“Het vergeten van Fukushima maakt het waarschijnlijker dat een dergelijke kernramp elders kan gebeuren”, zei Tatsuko Okaware, een van de honderdduizenden slachtoffers van het Fukushima-kernongeluk dat begon op 11 maart 2011. Ze heeft gelijk. Maar drie jaar later lijkt de wereld het toch te vergeten...

Alles blijft bij het oude

De nucleaire industrie probeert wanhopig om ons de ramp te doen vergeten. Door de gevolgen van het kernongeluk te bagatelliseren, door te negeren dat de reactoren van Fukushima nog steeds niet onder controle zijn, en door te beweren dat er lessen zijn geleerd. Niets is minder waar. Alles blijft bij het oude, en in veel landen worden net dezelfde fouten gemaakt die hebben bijgedragen aan de kernramp in Fukushima. Welke dat zijn? Systematische tekortkomingen die onlosmakelijk verbonden zijn aan kernenergie, zoals het ontbreken van onafhankelijk toezicht, gebrek aan aansprakelijkheid, ontoereikende noodplannen, winstoogmerk boven bescherming van mensen stellen, en het voortdurende geloof in het paradigma van nucleaire veiligheid dat door Fukushima onderuit is gehaald.

Een echt onafhankelijke nucleaire toezichthouder is nog steeds zeldzaam. De meeste toezichthouders zijn nauw verbonden aan de nucleaire sector die zij moeten controleren. Tegelijkertijd worden de meeste beslissingen genomen op basis van politieke en economische belangen, in plaats van de veiligheid en bescherming van mensen voorop te stellen.

Amper aansprakelijk

De nucleaire industrie geniet nog steeds de voordelen van een aansprakelijkheidssysteem waarbij ze nauwelijks enige verantwoordelijkheid draagt voor de risico’s die reactoren creëren. Grote bedrijven oogsten hoge winsten, maar zodra er iets fout gaat, draagt de bevolking de kosten voor schade en verliezen. De kosten van Fukushima worden gedragen door de honderdduizenden die hun broodwinning kwijtraakten, van wie gemeenschap en families uit elkaar vielen, van wie de kinderen niet buiten kunnen spelen omdat de radioactieve straling te hoog is. De kosten van Fukushima worden gedragen door de Japanse bevolking van wie het belastinggeld gebruikt wordt om de vervuilde gebieden schoon te maken en de getroffen reactoren veilig te stellen.

De nucleaire wereld heeft ons lange tijd wijs gemaakt dat de kans op een ernstig kernongeluk zoals in Tsjernobyl extreem klein was. Maar als we kijken we naar de werkelijkheid, dan is de frequentie van een kernsmelting in een reactor ongeveer eens per tien jaar. Desondanks vertrouwt de nucleaire wereld nog steeds op dezelfde risicomodellen die duidelijk niet voldoen. Ook toezichthouders doen weinig om een hoger veiligheidsniveau te waarborgen. Omdat de nucleaire industrie strengere regels niet zou overleven.

Overbejaarde Europese kernreactoren

De risico’s worden alleen maar groter met de steeds ouder wordende kerncentrales – de gemiddelde leeftijd van Europese reactoren is 29 jaar met een typische ontwerplevensduur van 30 jaar. In België alleen al staan 3 reactoren (Tihange 1, Doel 1 en 2) van 39 jaar oud. Toch heeft België, net als de meeste andere landen, zijn noodplannen niet aangepast om lessen te trekken uit de Fukushima kernramp. In Japan heeft de radioactieve vervuiling zich verspreid over gebieden op meer dan 100 km afstand van de beschadigde reactoren, en zijn sommige dorpen op 50 km afstand geëvacueerd. De Belgische noodplannen voorzien enkel evacuatie van mensen tot 10 km van de kerncentrales.

We mogen niet vergeten. We moeten herdenken en leren. We moeten luisteren naar de slachtoffers die niet kunnen terugkeren naar huis, van wie de levens zijn verwoest door de kernramp in Fukushima, van wie families uit elkaar gevallen zijn

De wereld heeft niet geleerd uit Fukushima. Zo lang we kernenergie hebben, zullen ongelukken als in Fukushima gebeuren. Het is hoog tijd om deze nucleaire waanzin te stoppen: sluit de kernreactoren zo snel mogelijk, en vervang ze door schone, duurzame energiebronnen die volop voorhanden zijn.

Rianne Teule is campagnedirectrice en stralingsdeskundige bij Greenpeace België.