schrijven over deze top met alles erop en eraan? In een land waar het water een bijproduct is van gas (ontzilting van zeewater gebeurt in energievretende bedrijven die draaien op gas), waar een liter olie evenveel kost als een glas frisdrank. Je kunt je de vraag stellen. In dit land waar de uitstoot van broeikasgassen per persoon 600 keer hoger is dan die van een Afrikaans land, is alles mogelijk. Of zou alles mogelijk moeten zijn.

De toon wordt gezet

Op de eerste dag van de onderhandelingen treden de 194 landen aan voor de “openingsverklaring van de Conference of Parties” (COP, voor de ingewijden). Tijdens de openingszitting worden er zelden revolutionaire dingen gezegd, maar toch wordt hier de toon voor de komende twee weken gezet.

Als bepaalde sleutelfiguren het woord nemen, worden de oren gespitst. “China, the floor is yours”. De gesprekken in de conferentiezaal doven uit, enkel de airconditioning blijft zoemen. “China heeft al een grotere inspanning geleverd dan het merendeel van de ontwikkelde landen.” Bluf? Jammer genoeg is dit de waarheid. Het vijfjarenplan van de grootste uitstoter ter wereld zou de geïndustrialiseerde landen, de historische verantwoordelijken voor de opwarming van de aarde, moeten doen verbleken van jaloezie.

De verklaringen volgen elkaar op en klinken gelijkaardig. Ook voor de verklaring van de EU worden de oren opnieuw gespitst. Europa doet zich graag voor als een goeie leerling in de klimaatklas. “Wij willen het nieuwe leiderschap van China en Amerika aanmoedigen”. Dat is wat je noemt de bal kaatsen. Zelf kan Europa maar moeilijk overtuigen dat het een voorloper is. Er is een doelstelling voor een uitstootvermindering van 20% in 2020. Goed nieuws? In 2011 werd de Europese uitstoot al teruggebracht met... 20%!

De toon verandert

Gambia is aan de beurt in naam van de minst ontwikkelde landen (LDC). De landen dus die de rekening zullen betalen voor de klimaatverandering zonder er zelf aan bijgedragen te hebben. Oprecht kwaad heeft de onderhandelaar uit Gambia het over recente rapporten en de dringende nood om tot actie over te gaan.

Zelfs de meest conservatieve instellingen beginnen nu aan de alarmbel trekken. Bijvoorbeeld de Wereldbank herinnert eraan dat we een temperatuurstijging van 4°C absoluut moeten vermijden. En dat dat, als Doha niets oplevert, precies is wat ons te wachten staat. Het VN-Milieuprogramma (UNEP) zei vorige week nog dat de uitdaging enorm is, maar nog steeds haalbaar op voorwaarde dat we nu in actie schieten. Maar wie leest deze rapporten? Zouden de geïndustrialiseerde landen ze doorgenomen hebben? 

Oproep van de arme landen

De Gambiaanse onderhandelaar beëindigt zijn bevlogen betoog met een boodschap aan de Verenigde Staten, “om zich niet langer te verstoppen”. En inderdaad, we zouden de VS nog bijna vergeten. Waar zal de onderhandelaar uit Amerika het over hebben? Staat zijn land in de startblokken om een ernstig klimaatbeleid te voeren? Heeft Obama niet gezegd dat hij “het klimaat opnieuw centraal binnen alle prioriteiten” zal zetten? Inderdaad, dat waren de woorden van de pas herkozen president.

Een ander land is aan de beurt. Het voorzitterschap beëindigt de zitting. En de VS? Misschien laten ze hun standpunt helemaal niet horen. Misschien is de delegatie nu het VN-rapport aan het bestuderen. Laten we het hopen. Beste Amerikanen, jullie hebben nog twee weken om het waar te maken!