Maandagavond, tijdens een etentje met vrienden om onze volgende reis voor te bereiden, werd ik aangesproken als “meneer klimaat”. En onvermijdelijk kwam dé vraag op tafel: “Jamaar, zijn we zeker dat het klimaat echt verandert?”

Eén of twee keer per jaar is er een goeie aanleiding voor zulke vragen. Vrijdag bijvoorbeeld verschijnt het rapport van het IPCC, zeg maar het VN-klimaatpanel. En dat is voor mijn vrienden een uitgelezen kans om mij weer eens op de rooster te leggen... En zij zijn geen uitzondering, stel ik vast. Een groot deel van de Belgen is niet overtuigd van de klimaatverandering. Slechts 35 % van de Franstaligen ligt wakker van het fenomeen, bleek onlangs nog uit een peiling van de Fédération Inter-Environnement Wallonie (IEW).

Ik volg het dossier al vier jaar op de voet en voor mij zijn die twijfels onbegrijpelijk. Want als er één zaak is waarover geen twijfel bestaat in de wetenschappelijke wereld, dan wel over het feit dat de aarde opwarmt als gevolg van menselijke activiteit. Onderzoekers hebben zich bezig gehouden met het analyseren van 11.900 wetenschappelijke artikels (die’peer reviewed’ zijn, ofwel nagelezen door enkele collega’s) uit de periode 1991 - 2011. Maar liefst 97 procent van deze artikels maakt gewag van antropogene of door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Deze stalinistische score laat er geen twijfel over bestaan: er is helemaal geen wetenschappelijk debat over klimaatverandering aan de gang.

Hoe is het dan in godsnaam mogelijk dat er wel een publiek debat aan de gang is, terwijl het voor de experten al lang een uitgemaakte zaak is? Weten mijn vrienden dan iets dat al die geleerde klimaatwetenschappers niet weten? Want dan zou ik het als mijn plicht beschouwen om al die experts op de hoogte te brengen van die fantastische ontdekking.

Ik heb al veel moeite gedaan om te proberen begrijpen waarom zoveel mensen sceptisch blijven over de kwestie van de klimaatverandering. Ook al ben je geen expert, je kan zeer gemakkelijk op het internet nauwkeurig gedocumenteerde sites vinden die de argumenten van klimaatsceptici één voor één weerleggen. Met enkele muisklikken krijg je zo een rationele kijk op de zaak. Maar daar wringt ‘em het schoentje natuurlijk. Want de twijfels van mijn vrienden (en van al die anderen) zijn niet gebaseerd op een rationele analyse. Het is nu eenmaal eigen aan de mens om te twijfelen. Sterker nog, het is zijn belangrijkste kracht en het teken van zijn intelligentie. Zo heeft de mens de neiging om alles wat wordt gepresenteerd als dé waarheid in twijfel te trekken.

Van die menselijke eigenschap maken diegenen die de klimaatverandering in vraag willen stellen handig gebruik. Waarom zouden ze niet willen dat er maatregelen komen in de strijd tegen de klimaatverandering? Misschien omdat dat tegen hun belangen indruist, misschien om andere schimmige redenen... Voor alle duidelijkheid: ik ga hier niet verkondigen dat alle klimaatsceptici gefinancierd worden door Shell en de gebroeders Koch. Toen het Belgische parlementslid David Clarinval (MR) eind augustus tweette “het begin van het einde van de klimaatverandering”, dacht ik niet meteen dat hij betaald werd door de olielobby. Want in België hebben de beweegredenen van diegenen die het valse klimaatdebat voeren, meestal niets te maken met het klimaat zelf. Doorgaans willen ze voor polemiek zorgen, om zich in de media of op het politieke toneel te laten opmerken. Scherp gesteld kan je zeggen dat alleen iemand met een sterk afwijkende mening interessant is voor onze media.

En een debat kan natuurlijk op de nodige aandacht rekenen, dat geldt zowel voor de media en in de politiek als voor tijdens een diner met vrienden. De vraag die mijn vrienden dus maandagavond stelden, deed meteen alle andere gesprekken verstommen. Iedereen keek naar mij... In de wandelgids die we aan het doorbladeren waren, stond op pagina 94 beschreven: “Eenmaal aan de brug aangekomen, begint u aan de beklimming van de gletsjer van Ruan”. En ik kaatste de bal terug met een vraag : “Geloven jullie dat die gletsjer er nog steeds zal zijn wanneer wij arriveren?” Wordt vervolgd.